Betekenisverandering ‘coach’

10 maart 2010

Nog een klein dingetje dan over de Olympische Spelen. Naar aanleiding van een opmerkelijke verandering van de ondertiteling door de NOS ondering het woord coach een interessante betekenisverandering, geïllustreerd door Fokke en Sukke.

Grenzeloos communiceren?

9 maart 2010

In de tijd van de alomtegenwoordige nieuwe media zou grenzeloos communiceren toch geen enkel probleem moeten zijn - toch? Nou, het bleek in Canada toch lastiger dan ik had verwacht.

In de eerste plaats heb ik nog een heel eenvoudig telefoontje, en daarmee kan ik in Noord-Amerika niet bellen. Dus dacht ik: dan koop ik een voor daar een net zo eenvoudig Canadees telefoontje, bel ik daarmee naar mijn eigen voicemail en ben ik een beetje bereikbaar. Maar wat ik niet had verwacht: met eenvoudige Canadese telefoontjes kun je niet naar het buitenland bellen! En ook niet SMS’en, of gebeld/ge-SMS’t worden. Het bewees toch wel zijn waarde, want het was handig om daar te kunnen bellen, maar toch raar. Het voicemailprobleem heb ik overigens opgelost door met Skype te bellen, dat ging prima. En e-mailen ook, en er zijn verder geen ‘rampen’ gebeurd, gelukkig.

In de tweede plaats was het in Canada (of waar dan ook buiten Nederland) niet mogelijk om de NOS-video’s van het schaatsen op Internet te zien, want de NOS had alleen maar de rechten voor Nederland. Als je het probeerde, kreeg je dit:

Nouja, zeg! Nou waren wij er nog bij, en we konden Canadese televisie zien of zelfs naar het Holland Heineken Huis om daar de live NOS-uitzendingen mee te maken (want dat kon dan weer wel - maar op de internetzuilen in datzelfde huis kreeg je net zo’n mededeling als hierboven). Maar je zal maar als Nederlandse schaatsfan ergens in een ver buitenland zitten….

Dat met die rechten gaat trouwens sowieso wel erg ver. Want mensen die in de Olympic Oval gemaakte filmpjes op YouTube zetten, vonden tot hun verbijstering dat filmpje binnen een paar uur geblokleerd (en inmiddels zijn ze volgens mij ook verwijderd, want ik kan er geen meer vinden). Want dat mag niet, hè, dat is alleen voor geaccrediteerden… Nog even en je mag geen foto’s meer maken ook! Ik snap dat de ‘oude’ journalistiek het maar moeilijk heeft met al deze hobbyisten. Maar dit lijkt me toch echt niet de manier.

 

(PS, dag later: ik vond inmiddels nog wel een andere blokkade: http://www.medianed.com/2010/02/24/nos-verandert-klootzak-in-coach/ )

Terug - en de afgelopen tijd verschenen

9 maart 2010

Nu ik weer terug ben, durf ik het wel op het web te zetten: ik was de afgelopen drie weken op vakantie, naar Canada, onder andere naar de Olympische Spelen. Ik had dat hier niet aangekondigd, want dat is zo duidelijk neerzetten dat mijn huis leeg staat, dat is vragen om moeilijkheden - tijdens mijn vakantie was daar nog nieuws over. Dus ik had van tevoren een paar weblog-posts klaargezet, en ik kon makkelijk internetten, dus ik kon het net laten lijken alsof ik er gewoon was. Nouja, behalve dat het tijdsverschil me parten speelde, en ik ook wat minder actief was op het blog dan normaal. Maar goed, ik ben er dus weer!

Tijdens mijn afwezigheid zijn verschenen: Fiets van maart, met daarin mijn 56e Fietsvrouwcolumn, getiteld ‘Wíjven’ (met daarin het nieuwe woord oestrogeenvergiftiging) en Oase Magazine jaargang 2, nummer 4, met daarin van mij drie mini-columns over de levensbeschouwelijke kant van sport, en een kort artikel over mijn reis naar de Olympische Spelen: zijn daar levenslessen te halen? Jawel: in de volgende aflevering komt een aantal Olympische columns.

 Overigens: slimme Oase- en ook Fiets-lezers hadden ook kunnen weten dat ik tijdens de Olympische Spelen niet thuis zou zijn. Het is ook niet helemaal te vermijden, hè…

Hoe een moeilijke schrijver leerde schrijven

5 maart 2010

Een dikke maand geleden beloofde ik dat ik me eens zou verdiepen in Writing without teachers van Peter Elbow. Dat heb ik inmiddels gedaan, en het is me wel bevallen.

Veel bekende ideeën, bijvoorbeeld over hoe belangrijk het is om te kunnen schrijven met je interne criticus uit (mijn woorden - Elbow noemt het freewriting, over het belang van het krijgen van feedback in de vorm van leeservaringen en over het langdurig oefenen als enige manier om schrijven écht onder de knie te schrijven. Elk schrijven, of je nou romans schrijft of adviesrapporten.

Maar ook iets nieuws: hoe je een ‘leraarloze’ schrijfcursus opzet en wat de filosofische en didactische achtergrond daarbij is. Volgens Elbow ligt de nadruk in ons onderwijs veel te veel alleen maar op het ontwikkelen van onze kritische vaardigheden, de doubting game, en te weinig op de tegenhanger daarvan, de believing game, die een bereidheid vergt om mee te denken en te bouwen aan wat iemand vertelt of schrijft, en het zo te begrijpen (’believing in order to understand’) en tot nieuwe kennis, een nieuwe waarheid welilcht, te komen. Door met elkaar in zo’n leraarloze schrijfcursus de believing game te spelen, kunnen de schrijvers zich beter ontwikkelen dan wanneer de deelnemers, met de leraar voorop, elk hun best doen de ander zo hard mogelijk neer te sabelen, iets wat het gevolg kan zijn van de doubting game.

Los van dit soort filosofische overwegingen biedt Elbow een methode om beter en makkelijker te leren schrijven, juist voor mensen die er veel moeite mee hebben. Dat had hij namelijk zelf ook, heeft het misschien nog steeds wel - maar hij schrijft, en hoe! Voor ‘moeilijke’ schrijvers dus van harte aanbevolen.

Van de partij

25 februari 2010

Goed, een klein taalergernisje in schaatsdagen dan nog maar even, ook al heb ik het woord sinds Annette Gerritsens 500 meter niet meer gehoord. Ik vind dat als er één iemand op zichzelf valt, het dan een val heet en geen valpartij. Voorbeelden van valpartijen vind ik (uit het wielrennen) met z’n allen op een hoop gaan of minstens met z’n allen glijdend over de finish komen. Met z’n tweeën heb je nooit zulke dramatische valpartijen, dus okee dan: allebei onderuit is een valpartij. Een valpartij kostte Marianne Timmer de spelen. Maar één schaatser die onderuit gaat, zoals Gerritsen vorige week, dat is, en daar blijf ik bij, een val. Geen partij.

Ik neem aan dat val makkelijk valpartij wordt uit behoefte aan een dramatischer woord. Vergelijk: baanwisselramp. Ofzoiets.

Puntjes op de i

16 februari 2010

Kijk, de i staat nu goed onder z’n puntjes:

puntjes-op-i

puntjes-op-i

Waar dit op slaat? Zie vorige week.
Enne: het boek is naar de drukker!

Fokke & Sukke ook goed op dreef

9 februari 2010

Meldde ik gisteren al dat Kamagurka aansloot op een thema van dit weblog, vandaag doen Fokke & Sukke dat (zie mijn post van woensdag):

 

Oftewel: de NRC-cartoonisten zijn goed bezig!

Geen puntjes op de i zetten, maar de i onder z’n puntjes

8 februari 2010

Ik had het er laatst op dit weblog al een keer over dat de eindfase van het redigeren van een boek en het corrigeren van drukproeven nogal gemieren**k is: uren werk voor een paar piepkleine foutjes minder. Ik heb de afgelopen dagen naar de proefdruk gekregen (net echt al! leuk!) en daar nog één ongelofelijk pietepeuterig ding uitgehaald: een i met trema die niet goed recht in het midden onder z’n twee puntjes staat:

Het is een i in de tweede regel van de flaptekst op de achterkant, en dat is een nogal prominente plek, dus ik heb toch maar even gevraagd of dat aan te passen was. Jawel. Het is een bijverschijnsel van het gekozen lettertype, maar dat laat zich dus wel dresseren.

In dit geval was zo’n laatste correctie dus niet een kwestie van puntjes op de i zetten, maar van de i goed onder z’n puntjes zetten. Het moet toch niet gekker worden…

Sterke Kamagurka

8 februari 2010

Leuke Kamagurka in de NRC van zaterdag, voortbordurend op het thema van mijn stukje van donderdag. Twee mannettes, zo te zien aan de bar, zegt het ene mannetje tegen het andere: 

Door een d/t-fout in het klimaatrapport, staat nu mijn kelder onder water!

Inspraak = iedereen mag z’n zegje doen. Of niet?

5 februari 2010

Een tijdje geleden schreef ik in een recensie dat de overheid niet zo handig is in het begeleiden van interactie, bijvoorbeeld op inspraak-avonden, en onterecht concludeert dat dat soort directe communicatie met burgers niet zo’n goed idee is. Gisteren ben ik hier in de buurt naar een inspraak-avond geweest, en ojee, wat werd mijn mening weer bevestigd.

Het was nog niet eens zo heel slecht, want de begeleiding (provincie en ingenieursbureau) had duidelijk nagedacht over hoe je een grote groep burgers kunt laten meepraten: we werden ingedeeld in kleine groepen met een eigen voorzitter, er waren panelen die deels al waren voorzien van voorstellen en deels nog blanco, en er waren geeltjes. Interactie, dat is iets wat je doet in kleine groepen en met geeltjes immers, ja toch?

Nouja, dat kan. Maar het is iets waar je toch echt even wat beter over na moet denken wil je het in goede banen  leiden. Gisteravond gingen drie ‘klassiekers’ mis:

  • Voor wat er echt leeft, was geen aandacht, en al helemaal niet voor de negatieve emoties. De inspraak ging over een verandering in een vaarweg bij ons in de buurt, met consequenties voor het landschap. De bewoners zijn verdeeld in twee kampen, waarvan het meest luidruchtige kamp de verandering niet wil (overigens: ik sta er vrij neutraal in, vind het hooguit schokkend hoe er inmiddels geen rationele grond meer is voor de verandering terwijl die wel veel belastinggeld gaat kosten). De inspraakavond ging over het nadenken over de inrichting van het nieuwe landschap. Maar als je geen nieuw landschap wil, kun je ook niet meedenken over de inrichting ervan. Maar dat was pech gehad, zelfs toen één aanwezig echt pissig werd.
    Eigenlijk vond ik die uitbarsting een opluchting, want ik was daarvoor al wat onrustig geworden van alle verkapte agressie die ik voelde in de zaal. Dat maakte me overigens wel alert en nieuwsgierig, want dat was tijdens een Powerpointpresentatie, en ik zag me natuurlijk af te vragen: wat in deze presentatie geeft aanleiding tot agressie? Nou, het erdoorheen duwen van allemaal op de ambtenaren en uitvoerders gericht procesgeneuzel (‘drie fasen met elke fase in vier stappen en die zullen we nu allemaal gaan doornemen’) terwijl de zaal nog boos is over iets wat in het verleden gespeeld heeft. Oehoe, spreker, storingen hebben altijd voorrang!
  • De geboden vrijheid was veel te groot. Niemand van de begeleiders wilde of durfde duidelijk te zeggen wat de eisen en de randvoorwaarden zijn waaraan de nieuwe inrichting moet voldoen. Ze benadrukten talloze keren dat de aanwezigen al hun wensen kenbaar mochten maken, en dat er zeker naar geluisterd zou worden, want inspraak was heel belangrijk. Ze herhaalden dat zo vaak, dat ik na een keer of tien spijt had dat ik niet vanaf het begin had geturfd – en per keer geloofde ik het minder.
    Daarmee lag dus het hele speelveld open. Dat leidt ertoe dat elke aanwezige vrijuit zijn of haar eigen piepkleine deelbelangetje mocht ophoesten. Dat is niet alleen voorspelbaar, oninteressant en weinig constructief, het biedt ook de meeste ruimte aan de grootste mond.
    Bij zo’n te open aanpak verwordt inspraak en democratie tot ‘iedereen mag zijn eigen zegje doen’. Maar dat is een vervorming ervan. Als het straks gemeenteraadsverkiezingen zijn, stoppen we toch ook geen briefje met ons eigen belang in de stembus?
  • De begeleiding had niet veel verstand van hoe je met groepen mensen omgaat. Dat bleek uit de opmerking van de mevrouw die ons kleine groepje begeleidde dat ze ‘ook niet wist hoe je met een groep één schets kon maken’, maar het bleek ook uit van die beginnersfouten als een geforceerde groepsindeling (‘Oh, zit ik in groepje 1, ik wist helemaal niet dat er groepjes zouden zijn’), uit zo lang doorgaan met het mogen stellen van de laatste vraag dat het ‘nu toch echt de aller, aller, allerlaatste vraag’ moest zijn (en toen volgden er nog twee), het iemand niet de mond snoeren die toch al z’n zes in plaats van het gevraagde ene punt hardop wil noemen, het zo laten uitlopen van onderwerp één dat onderwerp drie(voor mij het interessantste) erdoorheen geragd moest worden waardoor daar helemaal alleen de grootste monden aan het woord kwamen, enzovoort, enzovoort.
    Dat zijn van die basisfouten die verraden dat de organisatie niet professioneel is op het gebied van het begeleiden van interactie. Elke beetje docent kan dat beter. Want anders krijg je veel te grote ordeproblemen namelijk.

Het gevolg? Veel chaos, voor mij hoofdpijn, voor het organiserende ingenieursbureau een stortvloed aan opgebrachte punten die ze onmogelijk allemaal mee kunnen nemen, voor de aanwezigen dus de volgende keer de kater dat er met wat ze geopperd hebben niets is gebeurd, toegenomen antagonisme tussen de voor- en tegenstanders en tussen de tegenstanders en ‘de politiek’, een boel gemiste kansen.

Zo moet het dus niet. Hoe dan wel? Het begint met een professionelere aanpak, waarin deskundigen meedenken over hoe je zo’n interactie in goede banen leidt. En met mensen voor de groep die weten hoe je een pijnlijke boodschap brengt, hoe je met weerstand omgaat en hoe je een grote groep in goede banen leidt.

Voor de keuze van de werkvorm is het allerbelangrijkste: veel meer structureren. Dat kan met panelen, geeltjes en kleine groepen.

Bijvoorbeeld: de voorbereiders formuleren tien stellingen over de verschillende inrichtingsopties (bijvoorbeeld: een brug is beter dan een dam’ of ‘er moet een camping komen in het nieuwe gebied’). Daarover wordt plenair gestemd. Als je iets heel erg graag kwijt wil naar aanleiding van die stelling, schrijf je dat op een geeltje. De geeltjes plak je op een paneel dat bij de stelling hoort en dat er meer informatie over bevat, zoals bijvoorbeeld de al bekende eisen en randvoorwaarden. Vervolgens kiest elke aanwezige één van de stellingen om mee verder te gaan, dus per stelling één groepje dat de resultaten van de stemming, de informatie op het paneel en de geeltjes ‘omwerkt’ tot een conclusie over die stelling in de vorm van een aanbeveling aan het ingenieursbureau.

En zo zijn er talloze andere mogelijkheden. Over dat soort dingen denk ik graag mee, vind ik erg leuk om te doen. En als allerlaatste help ik dan ook nog met de Powerpointpresentatie die bij de inleiding te gebruiken is. Eentje die betrokkenheid creëert in plaats van agressie oproept

Tekst & Communicatie Powered by WordPress
Berichten (RSS) en Reacties (RSS).