Studenten lezen efficiënt en strategisch

Zoals ik hier onlangs schreef, zijn we op het college Tekst- en gespreksanalyse bezig geweest met lezen. Als slotopdracht van dat thema interviewden de studenten elk één student-lezer van een niet-talige opleiding (want die weten er misschien te veel van af om onbevangen te reageren) over diens leesgedrag.

Er zijn acht interviews gehouden, dat is te weinig voor generalisaties maar genoeg voor een paar indrukken. Wat me het meest opvalt is dat die studenten als het ware zakelijker lezen dan de zakelijke lezers van wie ik eerder zulke interviews las. Geen van de studenten heeft er veel moeite mee om te scannen en stukken over te slaan: de ‘must’ van alles lineair lezen om het te kunnen onthouden lijkt niet zo zwaar op hun schouders te drukken.

De studenten hebben ook ieder een eigen strategie, en daar zijn ze zich van bewust. Die strategieën lopen uiteen, tot zelfs tegenovergesteld aan elkaar: er is er eentje bij die lineair leest als het belangrijk, want anders raakt ze de draad kwijt, terwijl een ander zegt juist van lineair lezen de draad kwijt te raken – die doet o.a. aan scannen en selecteren. Twee lezers in het medische vakgebied spreken elkaar ook tegen: volgens de een moet je van medische teksten echt alles grondig lezen, de ander kan dat genre juist heel selectief doornemen. Het vakgebied is waarschijnlijk minder bepalend dan ze zelf zijn. Eén van de interviews heeft dan ook als conclusie dat lezen net zo persoonlijk is als je vingerafdruk.

De leesstrategieën zijn vooral gericht op efficiëntie en tijdwinst. Daarbij valt op dat er een paar zijn die zeggen meer over te gaan slaan als de tijd gaat dringen – dat is een riskante strategie. Wat me ook opvalt, is dat twee studenten aangeven het belangrijkste steeds aan het eind van een alinea, paragraaf of tekst te vinden. Hun teksten hebben dus kennelijk geen hoofdboodschap voorop?

Daarnaast lezen de studenten strategisch: gericht op hun eigen leesdoel. Ze maken een inschatting van wat ze moeten doen met een tekst, en kunnen ze dus onderscheid maken in het lezen van een tekst die ze voor een tentamen moeten kennen, ter voorbereiding op een college, om inspiratie uit op te doen voor eigen onderzoek, of voor iets praktisch wat ze moeten doen, zoals in het geval van een patiëntverslag in de geneeskunde. Als er geen helder doel is, ‘moeten’ ze toch wel alles lezen, vinden ze.

Op het college ging het over normen voor goed lezen, en die blijken de studenten ook wel te hanteren, al vergde dat wel wat doorvragen. Eentje zei dat ze ‘gewoon’ las, en dat bleek te zijn: lineair, alles (in de praktijk las ook zij leesdoelgericht overigens). Ook dat ‘de draad kwijtraken’ van hierboven is wel degelijk een norm: dat is niet de bedoeling kennelijk; aandacht erbij houden zodat je begrijpt wat je leest wel, maar dat is best lastig.

Efficiëntie is misschien zelfs dé norm: geen van de geïnterviewden heeft iets gezegd over lezen voor de lol en het is fijn als het verplichte nummer snel voorbij is. Althans, is dat efficiënt of effectief, of het is lui en nonchalant? Dat vragen er twee zichzelf af, en het is natuurlijk maar net hoe je het bekijkt.

Het lezen-als-verplicht-nummer blijkt ook uit één overeenkomst met de zakelijke lezers: de studenten vinden veel van hun leesteksten onnodig lang. Hopelijk weten ze dat nog als ze later in hun beroepspraktijk zelf gaan schrijven.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.