Onhandige vertrekstaat

Zoals eerder gepost was ik de afgelopen dagen in Leuven. Over wat ik heb meegenomen daarvandaan aan relevants voor dit weblog later meer, nu even iets wat ik onderweg zag. Ik stapte heen en weer in Mechelen over en ik had daar dinsdag een royale marge. Dan vind ik het wel eens leuk om op vertrekstaten te kijken waar de treinen zoal heen gaan. Mijn oog viel op de trein terug naar Nederland, die elk uur zo stond vermeld:

Trein naar Schiphol/Amsterdam, vertrekstaat Mechelen

Mijn gedachten daarbij gingen ongeveer zo: Hé, naar Schiphol? De ‘Brusselaar’ rijdt tegenwoordig juist toch weer door naar Amsterdam? Hè, en alleen op 27 april? Hoezo? Oh, wacht, eronder is dezelfde trein, op alle dagen behalve de 27e april. Wat is het verschil? Niet veel. Ah, ik zie het – dan rijdt hij dus inderdaad wel gewoon naar Amsterdam. Oh, wacht even, dat is Koningsdag, en dan rijden er sowieso geen treinen naar Amsterdam Centraal (Amsterdam Centraal heet het tegenwoordig, niet CS). Nou snap ik het!

Dat laatste, dus geen treinen naar Amsterdam Centraal op Koningsdag, dat spreekt voor Nederlanders wat meer vanzelf van voor Belgen (al moet ik toch nog echt even denken, oja, de 27e, niet de 30e april). Maar om daar dan een heel aparte regel voor aan te maken op de vertrekstaat en dan ook nog eens de uitzondering vóór het gewone geval te vermelden, dat lijkt me toch niet bepaald handig. Die ene, kleine uitzondering kun je wel met een voetnootje afdoen: ‘*rijdt op 27 april niet verder dan Schiphol’.

En zo reisde ik dus geïnspireerd verder naar mijn taalbeheersingsconferentie. Er is nog een boel te verbeteren op het gebied van de schriftelijke presentatie van informatie!

En oja, de Brusselaar heet in Vlaanderen de Amsterdammer. Logisch, maar toch vond ik het even grappig: ‘Die trein is niet de Amsterdammer, dat is de Brusselaar!’ En nu vraag ik me af: is-ie dan één dag per jaar de Schipholler?

 

Even weg

De komende drie dagen ben ik naar het VIOT-congres, de driejaarlijkse taalbeheersingsconferentie, dit keer in Leuven. Ik ben benieuwd, ik heb er zin in, en ik zal naderhand natuurlijk de belangrijkste nieuwtjes hier rapporteren.

Anders dan de vorige keer presenteer ik er zelf niet. Toen de deadline voor het indienen van voorstellen verstreek, was ik nog aan het twijfelen of ik zou gaan of niet. Ik vind het namelijk nogal duur dit jaar: het inschrijfgeld is hoger dan anders, en doordat het in Leuven is, komen er nog fikse reis- en verblijfkosten bij. Plus dat het niet mogelijk is om ‘even’ te gaan en verder gewoon door te werken, zoals ik drie jaar geleden deed.

Maar juist daarin zat het aanknopingspunt om wél te gaan: het is relatief rustig met gewoon werk, dus ik kan er wel even tussenuit. Dus ik ga, en ik hoop dat het de moeite en het geld waard is. En ik heb al eerder een keer doorgegeven aan het VIOT-bestuur dat ze hun conferenties toegankelijker zouden kunnen maken voor de niet-wetenschappers als er bijvoorbeeld de mogelijkheid was om tegen gereduceerd tarief één dag te komen.

De regie dat je krijgt?

Naast de kruidnoten, kerstbomen en vuurwerk is er sinds een aantal jaren een twijfelachtige nieuw eindejaarsverschijnsel bijgekomen: de lawine aan reclames van zorgverzekeraars. Niet fijn, en al helemaal niet als ze zo gaan formuleren als op deze poster die ik vorige week op het station van Leiden zag:

De regie - dat

Dat is een foute verwijzing, want regie is een de-woord; het moet die zijn.

En dan wringt het bij mij ook nog een beetje dat een Wetenschappelijk Onderzoeker, Promovendus (met drie hoofdletters nogalliefst!) patiënten heeft die ze regie kan geven. Huh, patiënten, het is toch geen arts, en wat voor onderzoek is dat dan, moet dat niet gecontroleerd?

Nou ga ik toch niet overstappen, maar zo al helemáál niet!

576 zinloze woorden

Eentje uit mijn collectie ‘gekke teksten’. Ik vulde gister het contactformulier in van een Duits hotel, en kreeg per omgaande een bevestiging daarvan. Daarin stonden de dingen die ik net had ingevuld, nouja, prima. Maar daaronder stond een enorme lap tekst, maar liefst 576 woorden, ‘Datenschutzhinweis':

1. Inhalt des Onlineangebotes

Die Redaktion übernimmt keinerlei Gewähr für die Aktualität, Korrektheit, Vollständigkeit oder Qualität der bereitgestellten Informationen. Haftungsansprüche gegen die Redaktion, welche sich auf Schäden materieller oder ideeller Art beziehen, die durch die Nutzung oder Nichtnutzung der dargebotenen Informationen bzw. durch die Nutzung fehlerhafter und unvollständiger Informationen verursacht wurden, sind grundsätzlich ausgeschlossen, sofern seitens der Redaktion kein nachweislich vorsätzliches oder grob fahrlässiges Verschulden vorliegt. Alle Angebote sind freibleibend und unverbindlich. Die Redaktion behält es sich ausdrücklich vor, Teile der Seiten oder das gesamte Angebot ohne gesonderte Ankündigung zu verändern, zu ergänzen, zu löschen oder die Veröffentlichung zeitweise oder endgültig einzustellen.

2. Verweise und Links

Bei direkten oder indirekten Verweisen auf fremde Webseiten (“Hyperlinks”), die außerhalb des Verantwortungsbereiches der Redaktion liegen, würde eine Haftungsverpflichtung ausschließlich in dem Fall in Kraft treten, in dem die Redaktion von den Inhalten Kenntnis hat und es ihr technisch möglich und zumutbar wäre, die Nutzung im Falle rechtswidriger Inhalte zu verhindern. Die Redaktion erklärt hiermit ausdrücklich, dass zum Zeitpunkt der Linksetzung keine illegalen Inhalte auf den zu verlinkenden Seiten erkennbar waren. Auf die aktuelle und zukünftige Gestaltung, die Inhalte oder die Urheberschaft der gelinkten/verknüpften Seiten hat die Redaktion keinerlei Einfluss. Deshalb distanziert sie sich hiermit ausdrücklich von allen Inhalten aller gelinkten / verknüpften Seiten, die nach der Linksetzung verändert wurden. Diese Feststellung gilt für alle innerhalb des eigenen Internetangebotes gesetzten Links und Verweise sowie für Fremdeinträge in von der Redaktion eingerichteten Gä  stebüchern, Diskussionsforen und Mailinglisten. Für illegale, fehlerhafte oder unvollständige Inhalte und insbesondere für Schäden, die aus der Nutzung oder Nichtnutzung solcherart dargebotener Informationen entstehen, haftet allein der Anbieter der Seite, auf welche verwiesen wurde, nicht derjenige, der über Links auf die jeweilige Veröffentlichung lediglich verweist.

3. Urheber- und Kennzeichenrecht

Die Redaktion ist bestrebt, in allen Publikationen die Urheberrechte der verwendeten Grafiken, Tondokumente, Videosequenzen und Texte zu beachten, von ihm selbst erstellte Grafiken, Tondokumente, Videosequenzen und Texte zu nutzen oder auf lizenzfreie Grafiken, Tondokumente, Videosequenzen und Texte zurückzugreifen.
Alle innerhalb des Internetangebotes genannten und ggf. durch Dritte geschützten Marken- und Warenzeichen unterliegen uneingeschränkt den Bestimmungen des jeweils gültigen Kennzeichenrechts und den Besitzrechten der jeweiligen eingetragenen Eigentümer. Allein aufgrund der bloßen Nennung ist nicht der Schluss zu ziehen, dass Markenzeichen nicht durch Rechte Dritter geschützt sind!
Das Copyright für veröffentlichte, von der Redaktion selbst erstellte Objekte bleibt allein beim Autor der Readaktion der Seiten. Eine Vervielfältigung oder Verwendung solcher Grafiken, Tondokumente, Videosequenzen und Texte in anderen elektronischen oder gedruckten Publikationen ist ohne ausdrückliche Zustimmung der Redaktion / des Autors nicht gestattet.

4. Datenschutz

Sofern innerhalb des Internetangebotes die Möglichkeit zur Eingabe persönlicher oder geschäftlicher Daten (Emailadressen, Namen, Anschriften) besteht, so erfolgt die Preisgabe dieser Daten seitens des Nutzers auf ausdrücklich freiwilliger Basis. Die Inanspruchnahme aller angebotenen Dienste ist – soweit technisch möglich und zumutbar – auch ohne Angabe solcher Daten bzw. unter Angabe anonymisierter Daten oder eines Pseudonyms gestattet. Die Nutzung der im Rahmen des Impressums oder vergleichbarer Angaben veröffentlichten Kontaktdaten wie Postanschriften, Telefon- und Faxnummern sowie Emailadressen durch Dritte zur Übersendung von nicht ausdrücklich angeforderten Informationen ist nicht gestattet. Rechtliche Schritte gegen die Versender von sogenannten Spam-Mails bei Verstößen gegen dieses Verbot sind ausdrücklich vorbehalten.

5. Rechtswirksamkeit dieses Haftungsausschlusses

Dieser Haftungsausschluss ist als Teil des Internetangebotes zu betrachten, von dem aus auf diese Seite verwiesen wurde. Sofern Teile oder einzelne Formulierungen dieses Textes der geltenden Rechtslage nicht, nicht mehr oder nicht vollständig entsprechen sollten, bleiben die übrigen Teile des Dokumentes in ihrem Inhalt und ihrer Gültigkeit davon unberührt.

Niet alleen lijkt me dit een voorbeeld van Duitse gründlichkeit, het laat ook zien dat juristen een heel andere opvatting hebben van tekst en lezen dan uh, ik ben geneigd hier ‘normale mensen’ te schrijven, nouja, laat ik het bij mezelf houden: dan ik. Want ik zou zeggen: zinloos, dit, dit leest geen mens. Niet doen, dus, want lezeronvriendelijk. Al sla je het gelukkig ook makkelijk over.

Zo hoor je het eens van een ander

In Schrijven Magazine van december/januari komt Janneke Jonkman aan het woord in de rubriek #leestips en zij zegt:

IMG

Op die allerlaatste zin na – ik zag Cameron nooit in het echt – zouden het mijn woorden kunnen zijn. Ik las het fragment met een schokje van herkenning. En hier gaat het om, hè: juliacameronlive.com Onovertroffen, voor schrijvers en alle andere mensen die graag creatiever willen worden. Zie ook mijn Tekstblad-column over de eerste vijf jaar morning pages (inmiddels zijn het er 9!).

De lol van redigeren

Weer even een tussendoor-berichtje. Ik zit nog steeds tot over mijn oren in het bewerken van Adviseren met Perspectief. De nieuwe druk staat helemaal in de steigers, en vanmiddag ben ik bezig met het rechttrekken van alle nummeringen en verwijzingen. Ik heb de volgorde van tekstdelen veranderd, een nieuw hoofdstuk toegevoegd, figuren en voorbeelden verwijderd, toegevoegd en verschoven, en dus is het nu één grote puinhoop van niet meer kloppende verwijzingen naar ‘zie figuur 13′ en ‘eerder besproken in paragraaf 4.3′.

Dat weer rechttrekken vind ik één van de vervelendste klusjes van redigeren, beken ik. Het vereist veel concentratie – daarnet had ik alle figuren opnieuw genummerd, bleek ik er in een hoekje toch één overgeslagen te hebben, en hop, kon ik weer opnieuw beginnen. Maar verder is het niet heel interessant. Wel heel noodzakelijk.

Veel liever doe ik de dingen die ik tot en met vanochtend deed. Dat waren voor een deel echt nieuwe dingen, maar voor een groter deel herstructureren. Sinds ik met de herziening bezig ben gegaan, is namelijk langzaam-maar-zeker een nieuwe structuur voor Adviseren met Perspectief uitgekristalliseerd die dubbelop beter is:

  • Ik practice meer wat ik preach in de zin van logisch-inhoudelijk structureren; de structuur is nu een nette piramide.
  • De structuur sluit beter aan bij hoe ik in de praktijk tegenwoordig werk met de methode, bijvoorbeeld met een striktere scheiding tussen inhoudelijk structureren en het bepalen van de volgorde in de tekst of presentatie (hoofdboodschap voorop of niet).

Daar ben ik blij om, het ging gepaard met een aantal kleine Eureka-momentjes toen de puzzelstukjes in elkaar vielen, en dat is de grote lol van structureren en dus ook van herstructureren en met zo’n herziening bezig zijn: het gevoel van ‘Yes, dit is goed!’ Oftewel: hij wordt goed, die derde druk!

 

Over ik en wij

Ik ben deze week knetterhard aan het schrijven aan de nieuwe druk van Adviseren met Perspectief en een paar andere zaken, en heb niet veel schrijfinspiratie meer over voor dit weblog. Maar gelukkig schrijven vakgenoten nog wel behartigenswaardige blogposts, zoals deze van  Eric Tiggeler over het gebruik van ik, wij en aanverwanten in zakelijke teksten. Eens!

Rare spelling (2): typ(e)vaardigheid

Ik had het er vorige week ook al over, maar mag ik dan vandaag nog een post toevoegen over die rare spelling?

Gisteravond zag ik in het hoofdredactioneel commentaar van de NRC het woord typevaardigheid staan, in een stukje over computers versus ‘handwerk’ op school. Ik zie dat soort samenstellingen met type vaker, en voor mij is dat een spelfout – want waarom zou die e daar moeten staan? Het is toch ook schrijfvaardigheid en niet schrijvevaardigheid ofzoiets? Het komt op mij over als een woordbeeldkluts met het het woord type, maar dat heeft een andere betekenis dan het werkwoord typen. Dat is volgens mij een doodgewoon werkwoord, ook al heeft het die zeldzame y.

Maar wat blijkt? Ik heb het opgezocht en het groene boekje geeft wel typevaardigheid plus nog een heel aantal andere samenstellingen met type- in de betekenis van ‘schrijven op een toetsenbord’, en niet typvaardigheid en aanverwanten. Typevaardigheid is dus de officiële spelling.

Waarom? Ik heb geen idee. Ik kan daar googlend ook niks over vinden, alleen dat Onze Taal het met me eens is.

 

Hypothesegericht werken

Om efficiënt een goed eindproduct te kunnen maken, kan het tijdens het adviesproces handig zijn om de hele tijd een concept-structuur bij te werken. Dat heet wel hypothesegericht werken: je begint op dag 1 met een hypothetische hoofdboodschap en onderbouwing die je gaandeweg bevestigt (of verwerpt natuurlijk) en concretiseert.

Voordeel daarvan is dat de structuur op elk gewenst moment af is en dienst kan doen als basis voor een tekst, presentatie of andere communicatievorm. Bovendien dwingt het je om van alle gevonden data de relevantie ten opzichte van het grotere geheel vast te stellen, en het kan een rol spelen in het op koers houden van je onderzoek, doordat je steeds weet voor welke ‘tak’ nog nadere data nodig zijn.

Laatst ontstond bij één van mijn opdrachtgevers echter een pittige discussie vanwege dat wat ik in de eerste alinea zo makkelijk even tussen haakjes had gezet: ‘(of verwerpt natuurlijk)’. Is het grote gevaar van hypothesegericht werken niet dat je alleen maar op zoek gaat naar gegevens die je goed uitkomen, omdat ze de hypothese ondersteunen? Bij McKinsey noemen ze dat wel ‘to beat the data until they confess’. Leidt hypothesegericht werken niet tot een tunnelvisie?

Ja en nee. Ik denk dat bij adviseren het gevaar van een tunnelvisie er altijd is. Adviseren komt nogal in hypes – op dit moment zitten een boel bedrijven te werken aan hun operational excellence dan wel hun customer intimacy, om maar iets te noemen. Of ze zijn bezig met Het Nieuwe Werken. Of laat ik het bij mijzelf houden: als er iemand bij mij aanklopt voor tekstadvies, ben ik ook nogal geneigd dat te zoeken in de hoek van lezergericht structureren. Dat dat ‘moet’, dat dat die ene manier dus de oplossing is voor al hun problemen, dat is ongeacht de aard van het werken. Het ligt veel meer aan de integriteit van de adviseurs, hun hype-gevoeligheid en hun brede of juist smalle blik.

Maar die brede of smalle blik maakt wel uit. Als je van nature geneigd ben om gauw naar ‘closure’ te streven, dus toch al van tunnels houdt, dan is hypothesegericht werken inderdaad gevaarlijk. De meeste adviseurs hebben echter eerder de neiging om te breed te willen uitwaaieren en zich te verliezen in de inhouden zo het zicht op de klant met zijn vraag en belang uit het zicht te verliezen. Hen helpt hypothesegericht werken juist.

Interessant aan de discussie laatst was dat het ging om een voorbeeld van een hypothetische hoofdboodschap die helemaal niet voor de hand lag. De adviseurs gingen namelijk adviseren de klant adviseren iets níet te doen wat die juist wel heel graag wilde. Juist dan moet je je advies goed onderbouwen. Dat lukte ook, met de data – die hypothese was er dan ook niet voor niets. Maar iedereen had eigenlijk maar wat graag gewild dat de hoofdboodschap ‘ja’ was geweest in plaats van ‘nee’.

Tot slot nog één andere opmerking over het formuleren van die hypothetische hoofdboodschap. Dat kun je alleen maar als je al eens soortgelijke kwesties tegen bent gekomen. Het vraagt nogal wat vakkennis en ervaring. Hypotheses komen namelijk niet uit de lucht vallen.

Ideeëloos spellen

Laatst kreeg ik, voor het eerst in jaren, weer eens de vraag om de nieuwe spelling uit te leggen. De vragensteller zei er zelf al bij dat die spelling helemaal niet meer zo nieuw was, en dat klopt natuurlijk: het gaat om de wijziging uit 1996, waar in 2006 nog wat details in werden gewijzigd. Het meest in het oog lopend was de tussen-n (panne(n)koek). Er is in beide jaren veel over getakketakt (voorbeeld), maar eigenlijk viel het allemaal nogal mee.

Dat dacht ik toen al, en toen ik in mijn uitleg erover halverwege was, dacht ik helemaal: waar gaat dit eigenlijk over? Ik gaf toen een voorbeeld van hoe moeilijk sommige regels zijn, dat je er eigenlijk een halve studie taalkunde voor nodig hebt om bijvoorbeeld het onderscheid te maken tussen een samenstelling en een afleiding. Want die tussen-n-regel geldt dus niet voor afleidingen, en daarom is het ideeënbus (samenstelling) maar ideeëloos en dus niet ideeënloos, want dat is een afleiding. Bent u er nog?

Ja, dat is geen fijne spellingsregel – maar ook niet eentje waar je in de praktijk nou zo’n last van hebt. Want ik realiseerde me dat ik dat woord ideeëloos buiten die spellingsdiscussie nooit ben tegengekomen. Er zijn sinds 2006 dus acht jaar verstreken zonder dat ik ooit ideeëloos heb gelezen of geschreven. Als ik het google, vind ik ook eerst alleen maar links naar spellingspagina’s, totdat ik het (met enige Rotterdamse hilariteit als gevolg) zie als bijvoeglijk naamwoord bij Ajax (bron; opvallend trouwens: ook de tweede en derde inhoudelijke link, dus niet over spellings, gaan over voetbal).

Nouja, als je 8 jaar intensief met tekst bezig kunt zijn zonder zo’n woord ooit te hoeven spellen… en die voetbaljournalisten, die weten hoe het moet. Want dat is het hele eiereneten van spelling: op een paar goed leerbare dingetjes na, zoals de d’s en de t’s, weet je hoe je de woorden schrijft die je vaak tegenkomt, omdat je ze vaak tegenkomt. En anders zoek je ze op (hier). Spellen is daarom makkelijker dan je denkt. Door al dat gehakketak leek dat wel eens anders. Ik ben blij dat op spellingsgebied de rust is weergekeerd.