Recensie Het Snapgevoel deel 2: overdosis aankondigingen

Vorige week schreef ik deel 1 van een recensie, over de inhoud, hier deel 2 over Het snapgevoel. Hoe de illusie van begrip ons denken gijzelt over de vorm. Ik kondigde het al aan: ik vind het boek te lang. De auteurs hebben te veel woorden nodig om hun punt te maken. Dat punt had ik al grotendeels te pakken op die zondagochtend dat ik erover hoorde op tv. Maar het duurt het honderd pagina’s voordat het boek ter zake komt, en zelfs dan ervaar ik het af en toe nog als langdradig. Voor mij als schrijfadviseur altijd interessant waar dat ‘m in zit.

In de eerste plaats had er inhoud uitgekund. Het hoofdstuk wetenschapsfilosofie en kennisleer (hoofdstuk 2, 40 pagina’s) lijkt me een vlees-noch-vis-hoofdstuk: voor kenners overbodig en voor leken te kort en daardoor te moeilijk. Als het erin moet blijven, dan zou ik zeggen: kom eerst ter zake, en geef dan pas verdiepende achtergrond.

In de tweede plaats neemt de tekst af en toe een gek aanloopje. . Een voorbeeld staat op p. 79, de inleiding tot hoofdstuk 3. Het gaat daar eerst over parasolmieren, die een soort landbouw ontwikkeld hebben. Dan volgt een zinnetje ‘Wij, mensen, hebben ook een landbouwtechniek ontwikkeld, maar die is afhankelijk van onze aangeboren capaciteit te leren. Daarin verschillen we van parasolmieren’. Vervolgens gaat de rest van het hoofdstuk over menselijk leren. Wat doen die parasolmieren er dan toe? Ik noem zo’n start de ‘and now, for something completely different’-inleiding: leuk bedachte anekdote, maar dan ineens een wending naar iets anders en dát is het eigenlijke thema.

Ten derde blíjven de auteurs maar aankondigen. Ik houd wel van een structuuraankondiging op zijn tijd, sterker nog: die zijn nodig om lezers op het juiste spoor te houden. Maar dit boek bevat een overdosis. P. 13/14 zijn twee pagina’s leeswijzer ‘van de argumentatie’ – maar het is geen overzicht van de argumentatie, maar een samenvatting van het boek. Op p. 37/38 alweer anderhalve pagina ‘vooruitblik’ en bijvoorbeeld op p. 173/174 ook nog eentje, vooruitblikkend op het slot van het boek.

Verder wemelt het van zinnetjes als ‘We leggen dit dadelijk, en in hoofdstuk  vier, nader uit’ (p. 91). Of van zinnen aan het eind van een paragraaf die alvast een opzetje doen naar de volgende, zoals verder op diezelfde pagina, de laatste zin in een stuk over de tweede manier van leren: ‘We kunnen dat begrijpen als we naar de derde manier van leren (…) kijken’ – gevolgd door een witregel, en dan een kopje ‘Leren: stadium 3’.

Het laatste type aankondigingen laat zien dat de manier van aankondigen kettingvormig is: de laatste zin van de eerdere alinea maakt een bruggetje met de volgende alinea. Net zoals die ‘vooruitblikken’ aan het eind van hoofdstukken vooruitblikken op het volgende hoofdstuk of de volgende hoofstukken. Ik houd meer van hiërarchische structuren en dito aankondigingen, en dan één keer goed en niet steeds opnieuw. Ik weet niet in hoeverre dat een kwestie is van persoonlijke smaak. Ik kom ook wel eens mensen tegen die een hekel hebben aan álle structuuraankondigingen, maar misschien zijn er ook wel voor wie het in Het Snapgevoel nog niet te veel is?

Ik ervaar de combinatie van wetenschapsfilosofie, die parasolmieren en de vele aankondigingen als arrogant: de schrijver wil veel kennis kwijt en schat mij als lezer als zo dom in dat ik veel aankondigingen en vooruitblikken nodig heb. Met een minstens 50 pagina’s dunner boek had ik het aardiger gevonden.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.