Schrijfboek blijkt taaie kluif

Via een weblog over schrijven in organisaties was ik geattendeerd op het boek Several short sentences about writing van Verlyn Klinkenborg. Het klonk interessant, dus ik heb het boek gekocht en ben eraan begonnen. Ik ben tot ongeveer de helft gekomen, en toen heb ik het opgegeven. Er staan hartstikke interessante en vernieuwende ideeën over schrijven in, maar ik vond het lezen een veel te taaie kluif. En daarom geloof ik die ideeën ook niet zo.

Het boek ziet er helemaal zo uit, dit is een willekeurige pagina:

severalshortsentences

 

Elke zin begint aan de kantlijn, en soms springt de zin zelfs middenin naar de kantlijn, zoals achter een komma. Er is verder geen hiërarchie of indeling, niet anders dan de witregels tussen de alinea’s en die streep om inhoudelijke blokken van elkaar te scheiden. Maar die hebben verder geen naam of inleiding of wat dan ook.

Met deze manier van schrijven denk ik dat Klinkenborg schrijft volgens zijn eigen uitgangspunt: de taak van de schrijver is het maken van zinnen. Niet meer en niet minder dan dat. Je bedenkt een zin, schrijft hem op, en gaat dan door naar de volgende zin. Dat is alles.

Dat is een interessante gedachte, en in het uitwerken ervan zegt Klinkenborg ook nog een boel andere interessante dingen, die ook nog eens ingaan tegen veel gevestigde kennis. Bijvoorbeeld, dat zie je net in het stuk hierboven, dat je niet mag ‘outlinen’, dus niet vooraf een structuur bedenken. Nou is er inderdaad tegen dat outlinen wel wat in te brengen, onder andere dat je daardoor tijdens het schrijven minder op nieuwe ideeën komt. Maar een tekst is toch echt niet alleen maar lineair, zin-na-zin. En niet elke schrijver komt spontaan met veel denkwerk tot een serie van heldere zinnen waarmee de lezer uit de voeten kan.

Tot zo ver toch nog niks aan de hand. Ik vind het prima om ideeën te lezen waar ik het soms wel en soms niet mee eens ben. Dat was het probleem niet. Nee, ik werd als lezer doodmoe. Van steeds maar dat springen naar de kantlijn. Van steeds opnieuw weer al die brokjes aan elkaar proberen te lijmen. Steeds maar de verbanden zelf in moeten vullen. Daardoor ging ik de schrijver als pedant ervaren: wie ben jij om mij zo weinig tegemoet te komen en me daardoor te vragen me zo in te spannen?

Ik knapte daarop af. Als ik er niet doorheen kom, en ik neem mijn eigen leeservaring serieus, dan zijn er dus lezers die niet uit de voeten kunnen met deze manier van schrijven. En dus is het geen aanbevelenswaardige manier, geen handige didactiek. Als er één inzicht in ontbreekt, is het wel dat lezers verschillen. Sommige lezers, zoals Alison van het weblog Writing in Organisations, spreekt Klinkenborgs stijl aan; andere niet – en zo zijn er wel meer verschillen. Als je je lezers niet door-en-door kent, is het wel zo netjes hen wat meer tegemoet te komen. Vind ik. En dat doe je onder andere door meer verband in je tekst aan te brengen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.