Rustig beginnen

In de eerste plaats wens ik jullie allemaal een goed nieuw jaar!

In de tweede plaats een dienstmededeling: dit weblog gaat even op pauze vanwege drukke andere bezigheden mijnerzijds (nieuwsgierig? neem dan contact met me op). Ik pik de draad eind maart weer op – ruim op tijd om toe te gaan werken naar het tienjarig bestaan van het blog, want dat is in juli zo ver! 

 

De laatste links van het jaar

Hier weer de oogst aan interessante links van de laatste tijd:

Met dank weer aan de Twitteraars en blogs die ik volg, en aan Arno voor de mop! 

 

 

Mooie schrijffilm

Een tijdje geleden gaf ik een trainingsonderdeel over het schrijfproces, vertelde over freewriting en toen zei één van de deelnemers dat dat hem deed denken aan Finding Forrester. Nouja, dat zei hij niet, hij zei iets als: 

Dat doet me denken aan die film, hoe heet-ie nou, de titel schiet me niet te binnen, met Sean Connery als een soort kluizenaar en schrijver, en met een fiets. Als je daarop googlet, vind je ‘m misschien wel.

Inderdaad: googlen op die trefwoorden geeft Finding Forrester als eerste hit.

Die film kende ik niet, maar ik heb hem inmiddels gezien en ik vond hem geweldig. Het is inderdaad een film over schrijven en schrijfbegeleiding, althans, dat is één van de thema’s. En inderdaad zegt Forrester (Connery dus) tegen z’n pupil, Jamal, behartigenswaardige dingen over dóórschrijven zonder dat je interne criticus zich ertegenaan bemoeit. Forrester vindt zelfs dat Jamal ook maar gewoon goede dingen (van hemzelf) moet overschrijven totdat zijn eigen woorden gaan doorklinken, en ook dat werkt goed, maar het brengt Jamal ook in de problemen als hij van plagiaat verdacht wordt.

Daarnaast is de film ook de moeite waard, met zeer goed spel en een relevante thematiek over van een dubbeltje (Jamal groeit op in een arm gezin in een slechte buurt) een kwartje kan worden – hij kan niet alleen goed schrijven, hij is sowieso een goede leerling en daarnaast een getalenteerd basketbalspeler. Zijn talenten maken dat hij uitgenodigd wordt voor een zeer exclusieve school.

Met die grote rol voor basketbal en het zeer grote verschil tussen de twee milieus is de film ook wel erg Amerikaans. Maar ik vond hem zeer de moeite waard. Als je wat met schrijven hebt, maar dat hoeft niet eens! 

Een artikel zonder waarde?

In de Runner’s World van november stond een artikel over de VO2max. Ik heb dat met interesse gelezen, maar keek aan het eind (p. 67) een beetje op mijn neus toen het artikel eindigde met:

Dat alles gezegd hebbende, wat voor waarde heeft de kennis van de VO2max nou eigenlijk in je dagelijkse trainingen? Het antwoord is kort maar krachtig: zo goed als geen waarde. Voor wetenschappers is het interessante kost, maar jij kunt je trainingen toch beter vervolmaken door te letten op je hartslag, je snelheid en je gevoel. 

Je zou dat een soort ‘hoofdboodschap achterop’ kunnen noemen, maar dan wel een gekke. Het liet mij achter met de vraag ‘waarom heb ik dit dan zitten lezen?’ Hoe zou je zoiets beter kunnen doen? Ik heb twee ideeën:

  1. Niet schrijven. Het gebeurt in mijn praktijk regelmatig dat schrijvers nadenken over doel en boodschap van hun tekst en dan tot de conclusie komen dat ze beter niet kunnen schrijven, dat ze bijvoorbeeld beter kunnen wachten tot ze meer zicht hebben op wat er speelt. Helemaal prima – dat spaart een boel tijd, ook die van de lezers! In een tijdschrift is het misschien anders, maar het lijkt mij toch een terechte overweging: had dit artikel er wel in gemoeten?
  2. Op zoek gaan naar de relevantie die er mogelijk wel is. Ik ben geen wetenschapper en toch vond ik het artikel best interessant. Dat zit hem erin dat de term VO2max een illustere is en dat ik hem vaak tegenkom als het gaat over trainen. Dit artikel helpt mij bij het onderscheiden van zin en onzin in andere literatuur, en dat vind ik wel degelijk relevant.

Meer in het algemeen moet een schrijver zich behoorlijk kunnen inleven in de lezer om de relevantie te kunnen bepalen. Dat speelt bij zakelijk schrijven ook heel vaak – schrijvers menen dan bijvoorbeeld alleen maar te hoeven ‘informeren’ en daarvan zeg ik altijd: dat kun je net zo goed laten. ‘Informatie’ als zodanig is bijna altijd betekenisloos en onvoldoende reden om in de pen te klimmen. Bij zakelijk schrijven ben je vrijwel altijd aan het sturen.

Als schrijvers dan gaan doordenken, komen ze bijvoorbeeld op overwegingen als: ‘de lezer moet zich dit realiseren bij mogelijke vervolgstappen op dit gebied of met deze partij’ of ‘ik dek me in’. Beide heel reële doelen – goed om je ervan bewust te zijn. 

De overeenkomst is dus dat een schrijfdoel en bijbehorende hoofdboodschap niet altijd heel concreet of praktisch hoeft te zijn (‘zet stap zus-en-zo’) om relevant te zijn voor een lezer. Of het nou een hardloper of je baas is. 

Direct slecht nieuws en twee andere inzichten

In de Psychologie Magazine van deze maand (nr. 13 van 2017) staan maar liefst drie dingen met een raakvlak met tekst & communicatie:

  • Hoe direct kun je slecht nieuws brengen? Nou, behoorlijk direct, blijkt uit Amerikaans onderzoek: over lichaam en gezondheid zonder omhaal, over sociale zaken (relatie uitmaken, klacht over service) met een inleiding van één zin, en bij slecht nieuws dat iemands identiteit of overtuigingen raakt (beëindigen arbeidscontract, nieuwe inzichten): iets langere, maar nog steeds korte buffer, met eventueel een enkel argument er alvast in. Dit is vooral relevant voor al die schrijvers en presenteerders die zich afvragen of je wel met de hoofdboodschap voorop kan beginnen bij slecht nieuws. Meestal wel, dus, en sowieso met hooguit een korte inleiding ervoor.
  • Ik heb het er hier al vaker over gehad: expressief schrijven helpt tegen piekeren. In nieuw onderzoek is vooral gebleken dat mensen die hun gepieker van zich af schreven daarna beter presteerden op een lastige taak.
  • Hoe vaker de baas ge-cc’d wordt in e-mail, des te minder vertrouwen hebben de medewerkers onderling. De baas dc’en maakt medewerkers achterdochtig, en dat kan leiden tot een angstcultuur. Niet doen dus, al dat cc’en!   

 

Impliciet menselijk

Via @annekenunn  en @BryanAGarner bereikt mij een citaat van Richard Gambino over de lijdende vorm:

The effect of the habitual use of the passive voice is to create an illusory animistic world where events have lives, wills, motives, and actions of their own without any human being responsible for them.

Op basis van mijn eigen promotie-onderzoek durf ik hier te beweren dat het niet wat meneer Gambino hier beweert. Het interessante van de lijdende vorm is namelijk dat de impliciete handelende persoon vrijwel altijd menselijk is – moet zijn zelfs. In het Nederlands misschien net iets meer dan in het Engels, maar dan nog…

Ik geloof dat ik dit inzicht zelfs voor het eerst óver het Engels hoorde, ik geloof uit het werk van Scott Delancey, met als voorbeeldzinnetje:

The man was hit

Dat kan niet door bliksem zijn, dat moet door een ander persoon zijn. Bliksem kan vrijwel alleen maar als je dat expliciet maakt:

The man was hit by lightning

Een ander fraai voorbeeld ken ik via Robert Kirsner:

Er wordt gefloten

Dat kán geen fluitketel zijn, dat moet een mens zijn, die fluiter. Zelfs met door-bepaling is het gek.

Het is zelfs zo dat in een heleboel passieven de weggelaten handelende persoon ik of wij is – denk maar aan van die zinnen als:

Er kan worden geconcludeerd dat… Hieronder wordt beschreven dat… In het onderzoek werd vastgesteld dat… Er is besloten dat…

Persoonlijker kan bijna niet! Alleen: wel impliciet.

Dus, je kan zeggen dat het passief de verantwoordelijke voor de handeling impliciet houdt, en daarmee vaag en op afstand. Daar kun je een boel tactische en ook onethische dingen mee doen. Maar een animistische wereld schetsen waarin gebeurtenissen een eigen wil hebben zonder dat mensen ervoor verantwoordelijk zijn – nee. Júist niet, zou ik willen zeggen. 

Het passief kan de verantwoordelijke zo goed impliciet houden omdat wij mensen geneigd zijn onze eigen soort als de hoofd-verantwoordelijke voor alles te zien, en dus automatisch een mens invullen als handelende persoon als we geen andere signalen krijgen. Dat vond ik interessant aan mijn eigen onderzoek, dat op deze inzichten voortborduurde: wat zo’n talig verschijnselijk als het passief laat zien over hoe wij in de wereld staan.

Dus ik kon het even niet laten om dat hier uit te leggen. Zo af en toe kan ik sowieso niet laten om ten strijde te trekken tegen al te suffe dingen die er over het passief beweerd worden….

 

‘Ga ergens anders zwemmen’

Voor mijn collectie ‘gekke teksten in de buitenwereld’ spotte ik laatst dit exemplaar:

Zwem verder in Zwemcentrum RotterdamDe foto is helaas een beetje vaag, maar wat ik er gek aan vind, is goed leesbaar. Deze poster hing namelijk in mijn eigen lokale zwembad, en hij kondigt aan dat er een eind verderop binnenkort een nieuw zwembad geopend wordt, het Zwemcentrum Rotterdam.

De strekking vind ik gek, want ik begrijp die als: ga vanaf 22 januari ergens anders zwemmen. Sympathiek dat ze de opening van het zwembad (een 50-meterbad!) aankondigen, maar ik had andere bewoordingen gekozen. Al was het maar ‘kom eens kijken in’. 

Twee twijfelachtige twitterontwikkelingen

Een dikke week geleden veranderde er iets drastisch voor één specifiek tekstgenre: de maximale lengte van een tweet ging van 140 naar 280 karakters (nieuwsbericht). Daar werd heftig op gereageerd (zie dit bericht) en ook ik moet bekennen dat ik het niks vind. De creatieve uitdaging zat hem juist in dat ultrakorte schrijven. 

Bovendien heb ik de indruk dat mijn leesinspanning voor tweets van 280 tekens meer dan verdubbelt ten opzichte van 140. Het kan zijn dat dat gewenning is, maar het kan ook zijn dat 280 tekens complexere mededelingen mogelijk maken, met dus meer verwerkingstijd. Dat werd overigens aardig geparodieerd in deze tweet van @academicssay:

Al eerder was me een ander (nieuw?) verschijnsel opgevallen, en dat was het vergroten van de tekstruimte door het opnemen van een plaatje met tekst, zoals bijvoorbeeld in deze twee van @tekstschrijver (die ik overigens met plezier volg als vakgenoot):

Nou is dit tekstplaatje nog een beetje ‘opgeleukt’ met de ballonnen, maar dat hoeft niet, zoals bij deze van @jeukendrup:

Nou goed, dat is dan weer een citaat, dus dat mag een aparte status krijgen, maar toch vind ik het niet zo geschikt: het is me te veel nadruk op de tekst. Het wordt zo een beetje een tegeltjeswijsheid, vind ik – het is ook net een lijstje eromheen. Nou, dan moet je wel iets heel bijzonders te zeggen hebben.

Helemaal moeizaam vind ik de volgende combinatie, waarin de tweet zelf het plaatje ontkent. Dat werkt niet, volgens mij, juist door die nadruk:

Overigens heb ik van Asker Jeukendrup via Twitter een boel geleerd – het gaat me om de vorm, niet om de inhoud.

 

Redigerende baas mag zich beperken

Bij een paar van mijn opdrachtgevers speelt op het ogenblik het thema van de ‘redigerende baas’: de baas klaagt erover dat hij nog veel moet verbeteren aan het eindproduct van zijn schrijvende medewerkers en/of de medewerkers begrijpen niet waarom hun baas nog zoveel verandert aan hun teksten.

Ik heb enkele voorbeelden van door bazen geredigeerde teksten geanalyseerd en in veel gevallen zie ik de rationale van de verbeteringen niet zo. Soms lijkt het erop dat de baas iets verandert om het veranderen. Of stokpaardjes berijdt. Of een stijlideaal voor ogen heeft dat ik relatief vind. Misschien verbetert de tekst wel, zeg van een 7,2 naar een 7,4, maar is dat de moeite waard? De moeite waard van enerzijds de uren werk van de baas en anderzijds van het frustreren van de medewerkers? Wetende dat lezers van zakelijke teksten veel meer gericht zijn op inhoud dan op stijl? 

Mijn antwoord schemert door de vragen heen: ik betwijfel het zeer. Redigeren is belangrijk voor zover het zorgt voor grotere lezergerichtheid van de tekst. Maar je moet het wel weten te beperken. Ik merk dat zelf ook: eigenlijk is het nooit af, en ook ik heb mezelf wel eens betrapt op het scheppen van versie 57 waarin ik die ene zin waar ik ontevreden over ben maar weer eens omgooi, en nog eens, en nog eens… Het kost heel veel tijd en het is bijna een toevalstreffer of de laatste versie beter is dan de voorlaatste, of de op-twintig-na-laatste.

Leidinggevenden mogen wat mij betreft vaak best wat terughoudender zijn in hun bemoeienis met de laatste fase van het schrijfproces. Maar ik heb al gemerkt: da’s een lastige boodschap. Het lijkt erop dat redigeren ook iets te maken heeft met het plaatsen van een stempel: de tekst gaat erdoor ook naar de leidinggevende ‘rieken’. In dat opzicht vervult het werk wel een functie. Dat is prima, maar laat dat dan wel duidelijk zijn. Voor beide partijen. 

 

 

Piramideprincipe leren trainen?

Op 16 november organiseert Kiezel Communicatie hier in Rotterdam een training over het geven van training in het piramideprincipe (in de leer van Barbara Minto), met mij als docent. Dat wordt dus een train-de-trainer-bijeenkomst, vooral bedoeld voor ervaren schrijftrainers. Als je interesse hebt om mee te doen, hoor ik dat graag – liefst zo snel mogelijk! Hieronder vind je iets over doel, aanpak en voorbereiding van de training.  

Het doel van de dag is om trainers in staat stellen om zelf goede trainingen piramideprincipe te geven, door:

  • Hen beproefde werkvormen zelf te laten ervaren. We gaan dus aan de slag met oefeningen en andere werkvormen uit mijn trainingspraktijk. Ik hoop niet alleen dat de eigen piramidevaardigheden van de deelnemers daarvan verbeteren, maar ook dat ze inzien wat de meerwaarde is van de methode – wat mij betreft veel meer een instrument om helder, logisch en lezergericht te denken dan een ‘teksttrucje’.
  • Op de ervaringen met die werkvormen te reflecteren, en het zo dus te hebben over de didactiek van het piramideprincipe.
  • Te bespreken wat er verder nog bij trainingen piramideprincipe komt kijken. We gaan het aan de hand van mijn en eigen ervaringen en hopelijk ook die van de deelnemers hebben over de grenzen aan de toepassing ervan, de (reële en ‘weerstanderige’) bezwaren ertegen, over hoe organisaties ermee werken, wat mensen er moeilijk aan vinden, wat er leuk aan is, enzovoort.

De voorbereiding betreft leeswerk (mijn boek Adviseren met perspectief en een artikel dat ik verstrek), en wie teksten of presentaties heeft van zichzelf of van opdrachtgevers/deelnemers waar mogelijk iets ‘piramidaals’ mee aan de hand is, dan die graag meenemen. 

Dus wil je een kijkje in mijn keuken en een leuke en nuttige dag samen aan de slag…. dan hoor ik graag van je!