Suf blokje

Nog zo’n zomerwaarneming. Geen bordje dit keer, maar iets op tv. Ik keek gister op Ziggo naar de voetbalwedstrijd van Ajax tegen PAOK Saloniki. Ik kijk anders nooit Ziggo, dus het kan zijn dat ik iets niet bepaald nieuws waarnam, maar ik vond het wel opvallend suf.

In de eerste helft viel me op dat er een blokje met ‘1H’ erin naast de klok stond. Ik had geen idee wat dat betekende, totdat het in de tweede helft ‘2H’ geworden was:

Eerste helft en tweede helft.

Maar, uh… de eerste 45 minuten (met wat extra tijd, die apart staat aangegeven) van welke voetbalwedstrijd dan ook zijn altijd de eerste helft. En boven de 45 minuten is het altijd de tweede helft.

Volstrekt overbodig blokje dus. Het voegt geen zinvolle inhoud toe aan wat je ook al op de klok kunt zien. En dan is het een niet-functioneel blokje. Weg ermee!

(Of zijn Ziggo-kijkers zo dom?)

Tsjakka X 4

Het is nog steeds zomerrustig hier, dus ik heb niet zo heel veel inhoudelijks te melden. Ik zag daarnet wel weer een leuk bordje, nouja, niet één, ik zag er minstens vier zo:


Nou is daar in de buurt wel een TjaLklaan, dus met een L erin, en ik denk dat ze die bedoelen. Maar ik schoot in de lach door de associatie met Tsjakka.

Dat je dan dus gewoon door de stad fietst en ineens aan Emile Ratelband moet denken, door een viervoudige spelfout…

Lege stoel voor de lezer

Ik pikte vorige week zaterdag een ideetje op uit de column over de groeiende macht van Amazon van Marc Hijink in de Economie-bijlage van de NRC (20 juli, p. E2). Amazon organiseerde een mediadag in Amsterdam om de strategie toe te lichten. Hijinks was daar, hij schrijft:

We hoorden over de ‘obsessieve’ aandacht voor de consument, die nú wil bestellen en gisteren geleverd wil hebben. Amazon vindt De Klant zo belangrijk dat ze bij vergaderingen een lege stoel aanschuiven. Opdat men de klant niet vergete.

Hijink is kritisch op Amazon, dat een ‘geoliede behoeftebevredigingsmachine’ bouwt en er in Nederland hard aan trekt om ons meer pakjes te laten bestellen, die allemaal in plastic verpakt met dieselbusjes bezorgd moeten worden. Dat vind ik een terecht punt.

Desalniettemin vind ik die lege stoel wel een goed idee. Ik weet niet hoe het zit met klanten in zo’n bedrijf als Amazon, maar ik weet wel dat experts makkelijk hun lezer vergeten.

Dus daar ga ik mee experimenteren, in een schrijftraining of overleg over een tekst: een lege stoel, die de lezer representeert.

Je hoeft als schrijver helemaal niet ‘obsessief’ te zijn in je aandacht voor de lezer. Als je maar wél voor ogen houdt voor wie je bezig bent!

Verwarrende omleidingen

Vorige week kregen we een ‘Nieuwsbrief’ in de bus van de gemeente over werkzaamheden verderop in onze straat. Ik vind het – weer – verbijsterend hoe veel er is één zo’n tekst mis kan gaan.

Het is een nieuwsbrief over ‘Start uitvoering: omleiding Delftweg’. Dat staat er twee keer boven, in twee verschillende soorten lay-out. Dat is dus niet te missen. Ik weet niet precies wat er ‘nieuwsbrief’ aan is, want daaronder versta ik een aflevering uit een serie, en daarvan ben ik me niet bewust. Ik zou ook niet weten wat voor nieuwsbrief dat dan is.

De tekst zelf begint ermee dat er staat dat de gemeente ons tijdens een ‘eerdere brief en een inloopavond op 27 mei’ geïnformeerd zou hebben over de werkzaamheden. Oja? Wij wisten van niks – daarover hebben we echt niets vernomen. Misschien hebben we eerdere edities van die ‘nieuwsbrief’ niet gehad?

Verderop staat er een omleidingsroute voor zowel auto’s als fietsen. Die staat er alleen uitgeschreven, net zoals op de site, en zodoende kwam voor ons Google Maps eraan te pas om te achterhalen wat ze bedoelden. We wonen er vlak in de buurt, maar toch wisten we bijvoorbeeld niet dat dat ene kleine fietstunneltje ‘Zwethtunnel’ heet en ook niet dat de weg naast de snelweg eerst ‘Schieveensedijk’ heet en verderop ‘Rijksstraatweg’. Zo heet het inderdaad allemaal officieel wel, maar ik heb die namen nooit gebruikt of horen gebruiken – het gaat om ‘het tunneltje aan het eind van het schelpenzandpad’ en ‘de ventweg langs de snelweg’.

Een getekend kaartje had voor mij in één klap duidelijk gemaakt wat de omleidingsroute was. Die is namelijk vrij simpel en logisch, maar door de stortvloed van zeven straatnamen die deels onbekend zijn, klinkt het veel ingewikkelder dan dat het is. A picture paints a thousand words…

Het is ook nog eens zo dat zo’n omleidingsroute ervan uitgaat dat je per se weer op de Delftweg uit wil komen. Maar dat is helemaal niet zo logisch. Als je bij ons vandaan naar Delft-Zuid wil, kun je beter over een brug eerder naar de andere kant van de Schie en dan omzeil je de hele werkzaamheden, en als je naar het centrum van Delft wilt, kun je beter doorfietsen langs de snelweg. Maar dat terzijde.

Want er is meer. De beschreven omleiding klopt niet met het bord dat ongeveer een week geleden voor ons huis verscheen:

Volgens de nieuwsbrief kun je doorrijden tot aan de Tempelweg; ongeveer anderhalve kilometer verderop. De Burgemeester Bosstraat is echter bijna om de hoek. De omleiding begint dus al veel eerder, of er zijn werkzaamheden op twéé plekken, met twéé omleidingen.

Zoiets. Die eerste omleiding, dus die van het bord, die is er af en toe: in het weekend en ’s avonds (voor zover we hebben waargenomen) doen ze iets aan het kruispunt met de Burgemeester Bosstraat. Het bord staat er echter de hele tijd. Dus soms is er inderdaad nog een extra omleiding. En soms ook niet. Lekker handig. De 1 na ‘volg 2’ is ook grappig eigenlijk.

Grappig of verwarrend. Ik ken het hier goed en ik weet Delft sowieso wel te vinden. Maar dit is ook een drukke recreatieroute. Ik ben benieuwd of ik de komende tijd nog verwarde toeristen de weg moet wijzen naar de Zwethtunnel, de 1 of de Schieveensedijk.

Zin stuurt mij de verkeerde kant op

Er is op de radio af en toe een reclamespotje te horen van de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Daarin is Job Cohen te horen die meteen aan het begin iets zegt als (uit mijn geheugen opgeschreven):

Steeds meer mensen zijn voor een vrijwillig levenseinde. Ik, Job Cohen, ben het daar erg mee eens.

Ik vind dat een gekke manier van zeggen, en dat ligt voor mij aan de constructie:

Veel mensen zijn voor X. Ik ben het daar … mee eens

Daar zou ik op de puntjes niet erg maar een ontkenning verwachten: niet. Voor mij is de aard van de zinscombinatie zo dat ik een tegenstellend verband verwacht. Er zou ook mooi maar tussen kunnen. Het is wel mooi voorbeeld ervan dat zinnen ‘sturen’ – voor mij stuurt de eerste zin in een andere richting dan hoe Cohen verder gaat.

Nou is Job Cohen voorzitter van die vereniging en is verder uit de context ook echt wel duidelijk dat het anders is, maar toen ik het spotje voor het eerst hoorde, keek ik echt even op.

Iemand die het misschien anders ervaart?

Twee taalveranderingsobservaties

Ik heb weinig gepost op dit blog de laatste tijd – het is zomer, werk is rustig en ik ben met andere dingen bezig, zoals Tour de France kijken. Daarbij zijn me twee dingetjes opgevallen – twee formuleringen die ik volgens mij echt niet zo kan gebruiken, maar die kennelijk vrij algemeen zijn geworden. Als ik het goed heb, hoor ik ze namelijk allebei zowel op de Nederlandse als op de Vlaamse tv:

  • ‘De etappe is op zijn lijf geschreven’ – ik kan dat volgens mij echt niet anders zeggen dan ‘De etappe is hem op het lijf geschreven’. Ik herinner me het ook wel van eerder, maar niet eerder viel me op dat eigenlijk niemand meer de constructie met het meewerkend voorwerp zegt. Het kan ook zijn dat met de Belgische en Nederlandse successen tot nu toe veel mee etappes dan anders ‘op iemands lijf’ geschreven worden. Ik googlede even en vond meteen een blog waar óók de Tour genoemd word – frappant. Ik zou het overigens geen ‘verdraaiing’ noemen – het is gewoon anders, en past in een bredere ontwikkeling waarin het meewerkend voorwerp het moeilijk heeft.
  • ‘Zich klaarmaken’ voor iets – ook al vaker gehoord, maar nu wel heel veel. Het kan mijn dirty mind zijn, maar ik kan ‘hij maakt zich klaar’ echt alleen maar zeggen als ik het over zelfbevrediging heb. Ik zou ‘hij maakt zich gereed om’ of ‘hij maakt zich op om’ zeggen, en in sommige gevallen – zo viel me op – zou ik zelf iets zeggen met voorbereiden erin.

Ach ja, taalverandering… misschien zeg ik dit over een aantal jaren zelf ook!

De oogst aan links van de laatste tijd

Er is weer een boel leuks, goed en interessants verschenen de laatste tijd. Om te beginnen twee blogposts over het geven van goede feedback op een tekst:

Meer schrijftips:

In dit regelmatig terugkerende links-overzicht ontbreekt Slidemagic eigenlijk nooit, het blog van Jan Schultink over zakelijke presentaties. Hier komen de vijf highlights van de laatste tijd:

Nog even dan een voorbeeld van hoe het niet moet: alle begrip dat de Gooise apothekers staakten. Maar met zo’n ellenlange brief op je deur bereik je niet zo veel. Heftige stijlbreuken ook: het hebben over doosje en doosjeswisselingen als het gaat over medicijnen, en ook rustig derhalve, inzake en preferentiebeleid gebruiken.

In mijn vakgebied is veel te doen over de afkalving van enerzijds de neerlandistiek en anderzijds de aangekondigde verschuiving van de academische budgetten naar de technische en natuurwetenschappen – iets waar ik me ook boos over kan maken, maar dat terzijde. Er is veel over verschenen; ik pik er twee dingen uit die me bijzonder opvielen:

Tot slot op iets meer afstand van de schrijfpraktijk:

  • Een mooie post waarin schrijvende hardlopers c.q. hardlopende schrijvers vertellen over de inspiratie over en weer tussen die twee activiteiten.
  • Bubbelonië is een behartigenswaardig initiatief om tegengeluid te geven tegen de ‘vereconomisering’ van onze taal.

(Met dank aan de blogs en tweets van collega’s en vakgenoten, en aan Lisa voor het apothekervoorbeeld.)

‘Twee punten’ schrijfadvies

De trainer heeft ongelijk – zo kondigde @hardlooptrainersNL op Twitter een artikel aan. Ik was meteen geïnteresseerd, dus ik klikte door.

Ik kwam terecht bij een stuk dat duidelijk vrij amateuristisch geschreven is, maar wat wel twee dingen laat zien die ik vaak in professionelere teksten ook aantref.

Het eerste punt is een discrepantie tussen inhoudelijke en zichtbare structuur. Aan het begin van het stuk staat een inhoudsaankondiger:

Kijk eens naar deze twee punten waarin je als coach heel anders tegen zaken aankijkt, de tijd en cultuur.

De trainer is een coach geworden, de komma moet een dubbele punt zijn en ik vind ergens anders tegenaan kijken niet hetzelfde als ongelijk hebben, maar goed.

Snel verder kijkend stuit ik op een probleem: er staan vier kopjes onder. Twee zou veel logischer geweest zijn. Dat is een simpel schrijfadvies dat ik heel vaak geef: zorg ervoor dat de inhoudelijke en zichtbare structuur overeenkomen. Wat ik bijvoorbeeld vaak zie, is dat er een ‘en’ staat tussen twee dingen in een kopje, en het onder dat kopje over drie dingen gaat.

Dan het tweede probleem: onvoldoende explicietheid. Bij het eerste punt, tijd, kan ik nog wel bedenken wat het is waar je als coach anders tegenaan kunt kijken, ik zou het in de tekst hier aanwijzen:

Waarschijnlijk heb je als trainer een eigen kijk op de tijd. Als die echt afwijkt van hoe je lopers op de tijd letten, wordt het tijd om jouw mening bij te stellen.

Ik vind het niet heel overtuigend: is een kijk een mening, kun je hoe je over tijd denkt wel bijstellen, en als je van kijk of mening verschilt, hoeft dat geen probleem te zijn, laat staan dat altijd de coach zou moeten veranderen. Maar goed, op zich snap ik wel wat het probleem kan zijn.

Maar het tweede punt… ik heb geen idee wat dat is. Nouja, iets met cultuur, en dat kan zeker een probleem zijn, maar wat is het hier nou precies? Je kan kennelijk qua cultuur iets fout doen, ‘m fout ‘neerzetten’; het goed doen is kennelijk op ‘sleutelmomenten’ met hart en ziel goed trainingen geven (ook tijdens wedstrijden?) maar ook de rust vasthouden. Maar waar zit het ongelijk hebben hem dan in? Is cultuur iets waar je anders tegen aan kunt kijken?

Vagelijk zweeft het punt wel rond in de tekst, maar ik kan er de vinger niet op leggen. En dat zou wel moeten: maak het punt waarop coach en lopers verschillend tegenaan kunnen kijken expliciet. Dat is immers aangekondigd, en die belofte moet je inlossen zonder dat de lezer hoeft te puzzelen.

Dat is het tweede schrijfadvies dat ik vaak geef: kondig je bijvoorbeeld problemen aan, zorg er dan voor dat aan het begin (hoofdboodschap voorop!) van elk stukje duidelijk is wat het probleem precies is. Als schrijver moet je bijna overdreven expliciet zijn.

* * *

Terug naar de hardlooptrainers. Ik vind het sowieso maar een vaag verhaal eigenlijk, met de aha-erlebnis en de ingeving (wat als die nou niet komt?) en de cultuur en de chemie. Desalniettemin moet ik als hardlooptrainer kennelijk wel veranderen. O? Ik ben niet overtuigd.

Jammer. Want tweet en titel zijn veelbelovend.

‘Kwestie in kaart’ lijkt scherpte kwijt

Afgelopen zaterdag viel me op dat de ‘Kwestie in kaart’ achterop het opinie-katern van de NRC niet bepaald strak was. Daar staat altijd een soort argumentenboom, dus de voors en tegens rond een kwestie, voorzien van citaten uit het nieuws.

De kwestie was ‘Laat de lonen stijgen’ en de argumenten waren een rommeltje van voors (‘Besteedbaar inkomen van huishoudens staat al bijna veertig jaar vrijwel stil’), impliciete tegens (‘Je moet belastingen verlagen, die zorgen ervoor dat mensen er qua inkomen niet op vooruit gaan’ – vergt toch even wat denkwerk om te zien dat dat een tegenargument is, althans, ik denk dat het dat is, en dat baseer ik dan op het verschil tussen loon en inkomen, en op de geciteerde: Hans de Boer van VNO-NCW) en maatregelen hoe de lonen te laten stijgen: ‘Dring de macht van de aandeelhouders terug’ en ‘Versterk de macht van de vakbonden’.

Dat stond allemaal door elkaar. Eén formulering lijkt zelfs op het eerste oog een verklaring voor het níet stijgen van de lonen: ‘Grote, dominerende bedrijven hebben aan macht gewonnen’. Maar daar staat dan achteraan ‘Doe daar iets aan’, wat toch weer maatregel is. Het is zo typisch een voorbeeld van een associatieve mindmap; een argumentenboom is strakker.

Ik bedacht dat ik die boom mooi kan gebruiken als oefening in trainingen piramideprincipe, en dat het dan leuk zou zijn om eerst een goed voorbeeld te laten zien. Ik zocht daarom de ‘kwestie in kaart’ van vorige week op. Ai, zelfde verhaal. Je hoeft helemaal niet goed te lezen om te zien dat iets wat met ‘zorg wel voor een…’ begint van een andere orde is dan de rest, namelijk een actie of maatregel en dus geen argument. Niet voor niets moet je bij het piramideprincipe grammaticaal parallel formuleren, dat haalt dit soort oneffenheden eruit.

Toen dacht ik: hmm, maar die ‘kwestie in kaart’ wás toch goed? Ik zocht er daarom maar eens een van een jaar geleden en jahoor: die is zoals ik me herinnerde. Links staan de argumenten voor, rechts tegen, en dat is met ja en nee ook nog eens expliciet gemaakt. Superhelder!

Zo moet het, wat mij betreft, een argumentenboom. Hopelijk krijgt de NRC dat weer te pakken.

In Amst Erdam

Een uit mijn verzameling ‘tekst in de openbare ruimte’. Meestal zijn dat opvallende bordjes, dit is een tegeltableau op metrostation Weesperplein in Amsterdam – daar was ik vrijdag.

Althans, ik noem dat Weesperplein, maar op het tableau zit een groot en onverklaarbaar gat tussen Weesp en erplein. Ik kreeg het niet in één keer op de foto, maar zo zag het eruit: eerst zag ik dit:

En daarna dus dit:

En daar zit dit gat tussen, en volgens mij zit de roltrap niet in de weg:

Ik was dus op het Weesp Erplein. In Amst Erdam?