Ik geef weer college – in loondienst

Ik heb één academisch jaar overgeslagen, maar inmiddels is het weer zo ver: sinds donderdag geef ik weer college, ben ik weer eens inval-universitair-docent dus. Opnieuw in Leiden, dit keer een vak dat ik zelf als student erg leuk gevonden zou hebben en dat ook weer een heleboel raakvlakken heeft met mijn ‘gewone’ werk en dus met dit weblog: tekst- en gespreksanalyse

We zijn donderdag goed begonnen: de studenten gaan onder andere aan de slag met een eigen tekst, en ik heb dat ‘afgetrapt’ met een eigen tekst: het eerste couplet van Into My Arms van Nick Cave, een tekst die ik geweldig én bijzonder vind. We hadden meteen al wat discussie over de interpretatie daarvan, en dat vond ik leuk. Dat interpretatie verschilt tussen lezers (en luisteraars) is een belangrijk inzicht dat ik de studenten hoop mee te geven en bovendien leer ik daar zelf ook van.

Ik zal op dit blog natuurlijk weer verslag doen van wat ik van het vak ‘meeneem’ voor de praktijk van zakelijk schrijven. Nu eerst even over iets anders dan de inhoud, namelijk: de arbeidsverhouding.

Tot de vorige keer, twee jaar geleden, kon ik voor de Universiteit Leiden werken als zelfstandige. In Utrecht kon dat al eerder niet, en nu bleek het ook in Leiden niet meer te kunnen. Dat werd pas duidelijk na een voor mij wat frustrerende onderhandeling erover, waarin ze iets boden wat voor mij een affront was. Maar daar bleek dus achter te zitten dat het niet meer mag, als freelance docent een vak geven. Van de Belastingdienst niet, en het breekpunt is dat er sprake is van een gezagsverhouding, iets wat sinds het afschaffen van de VAR en de mislukte invoering van de wet DBA belangrijker geworden is.

Enerzijds snap ik dat van de gezagsverhouding wel: de universiteit leidt op voor een erkend diploma en dus mag ik als docent niet zomaar wat doen. Anderzijds is het wat mij betreft een vaag schemergebied: mijn baas heeft letterlijk gezegd dat ik het vak naar eigen inzicht in mag richten, terwijl ik elders wel eens een door het bedrijf ontworpen training geef waarvoor in een draaiboek is vastgelegd wat ik van uur tot uur moet doen. Dat laatste doe ik wél als zelfstandige. Tsja.

Dus, ik ben in loondienst, voor dik 6 uur per week voor 6 maanden. Naast de bekende financiële nadelen daarvan (mijn eigen kosten voor pensioenopbouw, reserves voor slechte tijden, arbeidsongeschiktheid e.d. lopen gewoon door terwijl ik over salaris van alles afdraag waar ik niet of nauwelijks gebruik van kan of zelfs mag maken) zijn er nog twee andere nadelen aan verbonden:

  • Ik kan dit maar één keer per jaar doen, want bij een tweede keer zou ik ook nog eens m’n ondernemersaftrek kwijtraken, wat een paar duizend euro scheelt en dan zou ik dus bijna voor nop werken. Immers, nu kan ik nog voldoende uren naast die loondienst in mijn eigen bedrijf stoppen, maar met nog meer loondienst is dat niet meer reëel. Hier klopt wat mij betreft iets niet in het belastingstelsel, want zo’n enkel snippertje in loondienst verandert niets wezenlijks aan de manier waarop ik werk en  mijn bedrijf run, en dus ook niet aan het risico dat ik loop. Recht op een uitkering heb ik bijvoorbeeld niet, als ik straks in de zomer in Leiden formeel ‘op straat sta’. 
  • Ik word niet gecompenseerd voor de grote mate van flexibiliteit die de klus van me vraagt. Ik krijg nu een kleine 20 % van een voltijds salaris, voor 6 maanden. Ik ben fatsoenlijk ingeschaald, dus dat klinkt heel redelijk. Maar ik zou nooit een stuk of 12 van dit soort puzzelstukjes bij elkaar kunnen leggen, als ik fulltime zou willen werken en verdienen – dat lukt nooit. Daarom geldt in mijn werk als zelfstandige dat mijn uurtarief hoger ligt voor kleine klussen, en dat ik sowieso per uur behoorlijk wat meer moet verdienen dan iemand die een contract van 40 uur heeft, om er netto over een langere periode hetzelfde aan over te houden. Ik kan niet anders werken dan met gaten, loze ruimtes, tussen mijn verdienende tijd. Daar hoor ik voor gecompenseerd te worden, bij zo’n klein snippertje, en in mijn gewone werk spreekt dat voor zich. Maar voor de universiteit dus niet.

Dat ik toch ‘ja’ heb gezegd, is zakelijk dus eigenlijk niet te verantwoorden. Maar ik vind het erg leuk werk, ik begrijp hoe klem ze zitten (en na enig heen-en-weer begrepen ze vanuit Leiden mij ook), en het levert me immaterieel altijd heel veel op aan inspiratie en nieuwe kennis, en aan plezier van het contact met studenten en collega’s. Bovendien vinden veel opdrachtgevers het wel interessant dat ik ook nog wel eens wat doe aan een universiteit. Vooruit dan maar – de zaken lopen verder goed genoeg. 

Het laat mij wel zien dat de universiteiten enerzijds niet voldoende flexibel kunnen zijn, terwijl  er anderzijds een heleboel wetenschappers op tijdelijke contracten zitten die maar geen vast contract krijgen. Aan beide kanten onvoldoende maatwerk, lijkt mij. 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.