Verbulleting

Vorige week kreeg ik als feedback op een door mijzelf geschreven tekst (projectvoorstel) dat het ‘wollig’ was. Dat verbaasde me nogal. ‘Wollig’ is niet bepaald een kwalificatie die ik vaak hoor over mijn eigen teksten, en deze tekst had ik expres al sterk onderverdeeld met een goed zichtbare structuur: de ruim drie pagina’s telden acht kopjes en zes bullet-opsommingen.

Het moderne schrijven is dat, met weinig lopende tekst en veel ‘chunks’ en bullets. De moderne lezer heeft immers moeite met ‘lange lappen tekst’. Ik pas me daaraan aan en vind het ook wel leuk om ermee te experimenteren zonder de kwaliteit van de inhoud te grabbel te gooien (in Afzien voor Beginners doe ik dat experimenteren ook). Eén van de dingen die ik bijvoorbeeld belangrijk vind, is dat bullets alleen maar staan voor de leden van een echte opsomming – iets wat tegenwoordig ouderwets streng is.

Toch bleken het bij nader inzien niet genoeg bullets te zijn voor deze lezer. Of liever gezegd: het probleem was dat er één wat langer stuk tekst in stond. Eén van de bullets was in totaal 325 woorden lang, met ook nog twee onderverdelingen, namelijk in alinea’s en een sub-opsomming. Maar toch een flink stuk tekst. ‘Dat lezen ze niet meer’ zei mijn contactpersoon.

Dat vond ik toch wel schokkend. Ik wéét dat mensen hoe langer hoe meer afknappen op lange lappen tekst, maar hoe lezen ze dan de krant? Eind van het verhaal was dat de contactpersoon en ik hebben overlegd en elk een stukje herschrijving voor onze rekening hebben genomen. Aan het ombouwen van die 325 woorden tot een tabelletje hebben we samen in totaal minstens 3 uur besteed: overleg, hij een poging, ik een correctie, hij een slot-redactieronde. Toen was het voorstel wel okee, maar hoe reëel is dat nog? Je bent als schrijver service-verlener aan de lezer, maar dit gaat wel heel ver.

En er speelt nog iets anders. Ook vorige week hoorde ik een toepasselijke anekdote van een trainer die met rollenspellen werkt. Onder druk van de tijdsgeest had hij de tekstjes met rolbeschrijvingen veranderd in bullet-opsommingen. Wat bleek? De rollenspellen werkten niet meer.

Zijn verklaring was dat de bullets juist voor een gebrek aan samenhang hadden gezorgd. Het waren schijn-opsommingen, want inhoudelijk waren de verbanden veel subtieler dan die van de lijst. Met bullets ziet het er gestructureerder uit, maar het verband is eruit.

Ik denk bovendien dat je inleven in een rol beter gaat met een narratieve (verhalende) tekst dan met een bullet-opsomming. Identificatie heeft met narrativiteit te maken. En door middel van identificatie overigens ook met overtuigingskracht: een verhaal kan overtuigen, iets waar in de zakelijke omgeving steeds meer aandacht voor is (‘corporate storytelling’).

Een stukje tekst dat niet in bullets staat niet meer willen of kunnen lezen en meteen als ‘wollig’ veroordelen, daarmee doe je jezelf tekort. Maarja, wat doe ik eraan?


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.