De sturende kracht van de hoofdboodschap

Misschien valt het me extra op sinds ik een boek over de sturende kracht van taal heb gelezen: de sturende kracht van de hoofdboodschap. Al eerder pleitte ik ervoor de hoofdboodschap te gebruiken als overkoepeling van een aantal maatregelen om de urgentie daarvan aan te geven. De laatste tijd heb ik een paar keer ervaren dat een tekst zonder goede, eenduidige, geïntegreerde hoofdboodschap onduidelijk stuurt.

Onduidelijke sturing is er bij bijvoorbeeld twee delen in de tekst, bijvoorbeeld als een onderzoek het functioneren van iets heeft geëvalueerd. Het eerste deel beschrijft dat het op dit moment goed gaat; het tweede deel dat het kwetsbaar is voor de toekomst. Die twee delen zijn ook nog wel samen te nemen tot een soort-van hoofdboodschap, dus iets als: ‘op het ogenblik functioneert het prima, maar het is voor de toekomst wel kwetsbaar’. Dat soort hoofdboodschappen sturen twee verschillende kanten op. Het eerste gedeelte sust in slaap, het tweede gedeelte alarmeert.

Het klinkt soms wat flauw, de verplichting de hoofdboodschap te laten bestaan uit één volzin, dus zonder en, maar, komma’s, voegwoorden enzovoort. Maar dat is dus hiervoor: dan stuurt de hoofdboodschap in elk geval één kant op. Dat is in dit soort gevallen wat mij betreft niet zozeer multiple choice (één van de twee boodschappen kiezen), maar meer van een actiegerichte so what.

Okee, denk je dan als adviseur… dus enerzijds is het goed en anderzijds niet toekomst-proof. Wat betekent dat samen, wat moet de klant nou doen? Is dat meer ‘voorlopig hoef je niets te doen’ of ‘ga aan de slag met toekomstbestendig maken’? Dát wil een lezer/klant weten. Dan voelt hij zich duidelijk gestuurd. En geholpen. Vandaar die hoofdboodschap.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.