Daarnaast: vaag signaalwoord

Vorige week woonde ik een paar presentaties bij met als doel er feedback op te geven, en dan vooral op de structuur. Het ging me in één van de presentaties opvallen dat er wel heel vaak het woord daarnaast in voorkwam, als meest frequente signaalwoord. Mede daardoor had ik moeite om de structuur te volgen.

Daarnaast is misschien wel het meest lege signaalwoord dat er is: het voegt nauwelijks betekenis toe. In tekst zie je dat letterlijk: de ene zin staat al naast de vorige. 

Wat daarnaast niet doet, is iets over de inhoud en de hiërarchie duidelijk maken. Stel dat iemand punt 1 heeft aangekondigd, daar iets over zegt, en na een zin of wat de volgende zin begint met daarnaast. Is dat dan nog een volgende gedachte binnen punt 1, of zijn we begonnen met punt 2?

Als dat laatste het geval is, is beginnen met ‘Het tweede punt is…’ in beide opzichten duidelijker: het maakt duidelijk dat een punt volgt, en dat dat punt hiërarchisch gezien op hetzelfde niveau staat als het eerste. (En dan is punt zelfs nog vaag ook, beter is het als je preciezer inhoudselementen kunt benoemen, zoals reden, voorbeeld of aanbeveling.) 

Daarnaast gebruiken is wel gemakkelijk natuurlijk: door zijn leegte is het een breed inzetbaar signaalwoord. In het hoofd van de spreker zit vaak toch wel precies hoe het zit. Maar om dat luisteraars duidelijk te maken, moet je explicieter zijn.

Relativering voor Laura en soortgelijke studenten

In de Volkskrant van eergisteren stond een nogal alarmerend bericht over de achteruitgang van het Nederlands bij studenten die Engelstalig hoger onderwijs volgen. De ‘hoofdpersoon’ Laura heeft in haar studie alleen in het Engels geschreven, en nu ze dat weer in het Nederlands moet doen, heeft ze er grote moeite mee. Andere studenten zeggen dat te herkennen. 

De aangehaalde experts relativeren het probleem meteen: het is hooguit een tijdelijke achterstand, geen ernstige schade aan het Nederlands.Mag ik daar nog een paar andere relativeringen aan toevoegen?

    • Welke pas afgestudeerde schrijft wél meteen ‘lange, goedlopende teksten’ als ze in de praktijk gaan werken? Dat is hooguit een toevalstreffer, al is het alleen maar omdat studenten slechts binnen één context leren schrijven: de academische. De meer strategische manier van schrijven die de praktijk van hen vraagt, moeten ze nog onder de knie krijgen. Dat is taal-onafhankelijk: ook op een Engelstalig ministerie zou Laura als het ware opnieuw hebben moeten leren schrijven: een ander genre, context, lezerspubliek. Studenten Nederlands ervaren ook een grote praktijkschok als ze ‘voor het echie’ gaan schrijven. De praktijk stelt heel andere eisen aan schrijven dan de universiteit. En dat blijft zo, bij elke nieuwe omgeving. Aan schrijven ben je misschien wel nooit uitgeleerd. 
    • En nog eentje in dat kader van nooit uitgeleerd zijn: die zinnen die Laura opvallen als ze de krant lees, en waarvan ze denkt: ‘wat een mooie zin, daar zou ik zelf nooit opkomen’ – jawel hoor, gewoon vaak de krant blijven lezen, dan komt dat wel. Kennelijk verwacht Laura dat haar schrijfvaardigheid ‘af’ is nu ze is afgestudeerd, maar dat is niet zo. Ik vind het zelfs juist heel hoopvol dat ze kennelijk ‘bewust onbekwaam’ is: ze ziet dat het beter kan. Dat is een voorwaarde voor leren, voor beter worden. Dus ik verwacht dat haar schrijfvaardigheid zich echt nog wel verder zal ontwikkelen. Vooral veel goede teksten lezen, zou ik haar aanraden. Ik hoop ook dat ze dan krachtigere, preciezere alternatieven vindt voor as regards, with respect to, concerning én met betrekking tot (hint: voor, over). 
    • Wat is er mis met een woord als scope in een Nederlandse tekst? Ik zie dat geregeld, en volgens mij weten de beoogde lezers echt wel wat daarmee bedoeld wordt. Ik laat het ook rustig staan in een tekst die ik redigeer. Ik heb gister nog bij Nederlandstalige presentaties gezeten in een tweetalige organisatie waar het woord assumpties vaak in voorkwam, ik zou dat zelf nooit zeggen en mogelijk wél redigeren (aannames), maar fout, ach… Ik begrijp het prima. Niet te puristisch worden, hoor, vind ik. 

Begrijp me goed: ik houd hier geen pleidooi voor Engelstalig hoger onderwijs. Het punt dat Marc van Oostendorp in het artikel maakt, over dat het zonde is om studenten een achterstand te bezorgen in de taal waarmee ze naar alle waarschijnlijkheid gaan werken, vind ik wel degelijk relevant. 

“Maak hier een mooie piramide van”

Ik zag daarnet op Twitter iets voorbijkomen waarvan ik dacht: dat is meteen te gebruiken als oefening in een training over het piramideprincipe. Het was een plaatje in een tweet van @jeukendrup, dé specialist op het gebied van sportvoeding:

Plaatje over anitoxidanten

Het ziet eruit alsof er zes boodschappen op hetzelfde niveau van hiërarchie staan, maar als je dan goed gaat lezen, is zes een conclusie of hoofdboodschap. Daar staat het advies aan sporters.

Als je uitgaat van die hoofdboodschap, en zo’n sporter vraagt vervolgens ‘waarom’, dan zijn de punten 1 t/m 5 het antwoord op die vraag, dus de onderbouwing. Het zou  kunnen zijn dat punt 2 nog ondergeschikt is aan punt 3; het  overlapt daarmee in elk geval ook gedeeltelijk, en er is ook een link tussen punt 2 en 1 en/of 5 – nog tekenen ervan dat het geen ‘nette’ opsomming van zes gelijkwaardige punten is.

Ik weet dat van de overlap en het subniveau trouwens niet zeker, omdat ik vermoed maar niet zeker weet dat ‘dietary antioxidants’ in punt 2 hetzelfde is ‘normal antioxidants from a well-balanced diet’ in punt 1 en/of ‘antioxidant supplementation’ in punt 1 en 5, en dat ‘endogenous antioxidant system’ in punt 2 hetzelfde is als ‘antioxidant enzymes in our bodies’ die toenemen door trainen in punt 3. Dat is een ander maar ook veelvoorkomend schrijfprobleem: gebruik van verschillende woorden voor dezelfde termen. Wordt al gauw voor een leek/buitenstaander te ingewikkeld! Woordherhaling is misschien wel saai, maar liever saai en duidelijk dan levendiger maar verwarrend. 

Trouwens, met punt 6 tot hoofdboodschap verklaren zijn we er eigenlijk nog niet. Want dat punt bevat op zich al drie boodschappen. Daardoor is het ook nog lastig om uit te puzzelen wat precies de relatie is tussen dat punt en de onderbouwende argumenten. Mij lijkt ‘Gebruik geen supplementen’ uiteindelijk de opper-hoofdboodschap, al hangt het er mogelijk ook wel vanaf tegen wie je het precies hebt, dus wat de vraag precies is geweest. Daarin verschilt adviseren echter van twitteren!

In elk geval: leuke oefening voor in een training. Een paar jaar geleden haalde ik ook een sportvoedingskundig voorbeeld uit Twitter en dat gebruik ik inderdaad nog steeds af en toe. Dank, voedingskundigen, overigens voor meer dan alleen bruikbaar trainingsmateriaal! 

Over-explicietheid

In de adviesrapporten die ik redigeer, valt me soms een verschijnsel op waarvan ik dan denk: het lijkt wel alsof de schrijver wat al te expliciet wil zijn. Omwille van de vertrouwelijkheid kan ik geen voorbeeld citeren, maar je kunt het vergelijken met zoiets:

Jan had er wel zin in die dag. Jan was al voor de wekker wakker. Jan zag dat de zon scheen. Jan sprong onder de douche en Jan trok zijn kleren aan. Daarna maakte Jan een lekker ontbijtje klaar. (enzovoort)

Dat is raar. Jan is de hoofdpersoon van het verhaal en je kunt probleemloos al die zinnen lang verwijzen met hij of wat samentrekken:

Jan had er wel zin in die dag. Hij was al voor de wekker wakker en zag dat de zon scheen. Hij sprong onder de douche en trok zijn kleren aan. Daarna maakte hij een lekker ontbijtje klaar. 

Nou gaat het in die rapporten niet om ene Jan, maar bijvoorbeeld om een organisatie of afdeling. Ik kan me voorstellen dat het voor schrijvers vaak wat onwennig is om daarnaar terug te verwijzen met hij of zij of met het. Soms klinkt dat bijna te persoonlijk, soms misschien juist eerder bijna vaag – welke het

Toch is het, als je het goed doet, juist níet vaag. Want door steeds opnieuw de hoofdpersoon opnieuw te noemen, lijkt het soms alsof het om iemand anders gaat. Zo werkt ons taalgevoel: naar een bekende verwijs je, dus iemand expliciet noemen gaat over iets nieuws. Dat kan dus juist verwarrend zijn.

Expliciet zijn is goed, en inderdaad kan een schrijver van mij als feedback krijgen ‘vage verwijzing’. Maar over-explicietheid is ook niet goed. Het gaat om het treffen van de goeie balans. 

 

Een heel frequente spelfout

Vorige week zaterdag (de 19e) was de grootste kop op de voorpagina van de Rotterdam-bijlage van de NRC:

Redt de Benthuizerstraat

Misschien is het Rotterdams – het dialect hier heeft de neiging tot wat extra t’s hier en daar (ik loopt), maar dat zou dan in die bijlage het enige Rotterdams ooit zijn zo’n beetje. Dus ik denk dat het een gewone spelfout is. Eentje die heel veel voorkomt – in het redigeerwerk dat ik doe, ben ik hem de afgelopen maanden zeker vijf keer tegengekomen. 

De gebiedende wijs met een -t aan het eind is heel zeldzaam, en dan ook nog eens met u erbij: ‘loopt u maar allemaal mee’ , maar dan is het geen echte gebiedende wijs meer. De vorm met een t, zoals in ‘komt allen’, is archaïsch.

Dus: de gebiedende wijs is zonder extra -t achter de stam van het werkwoord. Dat kun je zo in je hoofd prenten, maar makkelijker is dat je het kunt horen als je er een ander werkwoord voor invult: 

Help de Benthuizerstraat
Bekijk de Benthuizerstraat
Loop eens door de Benthuizerstraat

Enzovoort.

Waar die t-neiging vandaan komt? In het algemeen gaan spelfouten bij doubletten vooral de meest frequente kant op. Dus als redt vaker voorkomt dan red (niet te googlen omdat red ook nog rood betekent en dus heel veel voorkomt op het web), verschijnt er vaak een onterechte -t. Red ziet er dan mogelijk wat bloot uit. 

Bloot, maar wel goed.

Bordjes vlakbij – ook te veel

In een van de blogposts in de serie over bordjes Down Under schreef ik dat ik door de veelheid aan bordjes een cruciale over het hoofd had gezien. Dat is niet alleen daar zo – vorige week had ik er in Nederland, vlakbij huis, eentje gemist, ook doordat het er in totaal te veel waren. Deze week ben ik nagegaan hoe het precies zat.

Het betreft mijn fietsroute naar station Schiedam Centrum. Het laatste stuk daarvan is opgebroken en er zijn allerlei omleidingsroutes. Aan de rechterkant van de weg staan daar maar liefst vier borden achter elkaar voor:

Rechts 4 gele borden
Die borden trekken mijn aandacht, mijn blik, dus naar rechts. Vlak voordat je echt niet meer verder kan, staat er rechts voor ook nog een ander bord. Dat had ik allemaal wel gezien, niet allemaal gelezen, dat kan helemaal niet in de tijd die het kost om eraan voorbij te fietsen er staan ook nog eens auto’s voor geparkeerd.

Maar dat links het voor mij cruciale bord stond, namelijk dat voor fietsers, dat had ik gemist,  dat had ik gewoon niet eens zien staan, omdat ik rechts bezig was met kijken en lezen:

Nog een geel bord rechts en eentje linksIk wist dus de eerste keer niet hoe ik bij het station moest komen. Enigszins gestresst vroeg ik iemand die aan het werk was hoe dat moest, en die zei dat het luid en duidelijk op de borden stond.

Ja, het staat er wel. Maar dat wil nog niet zeggen dat de communicatie succesvol plaatsgevonden heeft…

Nieuw: privacyverklaring

Deze website heeft er net een paginaatje bijgekregen: mijn privacyverklaring. Om te voldoen aan de AVG, maar eigenlijk is alles wat er staat voor mij al heel lang de praktijk en dus ook common sense. Dat het dat was, dat heeft me toch wel wat tijd en moeite gekost om uit te zoeken.

Ook al doe ik mijn best een goed geïnformeerde zelfstandige te zijn, toch drong het pas een maand geleden tot me door dat de AVG ook voor mij consequenties had. Ik dacht nog dat dat door mijn afwezigheid kwam, maar inmiddels heb ik begrepen dat het voor een heleboel zelfstandigen zo gegaan is. In april had ik ineens een halve inbox vol met AVG-mail.

Toen ben ik me erin gaan verdiepen en eerst snapte ik er helemaal niks van. Ook dat, denk ik dan, ligt niet aan mij: ik ben niet dom en ik ben handig met tekst. Maar ik wist eerst bijvoorbeeld niet eens precies wat een ‘persoonsgegeven’ was, en bovendien is de meeste voorlichting gericht op het verzamelen van grote hoeveelheden gegevens via een website. Dat doe ik niet – en dan? Moet ik aan kunnen tonen dat er niemand ooit bij mij pc kan – dat kan niet, er kan altijd ingebroken worden. En dan? Vaak staat er dat je moet voldoen aan de wettelijke bewaartermijn. Dat is een minimum, maar is er ook een maximum? Ik heb geen idee, nog steeds niet. En zo was er meer.  

Dus wat ik heb gedaan is dat ik heb opgeschreven welke moeite ik doe (altijd al deed en zal blijven doen) om enerzijds zorgvuldig om te gaan met persoons- en andere gegevens (ik werk bijvoorbeeld ook wel eens met beursgevoelige informatie) en anderzijds wel een beetje normale bedrijfsvoering mogelijk te maken. Die privacyverklaring is daar het resultaat van. Ik heb ervoor ook wel een beetje wat rondgeneusd bij anderen, ter inspiratie.

Ik vind het maar een lastig genre, hoor, die verklaring. Er worstelen vast een heleboel meer mensen mee op het ogenblik! En wordt het daar nou echt zo veel beter van? Ik moet het nog zien. 

Nog twee bordjes Down Under

Ik had de serie blogposts met bordjes uit Australië en Nieuw-Zeeland al afgerond, maar bij het doorspitten van de foto’s kwam ik twee briefjes tegen die er toch echt nog bij horen. Eerst deze, van de camping waar we in Hobart (Tasmanië) op stonden, op een deur van een douche:

IMG_3483

Ik wil me niet precies voorstellen waarom dit briefje daar hing…Het was al een heel rare camping, heel sjofel, op een tentoonstellings- en festivalterrein – spotgoedkoop ook, maar met wat vreemde mensen en ik vond ergens een verdacht pilletje. Niet fijn, maar er was niks anders op redelijke afstand van de stad. 

Dan had ik het eerder al over het gevaar van ontkenningen, dat je precies oproept wat je niet wil, dat zit ook in het voorbeeld hierboven, maar daarvan was dit briefje een extreem voorbeeld:

IMG_2318

Het hing op een camping in Nieuw-Zeeland, vrij hoog, ik zag het voor het eerst toen ik zat, dus dan valt die bovenkant niet zo op, de kleur is ook nog vrij licht, de zwarte tekst begint met een hoofdletter en ‘leave belongings in sight’ lijkt een redelijke boodschap. Dus ik heb eerst heel even gedacht dat er een experiment gaande was waarbij je je spullen juist onbewaakt achter moest laten. Pas daarna zag ik de ontkennende ‘kop’.

Vervolgens moest ik over dat ‘do not leave your belongings in sight’ toch nog even nadenken ook. Wel in mijn sight, niet in die van onverlaten? 

 

Het was even geleden, hier zijn ze weer: de links!

Ik heb ongetwijfeld tijdens mijn reis heel wat gemist, maar sinds ik terug ben spaar ik weer nuttige en leuke links, zoals:

  • Een herkenbare post op Redactieprofs, over waar je als je met teksten werkt allemaal wel of geen verstand van hebt. Ik vind het trouwens wel leuk om te leren over de gebieden waar ‘mijn’ teksten over gaan. Vorige week legde een opdrachtgever nog iets inhoudelijks uit over software-ontwikkeling dat ik interessant vond.
  • Uit de tijd van de gemeenteraadsverkiezingen: een peilingenblog fileert – terecht – een Nijmeegs taartdiagram.
  • Iets wat elke schrijver wel herkent: soms loop je tegen een muur aan.  Het advies van Julia Cameron van The Artist’s Way is: wees bereid slecht te schrijven. 
  • Op het weblog van de collega’s van Kiezel Communicatie staat een korte, heldere versie van het (vereenvoudigde) piramidemodel. 
  • Dacht je te kunnen sjoemelen met een jaarverslag? Een computer kan dat aan je woordkeus zien, volgens dit stuk. Hoe, dat is niet helemaal duidelijk. 
  • Inez Weski kwam in het nieuws door kritiek van de Orde van Advocaten op haar pleitstijl. Haar zin van 400 woorden ging rond. Dat juristen ‘gek’ schrijven is voor mij niks nieuws – het gaat hen niet altijd om begrijpelijkheid. Dat de orde daar commentaar op heeft, dat vond ik wel opvallend. Zou er iets gaan veranderen? 
  • Het weblog SlideMagic van Jan Schultink is altijd goed voor een paar mooie posts. Deze bijvoorbeeld, waarin ik hetzelfde radicale standpunt herken dat ik hanteer: de lezer (of het presentatie-publiek) heeft altijd gelijk. Dus als iemand het niet snapt, is dat het probleem van de schrijver/maker. Of zie deze praktische post over het maken van een goede legenda. of als je genoeg hebt van de Powerpoint-reflex, hier zijn een paar alternatieve vormen als je gaat pitchen. Of wat ik ook leuk vind en met instemming lees: dat er soms redenen zijn om elke design-regel te overtreden, bijvoorbeeld die van niet te veel bullets. En dat is maar een kleine greep. Ik heb al veel vaker gezegd: als je veel zakelijke presentaties maakt, volgen dat blog! Het is interessant, nuttig en vooral ook heel mooi.
  • Op het weblog van Taalbeheerser stond een erg leuke reactie van een klantenservice die iemand kreeg na een klacht. Zo kan het ook! 
  • Een erg grappige van De Speld: een vacature voor een vacaturetekst-ontcijferaar.

Koppen kleuren

In mijn trainingen doe ik regelmatig een oefening gericht op het formuleren van inhoudelijke titels en koppen. Dat doe ik dan aan de hand van korte nieuwsberichtjes die ik van nos.nl pluk. Kop weghalen, opdracht: bedenk er maar één.

Eén van de doelen van de oefening is in te zien dat je met een kop wel moet kleuren. Door het formuleren van een kop ga je met de billen bloot – elke uitspraak is een keuze. Zelfs zo neutraal mogelijk zijn is een kleur, een bepaalde invalshoek.

Maar je kunt veel verder gaan: maak maar een kop voor een roddelblad. Of bijvoorbeeld zoals laatst, bij een bericht over het opruimen van de binnenstad van Eindhoven na de festiviteiten rond het landskampioenschap van PSV: schrijf maar een kop voor een Eindhovense (zoiets) en voor een Amsterdamse krant.

Afgelopen zaterdag had ik het idee dat de eindredacteur van nos.nl bij  me in een training zat, zo’n mooie illustratie van het idee dat koppen kleuren. Op de homepage stond tegen een uur of 2:

Westra geeft doping toeIk had er al wat over gehoord en dacht: ‘nou, doping… dat is een behoorlijk gekleurde interpretatie’. Ik klik erop en zie op de eigen pagina staan:

Westra geeft cortisonen toeAh, kijk, dat is dichter bij de feiten. Voor wie het na wil lezen: hier is het bericht

Even later was de homepage aangepast en stond daar ook ‘gebruik cortisonen’. De eindredacteur was er kennelijk achter gekomen dat ‘doping’ wat al te sensatiezuchtig was, en was bezig met aanpassen.