Inlevingsvermogen gaat twee kanten op

Op één van mijn andere weblogs schreef ik dit weekend een stukje over twee wielerboeken die voor mij verschillen in de mate waarin ik het besluit van de fietsende hoofdpersoon om op te geven kan meevoelen. Dan gaat het dus om de mate waarin ik me kan inleven in de hoofdpersoon. Hier wil ik er nog één gedachte aan toevoegen.

Het woord ‘inleven’ komt bij schrijven ook vaak andersom voor; ik zeg het bij trainingen wel tientallen malen: je moet je als schrijver kunnen inleven in de lezer. Als er één vaardigheid cruciaal is, dan is het wel dat. Het zit daarom zelfs achter de titel van mijn boek Adviseren met Perspectief: dat perspectief, dat is dat van de ander. In het boek werk ik een methode uit die, als je het goed doet, dat lezersperspectief in de tekst tot uitdrukking brengt. Het is een methode die je inleven als het ware afdwingt.

De twee verschillende vormen van inleven hebben alles met elkaar te maken. Om ervoor te zorgen dat ik me kan inleven in de hoofdpersoon, moet de schrijver zich kunnen inleven in mij als lezer: wat is wel invoelbaar, wat niet? Je moet je dan dus als schrijver kunnen voorstellen wat een lezer straks denkt, weet, voelt, ziet als hij/zij aan het lezen is, in vaktermen de ‘mentale representatie’ van de tekst. Dat wordt wel gezien als de hoogste kunst der schrijfvaardigheid, die alleen is weggelegd voor ervaren en goede schrijvers.

De methode in Adviseren met Perspectief is eigenlijk een soort trucje om toch lezergerichte adviesrapporten te kunnen schrijven als het je (nog) niet lukt om de mentale representatie van de lezer in te schatten. Omdat dat dus zo moeilijk is. Moeilijk, maar wel belangrijk. Inleven is tweerichtingsverkeer!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.