Schrijfmisdaden

Via de (besloten) LinkedIn-groep van oud-McKinsey-communicatiespecialisten bereikte me dit overzicht van tien zakelijke schrijfmisdaden. Ik vind het wel leuk; meestal zijn die ‘top tien’ dingen nogal afgezaagd, maar hier zitten er tussen waar het maar weinig over gaat, zoals die eerste over schrijven voor je baas. Dat hoor ik wel van schrijvende professionals: dat de ‘hobbel’ baas moeilijker te nemen is en dus belangrijker dan de uiteindelijke lezer.

Leestijd: 3’44

Via het weblog Slidemagic kwam ik laatst terecht  bij een interessante presentatie op DocSend over succesvolle pitches aan investeerders door start-ups. Er ligt onderzoek aan ten grondslag onder andere naar het ‘deck’, dus de stand-alone papieren of digitale presentatie (neem ik aan). De gemiddelde investeerder kijkt daar 3 minuten en 44 seconden naar, en dat komt neer op 10 tot 25 seconden per pagina. Ik denk dat dat een stuk minder is dan de makers ervan verwachtten!

Ik moet zeggen dat ik wel nieuwsgierig ben naar hoe het onderzoek precies gedaan is, en ik ben het, net als Jan van Slidemagic, niet eens met sommige conclusies. ‘Meeste tijd naar kijken’ is niet per se ‘belangrijkste’ slide: een ingewikkelde slide lezen kost meer tijd. Ik weet ook niet of je kunt zeggen dat het goed is om het deck tot 20 pagina’s te beperken omdat de leestijd maar 3’44 is. Dat lijkt mij een omkering van oorzaak en gevolg bij dit onderzoek, waarin de gemiddelde lengte 19 pagina’s was. Misschien krijgt een dik deck wel meer tijd juist, en meer in het algemeen is de relatie tussen leestijd en lengte niet zo eenduidig.

Desalniettemin: interessante data. Die 3’44 ga ik onthouden!

Verschenen: financieel boek waarvoor ik tekstadvies gaf

Kort geleden is het boek Mastering Interest Rate Risk Strategy verschenen, van Victor Macrae. In de ‘acknowledgements’, p. X, staat dit:

boekvictor

Oftewel: het is een boek waar ik tekstadvies voor gaf over structuur. Leuk dat het er nu is!

Het boek vertelt een essentieel verhaal. Er zijn de afgelopen jaren namelijk nogal wat derivatenblunders geweest (google er maar eens op, en denk Vestia). Dat kwam onder andere doordat managers handtekeningen zetten onder contracten die ze zelf niet begrepen. Victors boek beoogt de kennis te verstrekken die organisaties nodig hebben om te weten wat ze eigenlijk doen als ze derivaten en aanverwanten inzetten – want die kunnen wel degelijk goed gebruikt worden. Bovendien gaat het ook over de zorgplicht die banken hebben. Als je Victor daar zelf over wilt horen vertellen: luister naar BNR.

Leestip: twintiger

Vorige week was er weer een bijeenkomst van onze Tekstnet-intervisiegroep. We houden ons bezig met de vraag wat een tekst ‘goed’ maakt. Ter illustratie had Verena een link doorgestuurd die ik hier graag doorplaats, want ik vond die tekst inderdaad jaloersmakend goed geschreven – sowieso, maar helemaal gezien het feit dat het om een ‘twintiger’ gaat: http://www.detwintiger.nl/werkloos/werken-bij-de-ns-dag/

En wat maakt die tekst goed? In elk geval het taalspel, met de lange zinnen (veel snelheid daardoor), de hoofdletters, zo’n vondst als één. voor. één. Daarnaast inhoudelijk:de mix van humor, eerlijkheid en herkenbaarheid, met rake typeringen die me plaatsvervangende jeuk geven, zoals die NS-professional met Prezi, die zie ik zó voor me, of het ‘individueel WELKOM! heten met exact dezelfde woorden’- urgh, ja!

Tamara de Reus verdient het om niet te lang werkloos te zijn dan wel bij de Hema te werken!

Vrijdagmiddaglinks

Weer eens even twee waardevolle links, zo op de vrijdagnamiddag:

  • Ik heb al vaker verwezen naar het weblog Slidemagic; onlangs had Jan Schultink er een waardevolle post over hoe je een ‘slidument’ maakt, dus een rapport alsof het een presentatie is, of een presentatie zonder jou erbij. Bottom line: ga ervan uit dat de lezer een ongeduldige doorklikker is. Eerder al had hij een aanverwante post over lezen versus kijken.
  • Wout Sorgdrager heeft op zijn weblog een herkenbaar stuk over de weerbarstigheid van schrijftrainingen (‘zo doen we dat hier niet’). Eronder staat mijn recente Tekstblad-artikel vermeld, dat vind ik een eer. Dat artikel heeft me sowieso al flink wat reacties opgeleverd van tekst-collega’s, vooral dat ze het eerlijk vinden én herkennen. Erg leuk!

Geredigeerd worden

Zoals hier al eerder vermeld, komt er een derde druk van Adviseren met perspectief. Een maand geleden heb ik de kopij ingeleverd bij de uitgeverij. Het proces gaat voortvarend: eerder deze week heb ik de geredigeerde versie daarvan gefiatteerd.

Mijn tekst was dus geredigeerd, en dat is altijd een gemengd genoegen. Er waren zeker een boel dingen verbeterd, van die correctheidskwesties die er bij mij makkelijk doorheen glippen omdat ik er net te weinig belang aan hecht (vraag-antwoord-dialoog of vraag-antwoorddialoog? ik neig naar de eerste, maar het is de laatste), ik heb nog wat dingen verduidelijkt, er kon nog wat worden ingekort, enzovoort.

Maar voor een deel ben ik te eigenwijs om iemand anders aan mijn tekst te laten zitten. Smaakkwesties wil ik op mijn manier. Ik zeg en schrijf lezergericht en niet lezersgericht, en de regel voor de tussen-s biedt vrijheid. Ik ben zelfs recalcitrant genoeg om niet in alles de officiële regels te willen volgen. Op alle gevallen van één die je als één uitspreekt, wil ik die accentjes, ook als ze volgens de officiële regel overbodig zouden zijn – want het zíen en niet uit de context hoeven afleiden helpt volgens mij lezers. En in mijn tekst geen typefout maar typfout, ook al is het Groene Boekje het daar niet mee eens (zie ook dit taaladvies).

Eén ding kostte me wat meer hoofdbrekens. De redacteur had een heel aantal gevallen van terugverwijzen naar dingen (boodschap, vraag, presentatie) veranderd van een persoonlijk voornaamwoord (hij, zij) naar een aanwijzend voornaamwoord (deze), bijvoorbeeld:

De hoofdboodschap wordt dus in de loop van het project steeds concreter. Ook anderszins kan deze zich sterk ontwikkelen.

Ik snap wel waar dat vandaan komt: boodschap is vrouwelijk, maar onze intuïties daarover zijn zo afgesleten dat met zij terugverwijzen toch een beetje gek is, en hij is fout. Maar deze is voor mijn taalgevoel ook fout, zelfs nog fouter dan hij. Deze kan voor mij alleen maar terugverwijzen naar andere grammaticale rollen dan het onderwerp – het verschil tussen deze twee zinnen:

Jan ging met Piet naar de bioscoop. Hij had de film nog niet gezien. (= Jan)
Jan ging met Piet naar de bioscoop. Deze had de film nog niet gezien. (= Piet)

Ik heb zo veel mogelijk het verwijsprobleem proberen te omzeilen, en een enkele keer toch gewoon hij gebruikt. Bij vraag mag dat sowieso, dat is mannelijk, en bij presentatie gaat zij dan weer moeiteloos, dat ervaar ik kennelijk nog wel als vrouwelijk. Lastige kwestie, hoor, in het Nederlands!

Maar… ondertussen wel op weg naar een mooie nieuwe druk!

Snelle pitch

Vorige week had één van mijn trainingsdeelnemers (dank, Ron!) een filmpje van Forbes bij zich met uitleg over hoe je iets piramide-achtigs kunt gebruiken om in 15 seconden te pitchen.Hij liet het aan het eind zien aan de groep, als leuke afsluiting van de trainingsdag.

Het is een mooi voorbeeld, knap gedaan. Het is net niet helemaal echt piramidaal omdat de hoofdboodschap niet overkoepelt en daardoor de relatie met het niveau eronder eerder associatief is dan strikt logisch, maar  het is dan ook reclame en geen zakelijke tekst. Eigenlijk is van reclame de hoofdboodschap altijd ‘koop dit product’, maar zo breng je het nooit natuurlijk.

Knap is om in zo’n korte tijd zo veel wezenlijks te zeggen. Het lijkt me voor een klant zelfs ietsje overdonderend als je dit verhaal over je heen krijgt als je de winkel binnenstapt!

Beren en andere beesten op de weg

Soms leer ik tijdens een training die ik geef zelf ook nog wel eens grappige dingen. Afgelopen vrijdag had een deelnemer het als voorbeeld van een metafoor over ‘leeuwen en beren op de weg’. Ik nam die over met alleen de beren. Toen zei hij: ja, en dan die leeuwen nog. Toen dacht ik: huh?

Ik wist niet beter of de uitdrukking was ‘beren op de weg zien’. Volgens hem was het ‘leeuwen en beren op de weg zien’. We konden ter plekke zoeken, en de spreekwoordenboeken gaven hem gelijk, althans, naast die leeuwen vond ik ook wel ‘apen en beren’ en ‘wolven en beren’. Zie bijvoorbeeld hier en hier.

Buiten de woordenboeken vind je echter vooral alleen maar de beren op die weg, zonder andere beesten. Grappig: het officiële spreekwoord is duidelijk in het dagelijks taalgebruik een paar van z’n beesten kwijtgeraakt!

Dank, Jaap!

Samenvatten doe ik zelf wel

Vorige week hadden we een bijeenkomst van de Vrouwelijke Ondernemers Overschie, het netwerk waar ik enthousiast lid van ben, over moodboards, door binnenhuisarchitect Debora Reis. Dat zag er zo uit:

Collage maken om tafe

 

 

 

 

 

 

 

 

(ik ben de tweede van rechts, in het zwart en opzij kijkend).

Zo’n moodboard maak je als collage, en dus bladerden we door allerlei tijdschriften heen. Daarbij viel mijn oog op een exemplaar van Flow (ik weet niet van wanneer, ben ik vergeten op te schrijven), met daarin achterin iets wat me verraste:

flow-samenvatting

Een samenvatting?! Wat me daaraan verbaast:

  • Ik heb dat nog nooit gezien in een krant of tijdschrift. Dat is ook niet nodig, want journalistieke teksten zijn zo geschreven dat je als lezer je eigen samenvatting kunt maken. De krant koppensnellend lezen, daar kan geen samenvatting tegenop. Meer in het algemeen zeg ik dat wel eens, een beetje provocerend: een goed gestructureerde tekst heeft geen samenvatting nodig. Of: een samenvatting is een noodoplossing om een slecht leesbare tekst toch nog een beetje toegankelijk te maken.
  • Ik vind het het raar dat je enerzijds een tijdschrift koopt en anderzijds klaagt dat er zo veel in staat (tenminste, dat begrijp ik uit wat er in het groene stukje staat). Koop het dan niet, zou ik zeggen. Of betaal je je geld om alleen die ene pagina te lezen?
  • Ik vind het een rare gedachte dat een lezer de voor hem/haar belangrijke dingen zou vergeten. Sterker nog: wat voor mij belangrijk is, dus wat ik wil onthouden uit zo’n tijdschrift, dat bepaal ik zelf wel. Dat kan een ander helemaal niet voor mij doen, want ik lees eigenzinnig. Niet alleen ik: alle volwassen lezers. We lezen allemaal  vanuit ons eigen leesdoel en -belang. Een representatieve en door een ander bedachte samenvatting is kunstmatig, schools.

Ach, het kan natuurlijk niet zoveel kwaad. Behalve dan dat het een pagina kost die met interessantere dingen gevuld had kunnen worden, en lezers het idee geeft dat ze representatief moeten lezen en onthouden. Daar gaan toch al veel volwassen lezers onder gebukt, onder dat ideaalbeeld van schools lezen. Vandaar dat ik toch blij ben dat mijn tijdschriften geen samenvatting bevatten.

De ene goede manier van lezen

Ik vind het altijd wel leuk om in deze tijd van het jaar iets te horen over het eindexamen Nederlands. Dit jaar valt me in de reacties op dat er kritiek is op de suggestie in het examen, of in de aanname erachter, dat er één juiste, objectieve manier van lezen zou zijn.

Ik lees dat bijvoorbeeld bij Marc van Oostendorp en iets in diezelfde strekking stond in de NRC bij monde van hoogleraar Nederlands Anneke Neijt (krant van dinsdag, p. 6). In beide gevallen gaat het om een passage van de tekst waarin sprake is van een ‘samenraapsel’ van gebouwen, en daaruit moet je als lezer dan afleiden dat die omgeving het beste te karakteriseren is als ‘rommelig’. Het beste in de zin van: beter dan de andere drie multiple-choice-antwoorden.

Maar, zo zeggen de deskundigen dus, elke lezer is anders, met eigen ervaringen, interpretaties, associaties. Dus vanwaar het idee dat er op zo’n vraag maar één goed antwoord is?

Eerdere jaren viel me dit type kritiek niet zo op. Was die er niet, of komt het omdat ik zelf veel bezig met de grote verschillen tussen lezers? Binnenkort verschijnt mijn Tekstblad-artikel daarover, gebaseerd op de scripties van Dorien en Kiki die ik begeleidde. En het gaat er tegenwoordig vaak over in mijn trainingen. Steeds meer raak ik ervan doordrongen dat je als schrijver je lezer zo goed mogelijk moet leren kennen, en/of schrijven voor grillige, wispelturige, onvoorspelbare lezers.

En die lezers, die ‘moeten’ niets. Ook niet meer een voldoende zien te halen voor een eindexamen. Gelukkig.