Dwangmatig schrijven, fraai samengevat

Cover You are not a rockSinds ik vorig jaar in de zomer het boek Peak Performance leerde kennen, volg ik beide auteurs op Twitter en via hun nieuwsbrief. Dat is al een paar keer zeer de moeite waard geweest, zowel voor mijn tekst- en schrijfwerkzaamheden als voor die in de sport. Vandaar dat ik onlangs hun boekentip opvolgde en You are not a rock. A Step-by-Step Guide to Better Menta Health (for Humans) van Mark Freeman las, volgens Stulberg het beste boek over mentale gezondheid.

Ik vond het inderdaad een goed boek, waarin ik veel herkende van de ACT, waarin ik zelf ook een opleiding heb gevolgd en enthousiast over ben. Alleen al de titel is gaaf. Die loopt als een rode draad door het hele boek: minder willen voelen, minder narigheid willen voelen natuurlijk vooral, is niet ‘des mensen’, want dan wil je dus eigenlijk een rots zijn, want rotsen voelen niks. Waar het om gaat is het inzicht dat de narigheid in je hoofd zit,  en dat je je er dus niets van hoeft aan te treken om je leven te leven volgens je eigen waarden. Dat is de mini-samenvatting.

Voor schrijven pik ik er twee dingen uit. Ten eerste: neurotisch schrijfgedrag. Het boek gaat veel over obsessief, dwangmatig gedrag (‘compulsions’), en daarvan geeft Freeman af en toe schrijven als voorbeeld. Het gaat dan vooral om eindeloos je mails herschrijven of – na versturen – herlezen uit angst dat er misschien een fout in staat, en daar dus een heleboel tijd aan verliezen en bepaald niet gelukkiger van worden. 

Het is in mijn vakgebied onderbelicht – schrijfprocesonderzoek vindt vooral plaats onder op dat gebied gezonde mensen, vaak zelfs onder goede schrijvers (zoals het klassieke onderzoek van Flower & Hayes). Dat schrijfgedrag af en toe ontspoort, daarover praten maar weinig mensen.  Maar ik heb er in de loop der jaren wel wat van gezien of gehoord.  Een paar voorbeelden:

  • Ik heb vanaf de zijlijn acht jaar lang af en toe meegekeken met iemand die een boek aan het schrijven was, en die in die acht jaar bijna alleen maar met de structuur bezig is geweest. Tot wel drie decimalen nauwkeurig. Het was nog niet af. Elke nieuwe gedachte leidde weer tot een nieuwe structuur, die hij elke keer tot in de puntjes door-uitwerkte. Maar aan echt schrijven, in de zin van tekst produceren, kwam hij nauwelijks toe. 
  • Ik heb een verhaal gehoord over iemand die een groot deel van de werkweek voor zijn vakantie bezig was met het schrijven van een simpele overdrachtsmail van een handvol alinea’s, aan een paar mensen die hij goed kent en in die week elke dag zag.  
  • Van mijn tijd in de wetenschap herinner ik me een paar ‘gevallen’ van proefschriften die nooit af kwamen, althans, die tientallen jaren ‘bijna af’ waren. De schrijver was daar eindeloos aan aan het bijschaven en -poetsen. In één geval herinner ik me dat de schrijver zelf in elk geval wel in de gaten had dat het was uit angst om het boek de grote, boze buitenwereld in te sturen. Zo lang het niet af is, kan het niet falen in de ogen van die buitenwereld.

In mijn trainingen gaat het wel over het schrijfproces en minder efficiënte aanpak ervan, maar nooit over ontsporend schrijfgedrag. Ik weet ook niet of deelnemers ervoor uit zouden durven komen. Maar ik ga er wel eens op letten, of ik er sporen van zie. In elk geval is het voor sommige schrijvers nodig om het belang van correcte afwerking te relativeren.

Dan het tweede punt, over de vorm.  Het boek eindigt met een slothoofdstuk met samenvatting. In die samenvatting zijn sommige stukjes zin vet gedrukt, en die corresponderen precies met de hoofdstukken van het boek: in hun formulering en in de volgorde. Dat vind ik een knappe manier om in een samenvatting de relatie met het grotere geheel en tussen de delen van dat geheel duidelijk te maken. De stukjes vet zijn net zichtbaar op deze scan:

Tekst met wat vet

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.