Over de diversiteit van spreken in het openbaar

Afgelopen woensdag was ik bij de jaarlijkse bijeenkomst van het Agile Consortium. Het thema was ‘spreken in het openbaar’. Ik hield er zelf een workshop en ik woonde de lezingen en enkele andere workshops bij. Ik vond het een erg geslaagde dag: ik voelde me wel thuis tussen de ‘agilisten’. Ik ervoer hen als prettige mensen, zowel om mee te werken als om mee te verkeren tijdens lunch, diner en koffie en dergelijke: bereidwillig, slim en open.  Oftewel: weinig blabla, geen verborgen agenda’s, wel hard werken en gesprekken die echt ergens over gingen.

Mijn eigen workshop ging goed, vond ik. Het was deels een experiment: in nog geen anderhalf uur de deelnemers de basis van het piramideprincipe bijbrengen én meteen toepassen op echte data, relevant in het hier-en-nu. Die data bestonden eruit dat de deelnemers feedback gaven aan de organisatie op basis van hun ervaringen met het eerste deel van de bijeenkomst. Normaal gesproken gaan daar meerdere trainings- en coachingssessies overheen, zal ik maar zeggen. Het lukte, of althans: bijna. We hadden nog net geen goede hoofdboodschap toen we moesten stoppen, maar als we een kwartier meer hadden gehad, waren we er wel uitgekomen, en de deelnemers hadden een goede indruk van hoe deze manier van logisch, helder en publieksgericht denken over je materie werkt.

Van de andere lezingen en workshops heb ik vooral de indruk overgehouden dat ‘spreken in het openbaar’ een enorm breed veld is, en dat eigenlijk geen enkele benadering, geen enkel boek, het helemaal afdekt. Ik zat gaandeweg te denken: wat als we eens met een heleboel deskundigen bij elkaar zouden komen om toch tot één ding te komen… samen met specialisten in stem, uiterlijk/kleding, theater/toneel, retorica, debatteren, powerpoint en andere visuele hulpmiddelen, storytelling, formuleren, structureren, stijlmiddelen en noem maar op. en dat dan over genres zo divers als TED, massamedia, één-op-één, zakelijke presentaties, politieke speeches, gelegenheidstoespraken, dik voorbereid of juist geïmproviseerd…

Ik snuffelde die dag weer aan van alles en nog wat, en dat was inspirerend. Ook soms om te zien hoe iets niet moet – want dat blijft het leuke aan mijn vak: als het me niet meer kan boeien wat iemand zegt, kan ik altijd nog kijken naar hoe hij of zij het zegt, en daarvan leren hoe ik het zelf wel of niet wil doen. Al is ook dat heel divers, ik bedoel: bij het bespreken van voorbeelden viel me een paar keer op hoe verschillend mensen iets kunnen beleven, en dus ook hoe zeer smaken verschillen. Ik blijk duidelijk licht-allergisch te zijn voor gladde, snelle babbel (‘Amerikaans’), en een vrij sterke structuurbehoefte te hebben. Dat laatste is wellicht een beetje beroepsdeformatie ook, met al die aandacht voor structuur en de grote lijn vóór de details in mijn werk. Het eerste, op dat punt kwam ik dus in het contact met de agilisten zeer aan mijn trekken. De dag ging écht ergens over, en ik kijk er dan ook met plezier op terug.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *