De studie Nederlands maakte mij een expert-lezer

Het gaat in de algemene en mijn vak-media al dagen over het opheffen van de studie Nederlands aan de VU. Eén van de thema’s die vaak terugkomen is de vraag wat de meerwaarde is van de studie, los van de mogelijkheid tot het halen van een lesbevoegdheid. Waarom zou je de drie sub-disciplines – taalbeheersing, taalkunde en letterkunde (de laatste twee met hun historische benaderingen) – combineren tot één studie? Als je, zeg, in de praktijk van schrijven in organisaties wil werken, zoals ik, heb je dan niet meer aan alleen taalbeheersing, in combinatie met bijvoorbeeld Engels, communicatie of iets economisch of bedrijfskundigs? 

Het zette mij aan het denken over wat ik ervaar als de meerwaarde van mijn studie. Het is voor mij lastig om los te knippen: ik deed ook Algemene Letteren, ik ben daarna gepromoveeerd, en ik haalde mijn doctoraal lang (bijna 28 jaar) geleden. Toch durf ik wel een gok te doen. Bij historische taalkunde en bij letterkunde leerde ik twee dingen die voor mij van cruciaal belang zijn in het werk dat ik doe:

  • Bij een vak historische taalkunde van Arjan van Leuvensteijn leerde ik hoe je kritiek levert op de argumentatie in een wetenschappelijk artikel. Ik zie dat als cruciale stap in mijn ontwikkeling van lezen om te leren wat er staat (en als je het dan niet begrijpt of niet overtuigd bent, ligt het aan jou als lezer) naar écht kritisch lezen, waarbij het de schuld van de schrijver is als het niet duidelijk of overtuigend is. Met kritisch lezen verdien ik mijn brood – je kunt niet redigeren of feedback geven op een tekst als je bij twijfels over de tekst denkt dat het aan jezelf ligt. Sterker nog: inmiddels is ‘de lezer heeft altijd gelijk’ misschien wel  hét uitgangspunt in het werk dat ik doe. Als daar discussie over is, zie ik mezelf nog wel eens terug in dat kleine collegezaaltje, klein groepje studenten rond een tafel, Arjan aan het hoofd – en dan ben ik hem heel dankbaar. (Het grappige is: inhoudelijk kan ik me niets meer van het vak herinneren. En ik had ditzelfde natuurlijk ook bij een ander vak kunnen leren, maar het gebeurde hier.)
  • Bij letterkunde heb ik geleerd om overzicht te krijgen over grote hoeveelheden ongeordende stof (teksten). Ik deed een keer een bijvak psychologie en ik kon bijna niet geloven hoe gestructureerd die stof was: 13 colleges, boek met 13 hoofdstukken, elk hoofdstuk was even lang en begon met een vooruitblik en eindigde met een samenvatting en een checklist of je alles  wel begrepen had. Ik vond dat een lachertje: ik haalde het vak in minder dan een kwart van het aantal uren dat ervoor stond. Voor tentamens letterkunde moest ik me door enorme stapels heenlezen, van zowel primaire als secundaire literatuur, uit allerlei hoeken en gaten, deels zelf bij elkaar gezocht, nauwelijks ‘verdidactiseerd’ – en daar moest ik dus de hoofd- en bijzaken van leren scheiden, want anders was het niet te doen. Nog steeds merk ik dat ik in vergelijking met anderen heel handig ben in snel overzicht krijgen over documenten. Dat maakt me efficiënt in mijn werk, maar ook privé is het handig. Geef mij maar even een reisgids en binnen een paar minuten weet ik waar we heen moeten.

Deze twee dingen komen volgens mij samen neer op een heel grote expertise als lezer. Dat is waarom ik ooit Nederlands ben gaan studeren: omdat ik graag las (en schreef). Dat doe ik nog steeds, ik heb er mijn vak van gemaakt. De studie was wat mij betreft super waardevol. En dan gaat het dus niet eens zozeer om de inhoud, nouja, ook, en zeker voor wat betreft mijn specialisatie, de taalbeheersing. Maar van ‘de rest’ heb ik vooral vaardigheden en een bepaalde houding meegekregen. En die heb ik net zo hard nodig als die inhoudelijke kennis.

Ik ben er trots op neerlandicus te zijn.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.