♫ Into my arms. Always and evermore. ♫

Hoe muziek zorgt voor foregrounding van tekst

De vorige twee weken ging het vak Tekst- en Gespreksanalyse (zie eerder) over multimodaliteit: wat als een tekst gecombineerd wordt met beeld en met muziek? Met beelden houd ik me wel eens vaker bezig, maar met gezongen tekst niet anders dan als luisteraar/liefhebber. Het boek deed alleen aan beelden, dus ik moest op zoek naar literatuur over songteksten en vond een artikel van onderzoeker Yke Schotanus (via hemzelf – dank voor de tip) waarin hij een model presenteert voor het verwerken van tekst-op-muziek

Nouja, ‘moest’, ik wilde dat zelf graag, om recht te doen aan multimodaliteit. Daarbij speelde een rol dat enkele studenten, net als ikzelf, een songtekst hadden uitgekozen voor het vak: we analyseren een eigen tekst, ik op college, zij als opdracht.

Mijn songtekst was ‘Into my arms’, een nummer van Nick Cave dat ik vorig jaar had leren kennen in de versie van Roger Daltrey. Het staat op diens solo-plaat ‘As long as I have you’ met allemaal covers. Bij de eerste keer luisteren viel het nummer mij meteen enorm op: het volgt op een aantal uptempo, Amerikaans aandoende gitaarnummers, en dan ineens start deze piano en zingt Daltrey ineens veel lager, romantischer, melancholieker.

Die klankkleur komt daar weliswaar als verrassing, maar ik ken hem wel van Daltrey. Eén van de redenen waarom ik hem beste popzanger aller tijden vind, is dat hij zo’n breed repertoire aan gevoelens kan uitdrukken: van agressief tot liefdevol. Beide kanten ken ik vanaf het allereerste begin: in 1981 had hij een romantische solo-hit (‘Without your love’– ik vind het nu zelfs over-sentimenteel, typisch jaren ’80 over-geproduceerd) tegelijk met iets agressievers als zanger van The Who (‘You better you bet’ – ook niet hun beste nummer, vind ik nu). Toen ik ontdekte dat die twee songs door dezelfde kerel gezongen werden, raakte ik geïnteresseerd en, kort samengevat: inmiddels noem ik mezelf al 38 jaar Who-fan. Daltreys stem is een rode draad door mijn leven.

En dan zingt hij (achtergrond: Londense working class) daar ineens, bij die piano, ‘I don’t believe in an interventionist God’ – heel nadrukkelijk, heel verstaanbaar. Zo verstaanbaar dat ik meteen bij de eerste keer luisteren dacht ‘welke halve gare schrijft er nou zo’n beginzin van een popliedje, met het woord interventionist erin?’ Ik greep meteen naar het CD-boekje (ja, ik luister nog naar van die ouderwetse schijfjes) en zag: Nick Cave. Tsjonge.

Dat is wat Yke Schotanus foregrounding noemt, of ook wel strikingness: omdat het een songtekst is, kan zo’n zin en zelfs zo’n woord een veel grotere indruk maken dan in wat voor andere context dan ook. Dat zit hem in mijn kennis over muziek en Daltrey die mijn verwachtingen bepaalt, ook die op basis van de eerdere nummer sop de CD: ineens is daar een verrassing, een aandachtstrekker, en dat geeft attention, arousal en emotion. Nogal. Buiten deze context zou de zin me mogelijk niet eens opgevallen zijn.

Dat zit allemaal in het model van Schotanus en het klinkt misschien een beetje nogal wiedes, toch had ik me dit nog nooit zo gerealiseerd. Overigens, goede theorieën in de taalwetenschap hebben wel vaker een hoog nogal-wiedes-gehalte, omdat ze kennis expliciet maken die we allemaal hebben en dagelijks gebruiken – impliciet. Maar dat expliciteren moet je dus wel dóen!

Als ik wel…

Toen ik op zoek ging naar het boekje bij de CD, hoorde ik de rest van de tekst niet meer goed: ik was afgeleid. In Schotanus’ model heeft afleiding een plek, maar dan ‘distraction from elsewhere’, terwijl dit me eerder ‘distraction from within’ leek. Ik heb dat wel vaker, dat ik blijf haken aan een woord of aan een bijzonder grammaticaal dingetje, en dat ik daardoor even niet meer goed luister.

De tekst van ‘Into my arms’ is volgens mij sowieso lastig in één keer te begrijpen, omdat Nick Cave speelt met voorwaardelijkheid, met iets wat hij zegt en toch niet: hij gelooft niet in God, maar ALS hij in God zou geloven, zou hij Hem vragen…. Dus hij vraagt dat eigenlijk niet, maar zingt het wel. Daardoor is het geen simplistisch liefdesliedje; het bezingt geen ongecompliceerde liefde (het wordt dan ook wel aan Cave’s echtscheiding gekoppeld). Dat is wat me in tweede instantie trof aan de tekst: ik houd erg van gelaagdheid in een tekst.

Maar daarmee is het ook geen prototypische songtekst. Schotanus heeft het over de ‘moment-by-moment’ perception van een songtekst: de vluchtigheid van zang/muziek. Daardoor zijn songteksten in principe noodzakelijkerwijs eenvoudiger dan poëzie. Ik had bij vluchtige beluistering de ‘twist’ in dit nummer niet begrepen. Dan is het een liefdesliedje met een vreemde, zware beginzin.

Dat het geen simpele tekst is, bleek me wel kort nadat ik het nummer had leren kennen. Het werd toen in het Nederlands vertolkt bij DWDD in hun ‘Songs in the key of life’-serie, door Frank Boeijen. Als ik het me goed herinner, zei die ter introductie dat hij dat met God maar ingewikkeld had gevonden en er dus uit had gelaten. Ik dacht meteen: wat blijft er dan van over? Nou, niet zo veel inderdaad, en hier is het wél een simpel liefdesliedje – passend bij het thema ‘ware liefde’. Maar interessant is de tekst zo niet meer. Vind ik.

Herhaling en verrassing

Terug naar Daltrey. Gaandeweg het eerste couplet stijgt de muzikale spanning: het tempo versnelt en de toonhoogte stijgt. Die spanning wordt ingelost met tekstuele herhaling: ‘into my arms, o Lord’. En net als die herhaling saai dreigt te worden, komt er variatie en blijft ‘o Lord’ weg – dat is allemaal precies zoals Schotanus het voorspelt.

Het tweede couplet heeft dezelfde soort opbouw en herhaling, maar het derde is iets anders: er zitten minder lettergrepen op de muziek, het couplet eindigt niet al met de eerste ‘into my arms’ maar met ‘always and evermore’ en de laatste ‘into my arms’ in het refrein is anders geïntoneerd. Schotanus voorspelt meer verrassing tegen het eind, en dat klopt dus. Op een verwachtingspatroon dat in twee coupletten is opgebouwd kun je de derde keer variëren.

Bovendien moeten volgens Schotanus verrassingen en herhalingen inhoudelijk bij het nummer kloppen, en ook dat is het geval: de herhaling drukt de wens uit van de zanger en in het meest verrassende gedeelte, dat derde couplet, zet hij uiteen waar hij zelf wel in gelooft, nadat hij eerst heeft verklaard waarin niet: God en engelen. Hij gelooft wel in love – en net daar bereikt Daltreys stem een bijna peilloze diepte.

Always and evermore

Ik vind het een briljante tekst, die mij ontroert en raakt en die ik door hem zo te analyseren nog beter ben gaan begrijpen. Het was bovendien erg leuk om ‘m heel vaak te draaien – voor mijn werk, en op college zelfs.

Wel vind ik de tekst ondertussen een klein tikje seksistisch – dat ontdekte ik naar aanleiding van een eerder onderwerp in het college: het móet bijna wel door een man gezongen worden en – cliché – die wil niet dat z’n geliefde vrouw ooit verandert.

Aan de andere kant vind ik Daltrey een rolmodel in gracieus ouder worden. Zijn stem is er sowieso bepaald niet slechter op geworden met het klimmen der jaren, terwijl hij niet doet alsof hij nog 30 is. Toen hij dit opnam, was hij 74 en hij zingt de tekst veel zwoeler dan Cave in het origineel. Dat vind ik gaaf: op je 74e nog zo veel erotiek in je stem hebben. Cave’s origineel vind ik vlakker en moeilijker te verstaan, al kan ik dat laatste niet meer goed beoordelen: ik ken de tekst van buiten.

Ik ga de tekst ook nooit meer vergeten. Dat is nog iets wat ook Schotanus benoemt: dat songteksten wonderbaarlijk goed in je geheugen blijven hangen. Ik was vorige maand naar een concert van Paul Young, wiens nummers ik zo’n 30 jaar nauwelijks meer had gehoord, en ik zong ze nog zo allemaal mee. Een goede songtekst, die heb je voor always and evermore!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.