Houd kopjes kort

7 februari 2012

Zo langzamerhand nadert hier op het weblog het einde van de verslaglegging van de resultaten van het piramideprincipe-onderzoek van de afgelopen maanden. Er is één ding dat uit diverse onderzoekjes naar voren kwam en dat niet onvermeld mag blijven: tegenstrijdige meningen over boodschaptitels.

Vorig jaar was al gebleken dat niet alle lezers doorzien dat boodschaptitels in een adviesrapport net zo werken als koppen in de krant, in die zin dat ze de inhoud van de tekst beknopt samenvatten. Lezers zien dat niet, zo gewend als ze zijn aan generieke koppen als ‘conclusie’ en ‘aanbevelingen’, en áls ze het zien, geloven ze het niet.

Dit jaar bleek dat iets genuanceerder te liggen: sommige lezers doorzien de koppen van sommige rapporten wel. Die hadden dan een positief oordeel over boodschaptitels: handig dat daar ‘alles al in staat. Of, zoals één van de respondenten (van Nynke, Nynke Ant en Marèll) verwoordde:

Je moet aan een inhoudsopgave gelijk kunnen zien waar het over gaat.

Maar ook weer niet allemaal, want sommigen vonden de boodschaptitels te lang, en daardoor onoverzichtelijk. Lange titels hinderen de leesbaarheid:

Dan waardeer ik deze beter, omdat deze beter leesbaar is door de kortere zinnen.

Een inhoudsopgave met allemaal boodschaptitels in volzinnen oogt inderdaad veel minder overzichtelijk dan wanneer alle hoofdstuktitels slechts uit één woord bestaan.

Ik concludeer hieruit dat áls je boodschaptitels gebruikt, het goed is om die kort te houden. Zo kort mogelijk. Een boodschap formuleren kan in twee woorden: het onderwerp en iets daarover, bijvoorbeeld een actie (werkwoord) of evaluatie (bijvoeglijk naamwoord). Dat lukt niet altijd, maar is wel een mooi streven.

Piramideprincipe ‘light’

3 februari 2012

Twee van de groepjes in het piramideprincipe-onderzoekscollege hebben zich beziggehouden met de mogelijkheid van een ‘piramideprincipe light’: een soort tussenvorm tussen een piramidaal en een methodologisch rapport dat wellicht voor niet-ingewijde lezers makkelijker te doorzien is, en voor schrijvers makkelijker te maken. Naar dat laatste, dus het schrijfgemak, is niet apart gekeken dit jaar, maar vorig jaar was al gebleken dat schrijvers het lastig vinden om het hele principe toe te passen, en dat je je kunt afvragen of die inspanning wel de moeite waard is.

Naar lezers is dit jaar wel gekeken, in twee onderzoeken:

  • Koen en Thijs maakten een rapport dat je een soort omgekeerde methodologische opbouw zou kunnen noemen, met explicietere boodschappen. het begint met een hoofdstuk ‘conclusie en advies’ en daarna twee hoofdstukken met analyse en onderbouwing. De kopjes hadden zowel de methodologische term als een boodschaptitel. De hoofdboodschap stond ook alvast in de inleiding. Hun respondenten konden hier prima mee uit de voeten en vonden het op alle punten beter dan het methodologische origineel: het is duidelijker, sneller te lezen, goed te doorzien, helderder, enzovoort.
  • Marèll, Nynke en Nynke Ant maakte een soortgelijk rapport, of althans: alleen de inhoudsopgave. Ook bij hen een omgekeerde methodologische volgorde met boodschappen op het niveau van de hoofdstukken. Zij vergeleken dit met een echt piramidale structuur. Belangrijkste verschil is dat daarin de structuur niet door de methode wordt bepaald, maar door de inhoud: argumenten voor de hoofdboodschap. Bij hen waren de resultaten minder eenduidig, maar wel relatief gunstig voor de tussenvorm: respondenten begrepen die beter dan de piramide. Beter, dat wel, maar niet iedereen vond de tussenvorm even overzichtelijk. De piramidale inhoudsopgave werd niet doorzien: ook hier deed zich het verschijnsel voor dat de respondenten er hun methodologische verwachting op projecteerden.

Positieve geluiden dus over een ‘light’ versie van het piramideprincipe, maar ik zag zelf meteen ook het probleem. Beide groepjes hadden min of meer gepracticed wat ze preachten, dus zelf ook semi-piramidaal gerapporteerd over hun onderzoek. Op zich vond ik dat prima, want ik had de studenten gevraagd te experimenteren met piramidaal rapporteren over onderzoek (wat nog lastig zat is, gezien de andere conventies in de wetenschap). Maar voor mij was zichtbaar dat ‘light’ niet in dezelfde mate dwingt tot een echt goede logica in de structuur. Het gaat toch meer in de richting van bij elkaar zetten wat bij elkaar hoort - maar het volledige piramideprincipe dwingt tot het veel beter onderbouwen van je hoofdboodschap.

Dát is waar je die inspanning voor levert. Dat is misschien niet altijd nodig, en dan zou zo’n makkelijkere variant uitkomst kunnen bieden. Maar in de mate waarin het je denken uitdaagt is en blijft het piramideprincipe ongeëvenaard.

Jouw lezer stelt zich voor

3 februari 2012

Gauw lezen: http://www.dialogos.nl/ik-ben-jouw-lezer/ !

Niet-ingewijde lezers helpen

31 januari 2012

Tot nu toe is een belangrijke bevinding van het piramideprincipe-onderzoek dat niet-ingewijde lezers de structuur ervan niet altijd doorzien. Vorig jaar is een voorzichtig begin gemaakt met kijken of er simpele manieren zijn om die lezers te helpen, bijvoorbeeld door het geven van een korte leesinstructie. Het effect ervan toen was nihiel: ze snapten het nog steeds niet (ik beschreef dat hier). Dit jaar zijn meerdere onderzoeksgroepjes op zoek gegaan naar andere vormen van instructie. Met wisselend resultaat.

Eén groep (Stanko, Jeroen en Marlies) vond dat het simpele soort structuuraanduiders dat vorig jaar niet werkte, het wél deed. In plaats van ‘Advies’ en ‘Argument + nummer’ noemden zij de hoofdboodschap ‘Conclusie’ en de onderbouwing ‘advies’ - want het was een praktisch gericht rapport (beantwoord onder de hoofdboodschap de hoe-vraag en niet de waarom-vraag). Hun lezers hadden geen moeite met dat rapport: ze vonden de hoofdboodschap en gaven geen blijk van verwarring. Wel was het nog steeds zo dat ze niet echt door hadden dat alles eigenlijk al in de inhoudsopgave stond.

Jeroen, Stanko en Marlies gingen nog een stap verder en voegden een soort krantenbericht met uitleg toe, maar dat had geen meerwaarde. Ook een ander groepje (Jacqueline, Marjolein en Charlotte) werkte met een krantenbericht. Dat ligt namelijk nogal voor de hand, omdat het idee van boodschaptitels en met het belangrijkste beginnen van dat genre is afgekeken. Dit drietal verwerkte niet de leesinstructie in een krantenbericht, maar maakten er een inhoudelijk bericht van, met nieuws gerelateerd aan het adviesrapport. Dat bleek lezers niet te helpen: ze legden niet de structurele link tussen krantenbericht en adviesrapport. Overigens hadden deze respondenten niet veel moeite met de piramidale tekst, die snapten ze sowieso wel. Het was dan ook een korte en overzichtelijke tekst.

Dan was er nog een groep (Alieke, Paul, Jacob en Nadine) die de inhoudsopgave visualiseerde, om te zien of dat zou helpen bij het doorzien van de piramidale opbouw. Met behulp van beeld is immers de hiërarchie van de structuur zichtbaar te maken. Maar nee, zo’n visuele inhoudsopgave maakte niet uit. De respondenten in dit onderzoek gingen maar weer eens op zoek naar de ‘conclusie’ en de ’samenvatting’ en zeiden het maar een ongebruikelijke structuur te vinden. Ook zo’n visuele inhoudsopgave wijkt af van wat ze kennen, en ze herkenden het schema daarom soms niet eens als inhoudsopgave.

Ook Kiki en Erik vonden dat ze zelfs met een nogal royaal gedoseerde leesinstructie de verwachtingen niet konden bijsturen: ook hun respondenten bleven zoeken naar ‘conclusie’ en ’samenvatting’. Het enige zo’n beetje wat zij níet in hun leesinstructie hadden gezet, was letterlijk dat die kopjes er niet in zouden staan. Verder waren ze behoorlijk expliciet geweest in hun uitleg van hoe het rapport in elkaar zat. Ze hebben geëxperimenteerd met de dosering daarvan - maar het effect daarvan was niet positief.

Wat kunnen we hier nou uit concluderen? Ik weet het nog niet precies. Twee voorzichtige conclusies:

  • Voor de praktijk: Het heeft waarschijnlijk niet zo veel zin om aan te raden voor een breed publiek ‘gekke’ dingen toe te voegen om een piramidaal rapport toegankelijk te maken: het nut van leesinstructies is beperkt.
  • Voor vervolgonderzoek: Het lijkt erop dat een kort, actiegericht rapport makkelijker te begrijpen is dan een lang en argumentatief rapport. Tenminste, dat is nu mijn beeld, maar daar was het onderzoek nu nog niet op gericht. Mooie volgende stap!

En voor alle duidelijkheid nog één keer, voor de zekerheid: in de praktijk van adviseurs die schrijven voor een opdrachtgever is dit allemaal amper een probleem, omdat hun lezer het piramideprincipe vaak wél kent, en zo niet - dan leg je het toch even uit? Dan wil die opdrachtgever al gauw niets anders meer!

Vroeger was ook niet elk boek netjes verzorgd

31 januari 2012

Ik ben nog steeds op de achtergrond bezig met de bundel opstellen van jongeren over de schrijfvaardigheid van de jeugd van tegenwoordig, binnenkort volgt er meer nieuws over. Het verschil in schrijfvaardigheid vroeger en nu heeft nog altijd mijn interesse, en het was daarom dat ik opkeek toen ik de afgelopen weken het boek De sneeuwluipaard las.

Een mooi, bijzonder boek, maar het wemelt van de taalfouten. Ik heb ze niet echt geteld, maar ik denk dat er minstens 10 d/t-fouten in staan, van die suffe als geuitte meningen (p. 277) en de schoenen zijn ontdooit (p. 167). Daarnaast een aantal congruentiefouten (persoonsvorm enkelvoud, onderwerp meervoud of omgekeerd) en anderzins ontsporende zinnen. En wat me ook opvalt, is dat er soms tussen de ene en de andere alinea een enorm verschil in benadering zit, van diepe reflectie tot wandelverslag - daar horen witregels tussen, want het is echt heel raar lezen soms. Witregels zitten er af en toe wel tussen, maar dat lijkt niet consequent gedaan.

En dit boek, de vertaling, is dus uit 1980. Toen was toch alles beter? Nou, niet dus. Eén zo’n boek zegt natuurlijk niet zo veel over schrijfvaardigheid, en zeker niet van Engelstalige auteur Peter Matthiessen. Het zegt wel iets over de zorg en aandacht die de uitgever aan deze vertaling heeft gegeven. Kennelijk waren ook toen dit soort puntjes op de i niet zo heel belangrijk. En dat voor een dijk van een boek. Dat was het al, nog voor het vertaald werd, want het won de American Book Award. Dat zie ik er niet helemaal aan af, maar dat heeft misschien te maken met de knulligheid van de vertaling. Want die indruk maakt het dus wel - dat is de makke van onverzorgd taalgebruik.

Adviesbrieven: geen bezwaar tegen HB voorop

30 januari 2012

Vrijdag schreef ik dat uit Jans onderzoek was gebleken dat het piramideprincipe het niet slechter ‘doet’ dan een methodologisch adviesrapport, en dat dat meeviel. Er was een ander onderzoek waarvoor hetzelfde gold. Daarover vandaag, in dit vervolgverhaal over het piramideprincipe-onderzoek van dit studiejaar.

Een groep van vijf studenten (Albert, Alice, Cindy Desirée en Mayke) deed ook wat grootschaliger onderzoek , namelijk naar het effect van de plaats van de hoofdboodschap in adviesbrieven van een onderwijsinstelling aan haar studenten. Dat zijn dan brieven met als strekking: ‘je dreigt voor wat betreft regeling X in de problemen te komen, dus we raden je aan gauw een afspraak te maken met de studie-adviseur om te kijken wat daaraan te doen is’.

Dit onderzoeksgroepje manipuleerde de brieven zo dat de hoofdboodschap voorop respectievelijk achterop kwam te staan. Met het origineel erbij kwamen ze zo op drie versies per brief. De originele hadden de hoofdboodschap ergens in het midden. Ze gebruikten drie verschillende brieven, zodat ze in totaal negen versies hadden. Die legden ze in verschillende combinaties aan 108 studenten voor. Dat is genoeg om er statistiek op los te laten om te kijken of eventuele verschillen tussen de versies op toeval berusten of niet.

De plek van de hoofdboodschap bleek deze respondenten eigenlijk helemaal niets uit te maken: er waren minieme verschillen tussen de versies voor wat betreft begrip (zoals zelf door de respondenten ingeschat) en waardering.

Ook dit is relatief goed nieuws voor het piramideprincipe, althans voor het onderdeeltje ‘hoofdboodschap voorop’ daaruit. Uit ander onderzoek* was namelijk gebleken dat er voor brieven met slecht nieuws een voorkeur bestaat voor hoofdboodschap achterop. Uit het onderzoek van deze vijf studenten kun je voorzichtig concluderen dat die voorkeur niet voor alle brieven geldt. De adviezen aan deze studenten waren niet echt slecht nieuws en ze boden mogelijkheden, maar ze vonden wel plaats in een vervelende context van bijvoorbeeld niet genoeg studiepunten gehaald. Zelfs dan is er dus geen duidelijke voorkeur voor hoofdboodschap achterop.

Maar er blijkt uit dit onderzoek dus ook geen duidelijke voorkeur voor hoofdboodschap voorop. Ik zou benieuwd zijn of bij uitgesproken goed nieuws en/of bij ‘echter’ adviseren (vooral: met een gelijkwaardigere relatie tussen schrijver en lezer dan in dit geval) daar de voorkeur wel naar uitgaat.

* Jansen, F. & Janssen, D.M.L. (2010). Explanations First: A Case for Presenting Explanations Before the Decision in Dutch Bad-News Messages. Journal of business and technical communication, 25(1), 36-67.

Blogtips

30 januari 2012

Aardige tips voor het schrijven van een blog: http://www.schrijvenonline.org/nieuws/maak-van-je-blog-een-succes Houd ik me eraan? Beelden (punt 2) vind ik het lastigste punt: ik doe mijn best, maar ik heb niet het meest beeldende onderwerp natuurlijk.

Het piramideprincipe is zo gek nog niet

27 januari 2012

In de serie piramideprincipe-onderzoeksresultaten ben ik bezig met het thema: de (on)begrijpelijkheid van piramidale teksten voor niet-ingewijden, dus voor niet-kenners van het principe. Vorig jaar hadden we al gezien dat sommige niet-kenners de structuur niet doorzien, en ook dit jaar bleek dat dus. Maar in sommige onderzoeken was dat onbegrip toch minder dramatisch dan vorig jaar.

Het onderzoek van vorig jaar waaruit het ergste onbegrip bleek, was dat van Jan en Fleur: onder hun respondenten heerste duidelijke verwarring. Jan is dit jaar verder gegaan met het onderzoek, en zijn masterscriptie was af in dezelfde tijd als de verslagen van de college-studenten. Hij onderzocht onder meer gecontroleerde omstandigheden en grootschaliger of een piramidaal gestructureerd rapport verwarrender is voor niet-kenners van het piramideprincipe dan een methodologisch opgebouwd (traditioneel) rapport.

Dat bleek wel mee te vallen: tussen de twee versies van het rapport was amper een verschil in mate van ervaring verwarring of in de vindbaarheid van de hoofdboodschap. Wat er aan verschil was, was gunstig voor het piramideprincipe, maar de verschillen waren niet significant.

Met gecontroleerde omstandigheid bedoel ik vooral dat Jan, voor het eerst in het piramideprincipe-onderzoek, een piramidaal en methodologisch rapport gebruikte die gelijkwaardig waren. En dat is nog niet zo makkelijk. Als je een standaaard methodologisch rapport neemt en dat als tekst-deskundige herschrijft, verbeter je meestal minstens enkele stilistische dingen gaandeweg mee, en het rapport wordt vaak ook korter, zo is de ervaring. In het echt verbeter je zelfs ook de inhoud, bijvoorbeeld door een hoofdboodschap te formuleren. Uiteindelijk vergelijk je dan appels met peren en is het nogal wiedes als de piramidale tekst beter is: er zit veel meer moeite in.

Jan heeft daarom de omgekeerde weg bewandeld: hij heeft een in de praktijk gebruikt piramidaal rapport herschreven op de methodologische manier, en daarbij zijn best gedaan om de tekst verder zo min mogelijk te veranderen. Uit vooronderzoek bleek dat dat aardig is gelukt, al ervoeren de proeflezers toen toch wel inhoudelijke en stilistische verschillen. Ze vonden de piramidale tekst bijvoorbeel actiegerichter. Maarja, dat hoort nou eenmaal eenmaal bij het piramideprincipe,

Het grootschalige van Jans onderzoek zat hem in de hoeveelheid respondenten: 94. Dit keer dus ook geen interviews over de teksten, maar vragenlijsten waarin de respondenten hun mate van ervaren verwarring en begrip aangaven, en het verzoek een samenvatting te geven van het rapport. Jan heeft de inhoudselementen van de samenvatting gescoord om het daadwerkelijke begrip te bepalen.

En er bleek dus allemaal weinig verschil. Voor het piramideprincipe valt dat ten opzichte van de resultaten van vorig jaar mee (al is het ook weer geen reden tot juichen): deze niet-kenners ervan begrepen de tekst even goed als een methodologische. Misschien hadden ze nog minder last van genre-verwachtingen, want het ging om eerstejaars studenten.

Het zou interessant zijn om het experiment te herhalen onder ouderejaars, al enkele jaren meer beïnvloed door de in de wetenschap dominante methodologische opbouw. Dat zou er licht op werpen in hoeverre het inderdaad een ‘indoctrinatie’ met de methodologische opbouw is die het moeilijk maakt om het piramideprincipe te doorzien en aan te leren. Misschien is het principe inderdaad wel zo logisch als wat Minto zegt, als je tenminste maar de methodologische bril kunt afzetten. Dat kan nu zeker nog niet geconcludeerd worden, al is het alleen maar omdat dit ene rapport toevallig in beide versies even helder was.

Het feit dat het om eerstejaars studenten gaat, maakt het ook lastig de resultaten door te trekken naar de praktijk van zakelijke lezers en schrijvers. Maarja, daar speelt dit hele probleem sowieso minder, omdat die schrijvers vaak piramidaal gaan schrijven op verzoek van hun lezers. Van oningewijdheid en verwarring is dan gelukkig geen sprake.

Bron: Cellarius, J.J. (2012) ‘Het piramideprincipe: de moeite waard? Een verkennend onderzoek naar ‘verwarring’ en ‘vindbaarheid’ in een piramidaal rapport.’ Masterscriptie CIW, RU Groningen.

En dan nu wat goed nieuws

25 januari 2012

Ik ben de serie posts over de resultaten van het recente piramideprincipe-onderzoek begonnen met slecht nieuws voor dat principe: oningewijde lezers zien het niet. Dat was vorig jaar ook al gebleken en het zet kritische kanttekeningen bij opmerkingen van Barbara Minto in The Pyramid Principle als:

Never have a heading called “Conclusion”. Such headings have no scanning value(p. 35)

If you formulate your headings properly, they will stand in the table of contents as a precis of your report – another extremely useful device for the reader in trying to come to terms with your thinking. (p. 79)

Toch is dat niet het enige verhaal: in een aantal onderzoeken doorzagen de respondenten de piramidale structuur wél. Waar lag dat aan? Eén van de oorzaken is wellicht voorkennis, al is het niet helemaal duidelijk wat voor soort voorkennis. In het onderzoek zijn drie sporen te zien:

  • Inhoudelijke voorkennis. In het onderzoek van Douwe en Irene waar het gister ook over ging, was één van de respondenten die de structuur wél doorzag een student medicijnen, en het rapport ging over de zin of onzin van griepvaccinatie voor zwangere vrouwen. Datzelfde rapport is vorig jaar ook gebruikt, en ook toen was één van de weinigen die de structuur doorhad een student medicijnen. Dat is nog te weinig om er echt iets definitiefs over te kunnen zeggen, maar het is op z’n minst frappant.
  • Algemene leeservaring. Douwe en Irene vroegen één van de respondenten hoe het kon dat hij de strucctuur doorzag, of dat misschien lag aan het vele lezen dat hij voor zijn studie moest doen:

Kan er goed aan liggen, omdat je toch veel artikelen leest voor je studie. Dat je dan wel snel even eruit pikt van: Zo zit het in elkaar.

  • Piramideprincipe-ervaring. Dat ligt misschien voor  de hand, maar het was toch belangrijk om eens goed naar te kijken. Anneke en Margreet hebben drie groepen respondenten bevraagd: niet-kenners van het principe, wel-kenners ervan (in de vorm van studenten van het college van vorig jaar), en een tussengroep die ze een korte, schriftelijke instructie gaven. Inderdaad bleek, zoals verwacht, dat de twee kenners-groepen de hoofdboodschap het snelst vonden, heel wat sneller dan de niet-kenners. De waardering liep overigens niet zo sterk uiteen: de kenners waren wellicht ook wat kritischer en zagen bijvoorbeeld zwekke plekken in de piramide.

En er was meer: bij één rapport doorzagen de respondenten het sowieso, in sommige gevallen deed het piramideprincipe het zeker niet slechter dan alternatieve vormen, en er bleek ook nog wat mogelijk met leesinstructie in het rapport. Het is dus zeker niet zo dat het piramideprincipe totaal ondoorgrondelijk is ofzoiets. Maar daarover later meer.

Een andere structuur over de piramide heen projecteren

24 januari 2012

De echte zakelijke lezers uit de blogpost van gisteren deden ook nog iets anders, waarin zij in de lichting onderzoeken van dit jaar niet alleen stonden: ze projecteerden de methodologische structuur over de piramidale tekst heen. Vorig jaar is me dat niet zo duidelijk geworden, maar dit jaar kwam het in minstens drie van de onderzoeken voor: dat de respondenten aangaven de structuur van het piramidale rapport goed te begrijpen, maar desgevraagd maakten ze er maar een raar potje van. Een methodologisch potje welteverstaan.

Eén van de onderzoeksgroepjes die op dit fenomeen stuitten, waren Douwe en Irene. Zij concludeerden:

De lezer zit zo vast in de methodologische structuur, dat hij tekstonderdelen onderscheidt die er niet zijn.

Twee citaten uit interviews die zij hadden met lezers van een piramidaal rapport - in dit geval twintigers die een niet speciaal voor hen bedoeld rapport lazen, in een bedachte maar wel realistische situatie (’geef een vriend(in) hierover advies’):

Die inleiding en die conclusie vond ik goed, en tussendoor dat geneuzel, wat was het?.. Nederland, buitenland, Nederland? Echt ehh nee, ik had niet door.. Ja ik had inleiding en ehh,.. Als je kunt zeggen Inleiding, middenstuk, conclusie, mja nee, dat middenstuk… Ik zag het wel als middenstuk, maar dat vond ik niet duidelijk. Het middenstuk vond ik niet duidelijk opgebouwd.

En als je dan een inhoudsopgave hebt, dan kun je heel goed de lijn van een onderzoek zien. En dan kun je hier echt: inleiding, nou onderzoek  1 tot en met 4 en dan bam conclusie.

Voor alle duidelijkheid: een piramidaal rapport is niet opgebouwd als inleiding - middenstuk - conclusie, heeft de conclusie niet aan het eind en laat de lijn van het onderzoek niet zien. Deze respondenten projecteren hun verwachtingen over de bestaande tekst heen. En die verwachtingen zijn helemaal bepaald door de methodologische volgorde - waarin inderdaad de meeste adviesrapporten gegoten zijn. Douwe en Irene hadden de indruk dat deze lezers vinden dat een rapport wel met een conclusie ‘moet’ worden afgesloten.

Ook in het onderzoek van Marèll, Nynke en Nynke Ant doen respondenten, in dit geval zakelijke lezers van een niet specifiek voor hen geschreven inhoudsopgave, iets soortgelijks. Ze vinden ‘dat het allemaal heel logisch is’ en zeggen ‘de structuur nu wel te begrijpen’, maar vallen door de mand als ze die structuur gaan uitleggen:

Ik kan me voorstellen dat je enquêtes hebt gedaan, die beschrijft in de methode en dat het advies geschreven is vanuit die enquêtes. (…) Voor het advies ga je bij de uiteindelijke resultaten kijken.

Vorig jaar bleek al de hardnekkigheid van de conventionele genre-verwachtingen van lezers die het piramideprincipe niet kennen. Nu blijkt heel duidelijk hoe hardnekkiger ze inderdaad zijn, en dat voor piramide-onderzoek niet kan worden volstaan met vragen ‘heb je deze tekst begrepen?’ Het ‘ja’ van een respondent hoeft niet te betekenen dat de piramidale structuur doorzien wordt.

Tekst & Communicatie Powered by WordPress
Berichten (RSS) en Reacties (RSS).