Freewriting lezergerichtheid?

Even een lijntje leggen van eergister naar eerder deze maand. Gister constateerde ik dat lezergerichtheid hartstikke lastig is, en dat zie ik ook om me heen als ik schrijftrainingen geef. Dieptepunt daarvan was die keer dat een deelnemer verzuchtte ‘ik heb me nooit eerder gerealiseerd dat je bij het schrijven rekening moet houden met een lezer’.

Aan de andere kant sluipt lezergerichtheid er heel makkelijk in. In de cursus creatief dagboekschrijven die ik begin deze maand volgde, was het nadrukkelijk de bedoeling echt alleen maar voor jezelf te schrijven, het zogenaamde free writing. Maar je kreeg wel de kans om na dat schrijven de tekst voor te lezen. Dat hoefde niet, je mocht passen, maar het wel doen werd aangemoedigd.

Mij viel op dat de voorleesmogelijkheid het schrijven onmiddellijk beïnvloedde. Ik merkte het zelf, en de eerste die voorlas, las ‘… zoals Peter, mijn zoon van 17, zei…’ Het stukje tussen komma’s zou je bij freewriting nooit toevoegen. Je weet wie Peter is, immers. De toevoeging staat er alleen maar omwille van het publiek. Terwijl je alleen maar voor jezelf hoefde te schrijven!

Hoe kan dat nou: als het moet, lukt het niet, en als het niet hoeft, gaat het vanzelf. Vanwaar dat verschil? Ik denk aan twee dingen:

  1. De directe nabijheid van de lezer maakt verschil. De tekst over Peter werd geschreven in aanwezigheid van de ‘lezers’, de andere cursisten, en ook onmiddellijk aan hen voorgelezen. Dat helpt natuurlijk: de lezer is geen abstractie.
  2. Bij schrijven ‘om het echie’ staan tussenliggende gedachten lezergerichtheid in de weg. Daarmee bedoel ik dat schrijvers in de praktijk vaak worstelen met allemaal dingen die moeten en niet mogen in hun teksten die niets met de lezer te maken hebben. Om er een paar te noemen: ik moet wel echte schrijftaal gebruiken, ik mag geen ik gebruiken, mijn tekst moet wel juridisch waterdicht zijn, ik mag geen spelfouten maken, ik moet wel als serieuze adviseur overkomen, ik moet het net zo doen als mijn baas, enzovoort, enzovoort. Door het ‘geweld’ van al die belemmerende gedachten gaat de natuurlijke, vanzelfsprekende lezergerichtheid verloren.

Door dat tweede punt treedt er dus een paradox op: juist door alleen voor jezelf te schrijven, verdwijnen al die moetens en mag-niets naar de achtergrond, en wordt die tekst lezergerichter. De kunst van lezergericht schrijven is dus dat je dingen afleert; belemmerende overtuigingen los laat. En dat je je interne criticus het juiste werk laat doen: wel letten op de inhoud, wel letten op lezergerichtheid. Free writing kan daarbij helpen; het is een manier om de interne criticus te temmen.

De ervaring van mijn trainingsdeelnemers sluiten hierbij aan. Als ze oefeningen met free writing doen, is de reactie elke keer weer: ‘Hé, dat is makkelijk, dat is leuk, en het is helemaal niet slecht geschreven… maar wel heel anders dan het echte schrijven’. Nou, dat laatste, dat hoeft dus niet!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.