Handleiding bij boek

Ik heb de afgelopen dagen met veel plezier Wie gelooft die renners nog? van Hans Vandeweghe gelezen. Inhoudelijk vond ik het zeer interessant en ook enkele tekstuele keuzes vond ik opmerkelijk – en daar gaat het op dit weblog over. Het boek begint met een ‘Handleiding tot dit boek’, met dit als eerste alinea:

Het maakt mij niet uit hoe u dit boek leest, want elk hoofdstuk staat min of meer op zichzelf, maar het zou handig zijn als u eerst dit stukje leest, en vervolgens de inleiding, enzovoort. zo werkt het concept ‘boek’ nu eenmaal, en zeker een boek over doping is geen verzameling korte verhalen of columns.

Ik snap niet precies wat de schrijver hiermee wil zeggen – maakt het nou wel of niet uit hoe ik lees? Maar ik vind het ook een opvallende en daardoor grappige poging om de lezer te sturen – want o, wat zijn lezers eigenwijs! Ze gaan hun eigen gangetje met teksten en dat heb je als schrijver maar te accepteren. In mijn eigen piramideprincipe-onderzoek bleek al een aantal keren dat ze bovendien nogal blind zijn voor leeswijzers. Ik vraag me dus ook af hoe veel lezers zich wat hebben aangetrokken van Vandeweghes handleiding.

Daarna volgt een dijk van een inleiding, die mij aan het eind zelfs behoorlijk wist te raken, als Vandeweghe uitlegt aan wie hij het boek opdraagt en waarom. Dat zet een zeer hoge verwachting – als een inleiding van non-fictie al ontroert…

Het boek viel me tekstueel daarna wat tegen, moet ik zeggen. Niet inhoudelijk, daarin geeft het veel stof tot nadenken. Maar ik had in de handleiding wel behoefte gehad aan instructies over twee andere onderwerpen, of liever gezegd, twee redactionele keuzes stoorden me:

  • Het grote aantal voetnoten. Wat mij betreft geldt in niet-wetenschappelijke teksten dat er geen voetnoten in thuishoren, behalve dan héél misschien en zeldzaam voor bronnen ofzoiets. Heb je de neiging om voetnoten te gebruiken? Verwerk de informatie in de lopende tekst of laat weg. Met dat advies was de leesbaarheid van dit boek sterk toegenomen. Er zijn pagina’s met wel drie voetnoten, met allerlei verschillende soorten informatie erin, die je soms wel en soms niet kunt missen. Steeds moet je dus uit het gewone lineaire lezen stappen – mij irriteerde dat.
  • De rol van de bijlagen. Bijlagen horen wat mij betreft niet in het lopende verhaal thuis. Dus als ik dan op p. 164 lees dat ik ‘voor een goed begrip van wat volgt’ eerst twee lange stukken in de bijlage moet lezen, dan klopt er iets niet. Dan hadden die stukken daar dus moeten staan. En een van de aller-interessantste stukjes informatie staat ook in een bijlage. Het is het enige beeld ook, een prachtige grafiek die laat zien wat het effect is geweest van de opspoorbaarheid van eerst EPO en daarna bloedtransfusies. Zonde om die in een bijlage te stoppen!

Het boek wekt de indruk met haast tot stand gekomen te zijn, toen doping ineens ‘hot’ werd. Nouja, vooruit dan maar – ik ben omwille van de inhoud en het standpunt blij dat het er is!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.