Nogmaals ik

Een tijdje geleden kondigde ik aan dat ik zou meedoen aan de ‘Middag van het ik’, een symposium op de Universiteit Leiden, en dat ik hier zou rapporteren wat die middag, afgelopen vrijdag, op zou leveren.

Welnu, dat was niet zo heel veel. Nouja, niet voor schrijvende professionals. Ik heb me zelf prima vermaakt. Ik kon me eigenlijk niet herinneren wanneer ik voor het laatst letterkundige praatjes bij had gewoond, bijvoorbeeld, en dat was wel weer eens leuk, bijvoorbeeld over de vraag wanneer een tekst een autobiografie is. Ook het interview met Hermans-biograaf Willem Otterspeer was boeiend en motiveerde me om weer eens wat meer van Hermans te gaan lezen – want ook daarvan kon ik me niet heugen hoe lang het geleden was.

Maar praktisch nut voor schrijvers in de praktijk was er niet zo veel. Het enige wat ik hier te melden heb, komt voort uit mijn eigen praatje, over het probleem van ik in zakelijke brieven. Ik had daar al eerder over nagedacht en op dit blog over geschreven. Er weer eens fris over nadenken leverde op dat ik nu scherper inzie dat als ik registeraccountants-in-opleiding uitdaag om ik te schrijven in hun brieven, ik hen uit drie comfort zones tegelijk trek:

  1. Het comfort van de conventie, de oude schoolmeester-schrijfwijsheden, voor wie ik in een zakenbrief taboe is  – grappig genoeg ging het tijdens de Middag van het Ik ook  nog over brieven uit de 17e en 18e eeuw, en daarin komt bijna geen ik voor, uit diezelfde conventie.
  2. Het comfort van het conformeren. Want ‘zo gaat het nou eenmaal bij ons op het kantoor’ of ‘zo hoort dat voor een register-accountant’ geeft natuurlijk ook de broodnodige veiligheid voor iemand die nog bezig is de hiërarchische ladder te beklimmen, oftewel: die midden in het socialisatieproces tot accountant zit.
  3. Het comfort van de veiligheid van de vakinhoud. Ik en ook u durven schrijven hoort bij het aangaan van een echte adviesrelatie, bij niet meer alleen de cijfers en getallen oplepelen, maar iemand persoonlijk verder helpen. Voor elke jonge adviseur is dat een beetje eng, want je bent van huis uit vakspecialist en nu moet je je met mensen bezighouden, een relatie aangaan.

Er zou hier misschien nog een vierde comfort zone achter passen: die van het juridisch ingedekt zijn. Dat is immers wat er zo vaak geroepen wordt ter verdediging van stroef schrijven: anders is het niet juridisch waterdicht. Maar als je daar goed naar gaat kijken, met een jurist erbij, kan er eigenlijk altijd best wel wat (dat blijkt ook uit onderzoek): waar een wil is, is een weg. Het roepen van ‘zo moet het want anders is het niet juridisch waterdicht’ is een teken van weerstand tegen verandering, van verzet tegen die drieledige bedreiging van de zekerheid en veiligheid van de nog relatief onervaren schrijvers.

Het lijkt zoiets kleins: ik gebruiken of niet in een brief. Maar er zit veel achter. Vandaar ook dat het zo veel oproept in trainingen. Het stukje dat ik schreef in juli 2008 was gebaseerd op een zeer verhitte discussie in een training. Ik begrijp steeds beter waarom de emoties toen zo hoog op konden lopen…


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.