Helderheidsinzichten

Vandaag weer eens een leestip, namelijk een weblog dat zeer de moeite waard is: de ‘insights’ van Clarity College. Ik ken Davina van Clarity College, we hebben een vergelijkbare achtergrond, en ik weet wat voor werk ze doen, dat dat nauw verwant is aan het mijne, en dat het goed werk is. Kijk maar alleen al naar de meest recente post, die van 1 september: helemaal mee eens dat verschillende publieken met een andere kijk of strategie het nodig maken twee verschillende verhalen te vertellen. Tussen neus en lippen door laten de uitgewerkte structuren ook zien hoe je een vergelijkbare boodschap onderbouwt met waarom (de eerste) of met hoe (de tweede), en wat dat betekent voor het verhaal. Van harte aanbevolen!

Over de diversiteit van spreken in het openbaar

Afgelopen woensdag was ik bij de jaarlijkse bijeenkomst van het Agile Consortium. Het thema was ‘spreken in het openbaar’. Ik hield er zelf een workshop en ik woonde de lezingen en enkele andere workshops bij. Ik vond het een erg geslaagde dag: ik voelde me wel thuis tussen de ‘agilisten’. Ik ervoer hen als prettige mensen, zowel om mee te werken als om mee te verkeren tijdens lunch, diner en koffie en dergelijke: bereidwillig, slim en open.  Oftewel: weinig blabla, geen verborgen agenda’s, wel hard werken en gesprekken die echt ergens over gingen.

Mijn eigen workshop ging goed, vond ik. Het was deels een experiment: in nog geen anderhalf uur de deelnemers de basis van het piramideprincipe bijbrengen én meteen toepassen op echte data, relevant in het hier-en-nu. Die data bestonden eruit dat de deelnemers feedback gaven aan de organisatie op basis van hun ervaringen met het eerste deel van de bijeenkomst. Normaal gesproken gaan daar meerdere trainings- en coachingssessies overheen, zal ik maar zeggen. Het lukte, of althans: bijna. We hadden nog net geen goede hoofdboodschap toen we moesten stoppen, maar als we een kwartier meer hadden gehad, waren we er wel uitgekomen, en de deelnemers hadden een goede indruk van hoe deze manier van logisch, helder en publieksgericht denken over je materie werkt.

Van de andere lezingen en workshops heb ik vooral de indruk overgehouden dat ‘spreken in het openbaar’ een enorm breed veld is, en dat eigenlijk geen enkele benadering, geen enkel boek, het helemaal afdekt. Ik zat gaandeweg te denken: wat als we eens met een heleboel deskundigen bij elkaar zouden komen om toch tot één ding te komen… samen met specialisten in stem, uiterlijk/kleding, theater/toneel, retorica, debatteren, powerpoint en andere visuele hulpmiddelen, storytelling, formuleren, structureren, stijlmiddelen en noem maar op. en dat dan over genres zo divers als TED, massamedia, één-op-één, zakelijke presentaties, politieke speeches, gelegenheidstoespraken, dik voorbereid of juist geïmproviseerd…

Ik snuffelde die dag weer aan van alles en nog wat, en dat was inspirerend. Ook soms om te zien hoe iets niet moet – want dat blijft het leuke aan mijn vak: als het me niet meer kan boeien wat iemand zegt, kan ik altijd nog kijken naar hoe hij of zij het zegt, en daarvan leren hoe ik het zelf wel of niet wil doen. Al is ook dat heel divers, ik bedoel: bij het bespreken van voorbeelden viel me een paar keer op hoe verschillend mensen iets kunnen beleven, en dus ook hoe zeer smaken verschillen. Ik blijk duidelijk licht-allergisch te zijn voor gladde, snelle babbel (‘Amerikaans’), en een vrij sterke structuurbehoefte te hebben. Dat laatste is wellicht een beetje beroepsdeformatie ook, met al die aandacht voor structuur en de grote lijn vóór de details in mijn werk. Het eerste, op dat punt kwam ik dus in het contact met de agilisten zeer aan mijn trekken. De dag ging écht ergens over, en ik kijk er dan ook met plezier op terug.

Klare taal of niet?

Via de LinkedIn-groep over Begrijpelijke Taal werd ik geattendeerd op een artikel in Binnenlands Bestuur over de vraag of eenvoudig taalgebruik in alle overheidsteksten mogelijk is. Het eindigt nogal open, vind ik, maarja, misschien is dat ook wel terecht en is de discussie nog onbeslecht. Ik ben overigens wel geneigd mee te gaan met de geïnterviewde hoogleraar uit mijn vakgebied Carel Jansen: eenvoudig is niet altijd mogelijk of wenselijk. Begrijpelijke taal wel, maar begrijpelijk voor wie? De ene lezer kan nou eenmaal meer hebben dan de ander.

Bobotaalboek

Al een tijd geleden gaf ik op dit weblog als tip de Twitter-account @bobotaal. Die volg ik nog altijd met veel plezier, om af en toe jeuk van te krijgen, en ook wel als waarschuwing: alert blijven op bobo-neigingen in mijn eigen taal en die van de mensen met wie ik werk.

Vorige week verscheen het boek Bobotaal. Ik heb het in één ruk uitgelezen en ik beveel het graag aan voor taalgevoelige mensen met ervaring met vergaderingen, hei-bijeenkomsten, strategische sessies, keynote speeches, intervisiebijeenkomsten, functioneringsgesprekken en andere gelegenheden waar bobotaal welig tiert.

Het boek typeert de taal van elf van dat soort gelegenheden, en de mensen zeggen daar net zulke vage, wollige en opgeblazen dingen als die ik ken van de Twitter-account (of zie ook de honderden voorbeelden op de Bobotaal-website). De citaten zijn nu van meer context voorzien, zodat soms ook duidelijk wordt hoe ongelukkig mensen kunnen worden van bobotaal, hoe ze hem leren spreken, waarom ze hem spreken. Die analyse blijft wel wat oppervlakkig, en ik weet bijvoorbeeld ook niet of het waar is dat bobotaal steeds vaker voorkomt. In elk geval strijd ik al tegen ‘consultees’ sinds ik in die branche begon (1997). Van die jaren herinner ik me vooral de jeuk die waarde toevoegen en pro-actief bij me opriepen. En als je iets zei met synergie, stakeholders impact, challenges, en best practice erin (ja, ook in het Nederlands), hoorde je er ook helemaal bij, dan sloeg je een deuk in een pakje boter – en dat is nog steeds zo.

Wel is het goed dat dat type taalgebruik aan de kaak gesteld wordt. Want wat schiet je ermee op als we allemaal ja zitten te knikken als de directeur zegt (p. 135):

Kijken we naar de invalshoeken met de juiste focus, dan kunnen we daaruit opmaken wie er kan faciliteren op de deelgebieden waarop we gaan focussen.

Durfden maar meer mensen dan hardop te zeggen dat ze geen flauw idee hebben waar dat over gaat!

 

Nevenschikkende argumentatie goedgekeurd

De afgelopen dagen heb ik het boek Argumentatie. Inleiding in het identificeren van meningsverschillen en het analyseren, beoordelen en houden van betogen gelezen. Een deel van mijn vakgenoten zal bij die mededeling van z’n stoel vallen. Zo van: ‘Nu pas? Je bent al 23 jaar afgestudeerd Neerlandicus en je werkt in de schriftelijke taalbeheersing en dat boek had je nooit eerder gelezen?’ Het is namelijk nogal een standaardwerk. Maar de taalbeheersing is ook nogal een tweestromenland, en ik ben opgegroeid in de andere stroom. Die doet sowieso niet zo veel aan argumentatieleer, en al helemaal niet van dit type.

Leiden is de enige opleiding waar de twee stromingen samenkomen, en als ik daar werk (meestal geef ik daar in het tweede semester een half vak), vertegenwoordig ik er weliswaar de andere school, maar ik vond toch dat ik dit boek maar eens moet lezen.Niet dat er nou zo heel veel nieuws in stond, want je kunt toch echt moeilijk al een paar decennia in dit vakgebied meelopen zonder het gedachtegoed van de groep rond Van Eemeren te leren kennen. Wel leuk en nuttig om het zo eens systematisch op een rijtje te zien, vanaf het begin opgebouwd.

En het leverde me nog een concreet dingetje op ook. In The pyramid principle onderscheidt Barbara Minto twee geldige argumentatievormen: de enkelvoudige (bij haar voluit geëxpliciteerd als ‘logical argument’) en de meervoudige (‘grouping’, met per lid een impliciet argument). In Adviseren met perspectief heb ik dat overgenomen, maar in de praktijk sta ik vaak ook nog een derde vorm toe – en die krijgt het fiat in Argumentatie. Er gaat weer een keer (duurt nog wel even) een nieuwe druk komen van Adviseren met perspectief, en daarin ga ik die derde vorm dan ook opnemen.

Het gaat om de nevenschikkende argumentatie. Dat is wanneer je het standpunt (de hoofdboodschap) onderbouwt met argumenten die alleen samen overtuigend zijn. Het verschil met de meervoudige argumentatie is dat daar elk argument op zich al overtuigend is. Dat is bij de nevenschikkende niet zo, maar samen komt het dan dus weer wel op zijn pootjes terecht. Het voorbeeld uit Argumentatie (p. 69) is:

Standpunt: We moesten wel uit eten gaan
Argument 1: Er was niets te eten in huis.
Argument 2: De winkels waren al dicht.

En ja, waarom ook niet, hè? Ik weet niet waarom Minto dit type negeert. Natuurlijk zijn twee afzonderlijk al overtuigende argumenten sterker, maar je moet roeien met de riemen die je hebt. Vandaar dat ik al eerder in de praktijk ook wel dit type argumentatie goedkeurde. Soms zei ik het erbij: van Minto mag het niet. Maar van mij dus wel, en dat is door Argumentatie helemaal uitgekristalliseerd.

 

Kamperen bij Minto

Vanwege de schatplichtigheid van mijn werk aan dat van Barbara Minto, de bedenker van het piramideprincipe, vond ik het grappig toen ik zag dat we op onze Arctic Tour door Canada zouden overnachten in ‘Minto’. Dat zou zijn halverwege vier lange dagen tussen Whitehorse en Dawson, globaal de Yukon-rivier volgend door dunbevolkt gebied.

Welnu, Minto is niet eens een dorp, al wonen er wel wat mensen in de buurt. Het is een ‘resort’, al is dat een wat weidse naam voor hoe wij het aantroffen: een camping met als faciliteiten een douche, tuinslang en wasmachines. Het resort heeft waarschijnlijk betere tijden gekend. Dit bord bijvoorbeeld lag op de grond, en op veel minder dan 1600 voet (voet??? Canada heeft al sinds de jaren ’70 het metrische systeem):

minto1

Maar toch grappig, en het was een prachtige plek langs de Yukon:

minto2

Over die rivier zijn aan het einde van de 19e eeuw duizenden mensen op zoek gegaan naar goud: verder stroomafwaarts komt de Klondike erin uit, en die rivier was de bestemming van de laatste grote gold rush. Vanaf Skagway volgden we die historische route, helemaal naar Dawson City. Ik heb rond deze reis enkele heerlijke boeken gelezen over die periode, en had af en toe het gevoel in die boeken rond te fietsen. Ik houd daar enorm van, als lezen en reizen samen opgaan. Hier dus drie leestips, al hebben die niet met tekst en communicatie te maken (althans, niet anders dan dat ik het belangrijk vind om goede boeken te lezen om mijn gevoel voor mooie taal op peil te houden – in dit geval dan voor het Engels):

  • The Klondike Fever van Pierre Berton, een historisch overzichtswerk, zeer boeiend geschreven, en kennelijk zo levendig en accuraat in zijn beschrijvingen dat ik Dawson City meende te herkennen toen ik er binnenfietste en rondliep: ja, het klopte helemaal; zo had ik het me voorgesteld.
  • Gold rush groom van Jenna Kernan, een perfect boek voor onderweg, als e-book, maar ook omdat het heerlijk weglas. Het is een simpel krijgt-ze-hem-of-krijgt-ze-hem-niet-romannetje, maar dan terwijl het stel diezelfde weg aflegt van Skagway naar Dawson, op zoek naar avontuur en fortuin.
  • The call of the wild van Jack London – dé auteur van de wildernis van de Yukon, die zelf gedurende de goudkoortsjaren één winter in Dawson doorbracht (we zagen zijn hut). Een klassieker, en inderdaad een verbluffend geschreven en aangrijpend verhaal. Ik kocht het boek in Dawson en heb het terug thuis gelezen, om met mijn hoofd nog even terug te keren naar Canada!

 

Deze borden spreken Canadees

Zoals ik eerder al schreef, ben ik net terug van een fietsvakantie in Canada (2105 kilometer, en 23 kilometer in Alaska). Vanaf de fiets zie je nogal wat borden aan je voorbij trekken. Twee veel voorkomende verkeersborden vielen me op, omdat ze iets visualiseerden op een manier die ik zou afraden.

bergopofaf

Dit zie ik toch echt als een vrachtwagen die achteruit de berg oprijdt, want ik lees zo’n beeld van links naar rechts. Maar het werd een vreugdevol bord voor ons: joepie, lange, steile afdaling!

gedraaid

En van dit bord krijg ik nog steeds lichte kortsluiting in mijn hoofd. Ik moet het perspectief namelijk halverwege het beeld draaien, en dat voelt alsof ik een snoeppapiertje oprol. De weg is immers vanuit vogelperspectief, en de vrachtauto is zij-aanzicht. Dat gaat voor mij niet samen in één plaatje. De betekenis is overigens: opgelet, vrachtverkeer van rechts.

Verder zagen we onderweg één van de mooiste borden die ik ooit zag:

NextServices

Dit bord stond aan het begin van de Dempster Highway, en er was daarna inderdaad 370 kilometer lang helemaal niks. Hoe leeg wil je het hebben? Om die leegte te ervaren, daarom was deze hele reis begonnen.

Na die 370 kilometer volgden nog eens ongeveer zoveel lege kilometers, en die ‘services’ bestaan uit niet veel meer dan een garage, benzinepomp en een hotel met kampeerplekken erbij (Eagle Plains). Maar dat ervoeren we na vier dagen dus al als heel veel! Over het hotel zei trouwens één van de groepsgenoten dat hij het een optimale combinatie vond van ‘German friendliness and Latin efficiency’, en dat was een adequate karakterisering. Maar een keer weer binnen een biertje drinken was niet verkeerd, zeker niet omdat het die avond stortregende.

Dan nog iets over de tweetaligheid. Ver weg van Quebec komt het verplichte Frans soms wat geforceerd over. Zo namen we afscheid van de provincie Yukon, op de laatste pas voor de definitieve afdaling naar zeeniveau:

TweetaligYukon

(Ja, die pas lag in de mist, maar zodra we afdaalden hadden we gelukkig weer zicht op het prachtige toendra-landschap.)

Op diezelfde pas dit bord:

tweetaligNWT

Die keuze vind ik daar passender: naast Engels ook Gwich’in. Mij lijkt dat Frans namelijk pijnlijk voor de sprekers van die oorspronkelijke talen. Overigens heb ik ze niet horen spreken: er is in die regio niet veel meer van over. Wel mooi gezegd trouwens: ‘walk softly on our land’.

We gingen toen dus van de Yukon naar de Northwest Territories, en in de NWT houden ze duidelijk enorm van borden. Er stonden er ineens veel meer langs de kant van de weg, ook wel in onze ogen tamelijk overbodige, zoals hier, op een bruggetje in finishplaats Inuvik:

veelborden

Uh, sta ik daar nou eigenlijk illegaal?

 

Alle foto’s: Henk Vermaas; klik op de foto’s om ze beter te kunnen zien (vergroot)

Walk the Talk, Talk the Walk: conferentie over spreken in het openbaar.

Op 10 september houdt het Agile Consortium Nederland zijn jaarlijkse conferentie, dit keer met als thema ‘Walk the Talk, Talk the Walk': de conferentie gaat over spreken in het openbaar. Ik geef daar zelf een workshop over hoe het piramideprincipe je kan helpen om je speech helder te maken. De titel is ‘How to Push your Thinking for Optimal Clarity in your Talk’ . Het wordt een experimentele workshop waarin we samen een piramide gaan maken die meteen bruikbaar is, en waardoor de deelnemers ter plekke de input leveren. Ik ben benieuwd!

De rest van het programma en de andere informatie staat op de site van het Agile Consortium. Er zijn nog meer mensen welkom, dus als je interesse hebt, meld je aan!