Lastig, die fietsers – so what?

Ik zag net een krantenkop die illustreert waarom het formuleren van een (één) hoofdboodschap zo belangrijk is:

Nederland ‘best voorbereid’ op autonome auto’s, fietsers maken komst lastig.

Dat zijn twee boodschappen; het deel voor de komma stuurt richting ‘dus die gaan er komen’, het tweede richting het omgekeerde. Dus wat moet ik nou denken/vinden, wat is de so what

Die blijkt pas als ik ga lezen: 

de opbouw van Nederland maakt het lastig om de zelfrijdende auto een prominente plek te geven in stedelijke gebieden

Okee, weet ik dat – maar dan vraag ik me af waar het deel voor de komma op slaat. ‘Goed voorbereid’ wil kennelijk zeggen: qua technologie, acceptatie van consumenten, wetgeving en infrastructuur. Ik zie het die consultants in een modelletje zetten en afvinken. Maar dan denk ik: dan heeft het criterium ‘overige weggebruikers’ ontbroken in de analyse. Dus het deel voor de komma is (denk ik) de uitkomst van de analyse, en ojee, toen waren er ook nog fietsers, model overhoop. 

En dat denk ik óók omdat ik zulke restantjes van een analyse wel vaker zie, en wel vaker ook zie dat die in de weg zitten voor het formuleren van een eenduidige hoofdboodschap.

Nederland is helemaal niet goed voorbereid op autonome auto’s: te veel fietsers. Soms kan een bevinding in één klein hoekje van je analyse de hoofdboodschap doen kantelen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.