Archief van december 2008

« Vorige

Niet, te, veel, komma’s, graag!

woensdag, december 31st, 2008
Komma

Komma

De komma is een lastig dingetje. Zo klein, boel lastige regels, en soms belangrijk, zo belangrijk dat de betekenis erdoor kan veranderen. Dat is bijvoorbeeld het geval met de beruchte uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen, weet je nog? Dat soort komma’s, die moeten heel precies geplaatst worden. Maar veel andere regels zijn veel grijzer: dan heb je een keuze.

Als een komma de lezer dan helpt bij het doorgronden van de structuur van een zin, dan zou ik zeggen: plaats hem. In andere gevallen: bij twijfel liever niet.

Te veel komma’s is vervelend lezen. Een komma is een pauzetje, en van te veel komma’s ga je dus haperend lezen. Ik heb dat laatst zelf weer eens ervaren toen ik het decembernummer van de Wielerrevue las. Er staan in verschillende artikelen een heleboel foutieve komma’s - echt foute, niet eens uit de grijszone. Het gaat dan steeds om komma’s voor dat, in van die zinnen als (uit het jaaroverzicht, juni, van p. 66):

ASO maakt bekend, dat de komende ronde van Frankrijk wordt gereden onder de regels van de Franse bond (…).

(…) Prudhomme zegt nog maar eens, dat Astana niet alsnog voor de Tour wordt uitgenodigd.

De Fransen zeggen, dat ze niet de regie in handen willen krijgen.

Een veel voorkomende zinsconstructie, en dus veel overbodige komma’s. Gevolg: haperend lezen. Erg irritant!

Nogmaals over de column met de vele reacties

maandag, december 29th, 2008

Ik schreef er al eerder over dat mijn column in het november-nummer van Fiets een record aantal reacties heeft opgeleverd. Er is er recentelijk nog eentje bijgekomen, op het weblog Wielerplaza. De posting bevat ook de integrale tekst van de column. Uit deze posting kan ik opmaken dat de schrijver, Patrick Burger, mijn bedoeling van de column goed heeft opgepikt - dat wisselde namelijk nogal eens, zo bleek uit de reacties. Met plezier een linkje dus!

Stijlbreuk op kerstavond

vrijdag, december 26th, 2008

Tsja, het is wat, taal en kerst. Sinds de nieuwste spellingswijziging is kerst met een kleine letter en Kerstmis met een grote (bron), als het tenminste het feest is en niet de mis, en alsof dat nog niet genoeg is, is het al een aantal jaren schrikken dat Jezus niet meer in een kribbe geboren is, maar in een voederbak. Hartstikke goed, die nieuwe bijbelvertaling - op dat ene woord na. Nouja, toegegeven, ook ‘en het geschiedde in die dagen’ vond ik prachtig, en dat is gewoon ‘in die tijd’ geworden. Maar ik begrijp dat verandering nodig was - en een beetje auw doet.

Maar afgelopen kerstnacht, in onze plaatselijke PKN-gemeente, kreeg ik toch echt bijna de slappe lach van de vertaling, ondanks dat de kribbe weer terug was. Enerzijds werden de herders ‘ongelofelijk bang’; anderzijds zongen de engelen over ‘mensen des welbehagens’. Zoiets heet een stijlbreuk: ‘ongelofelijk bang’ is informeel, maar ‘des welbehagens’ is archaïsch en formeel: het is een genitief, een naamvalsconstructie die niet meer actief gebruikt wordt in het Nederlands. Kort na elkaar botst dat, en beide stijlen kunnen nooit voor één publiek optimaal zijn. Daarom wordt aangeraden stijlbreuken op te lossen: één van de twee stukken herschrijven.

Die genitief staat in de oude NGB-vertaling, maar daar zijn de engelen niet ‘ongelofelijk bang’, nee, zij ‘vreesden met grote vreze’. En ‘ongelofelijk bang’ zijn ze zelfs in de nieuwe vertaling niet, daar ’schrikken ze hevig’ (kennelijk had de dominee zelf wat gemaakt?). En daar zijn de ‘mensen des welbehagens’ ‘de mensen die hij (God) liefheeft’. In beide gevallen is de stijlbreuk weg.

Ik moet zeggen: de stijlbreuk werkte op mijn lachspieren. Maar misschien was het wel expres, zo realiseerde ik me later. Want herders zijn gewone kerels uit het volk, en ik kan me voorstellen dat engelen archaïsch taalgebruik bezigen. Dan is het dus een functionele stijlbreuk. In taal is vrijwel niets zwart-wit fout óf goed - ook stijlbreuken niet!

Bron bijbelvertalingen: Oude en nieuwe vertaling van het kerstverhaal naast elkaar

Leestip: artikel over schrijfproblemen

woensdag, december 24th, 2008

Mocht je onder de kerstboom ineens gaan zitten tobben over je eigen schrijven of over dat van je schoolgaande kinderen, dan heb ik hier nog een leestip: het artikel ‘Schrijfontwikkeling en leerproblemen’  van Charles MacArthur. Met een beetje moeite is het voor een leek goed te volgen, en het is erg goed. Het gaat vooral over het schrijven van leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs, maar het is relevant voor iedereen die moeite heeft met schrijven of die geïnteresseerd is in hoe complex schrijven is. Er wordt bijvoorbeeld in betoogd dat leerlingen moeten leren dat schrijven communiceren is. Nou, dat weten veel volwassenen ook nog niet, zo is mijn ervaring bij trainingen. Of nouja, ze wéten het misschien wel, maar die kennis heeft geen relevantie voor hun eigen aanpak van de schrijfklus: een lezer hebben ze niet in gedachten…

Dictee-boycot

dinsdag, december 23rd, 2008

Deze week wordt mij natuurlijk regelmatig gevraagd hoe ik het Groot Dictee er vanaf gebracht heb. Gister zelfs ergens op internet, en laat ik mijn reactie (ietsje aangepast) hier kopiëren:

Ik doe er niet aan mee, om principiële redenen. Het wekt de indruk dat spellen iets ontzettend moeilijks is wat zelfs de allerbesten in zo’n klein tekstje niet foutloos kunnen. In dat dictee zitten vooral hele rare en moeilijke woorden, de gekste uitzonderingen, zeg maar, terwijl 99 % van de woorden reeglmatig en voorspelbaar geschreven wordt, gewoon volgens de regels - en die regels zijn voor het grootste deel ook nog eens helemaal niet zo moeilijk of absurd. En de uitzonderingen, die hoef je niet te weten, die kun je sowieso opzoeken. En als je ze vaak gebruikt, weet je ook hoe je ze moet schrijven. Probleem opgelost. Spellen is helemaal niet zo moeilijk!

Ik ben gewoon niet zo happy met de beeldvorming rond spelling. Ik maak in trainingen heel vaak mee dat mensen zeggen ‘nou, die spelling, daar snap ik echt helemaal niks meer van, hoor, al die veranderingen, veel te ingewikkeld geworden’. En dat is dus niet zo.

Bovendien is het maar spelling. Er komt bij schrijven zo ontzettend veel meer kijken dan alleen spellen, maar het wordt er wel erg mee vereenzelvigd - van die mensen die zeggen: ‘ik kan niet schrijven’. Maar ze bedoelen alleen maar ‘ik maak veel spelfouten’. Of nog preciezer: ‘ik maakte vroeger volgens de juf veel spelfouten’, óf dus ‘ik maak in het Groot Dictee wel 60 fouten’. Maar dat heeft met kunnen schrijven niet veel te maken.

Dus: ik heb niet eens gekeken.

En als neerlandicus ben ik trouwens bepaald geen spellingswonder, hoor. Nouja, de d’s en de t’s en alle regelmatige en logische dingen, die 99 % waar ik het hierboven over had. En ik weet waar ik dingen op moet zoeken!

Structuur in balans

woensdag, december 17th, 2008
Structuur uit balans

Structuur uit balans

Tijdens een training vorige week kreeg ik de vraag voorgelegd hoe erg het is als de structuur van een rapport uit balans is. Symptomen daarvan zijn bijvoorbeeld: een hoofdstuk is extreem veel korter of langer dan de rest, het ene hoofdstuk heeft geen onderverdeling in paragrafen terwijl het andere wel tot vier decimalen door-onderverdeelt (paragraaf 1.2.3.4), of het structuurontwerp, de ‘boom’ of piramide,  is naar één kant veel dieper dan naar een andere (zie afbeelding).

Ik werd een beetje verlegen van die vraag. Ik voelde me niet in de positie om er een scherp antwoord op te geven. De afgelopen weken ben ik namelijk zelf met precies die vraag aan het worstelen geweest. De structuur van het boek over mijn Afrika-reis waar ik mee bezig ben, was uit balans. Ik had een eerste hoofdstuk met vier paragrafen waarvan ik na kritische herlezing vond dat ik twee van de vier onderwerpen er met de haren bij had gesleurd. Toen heb ik er dus maar drie nieuwe hoofdstukken van gemaakt, maar die waren extreem kort: het kortste was zes pagina’s, terwijl de hoofdstukken verderop de 30 halen. Hoe erg was dat?

In principe hoeft een disbalans tussen de hoofdstukken geen groot probleem te zijn. Soms heb je nu eenmaal over een deel van het verhaal meer of juist minder te vertellen dan over de rest. Als je er na kritische beschouwing achterkomt dat dat het geval is - soit. Dan maar een beetje uit balans.

Vaak echter is er toch echt een probleem, waarvan de disbalans een symptoom is. Dan is er nog nadere synthese nodig (wat betekenen die korte stukjes samen?), of is het juist noodzakelijk een grote klont op te splitsen. Of er is nog nader onderzoek of denkwerk nodig om de korte stukken uit te diepen. Of misschien klopt de hele structuur nog niet. Doorslaggevend moet zijn of je de lezer er een dienst mee verricht de materie op deze manier in te delen.

Ik heb uiteindelijk besloten de disbalans in mijn boek-in-wording erg te vinden. Gaandeweg werd het probleem me duidelijk: ik wilde met die losse stukjes iets zeggen wat ik nog niet eerder goed onder woorden had gebracht. Om dat wel te doen, was nieuw denkwerk nodig, plus een herverkaveling van de structuur. Eén ding moest er helemaal uit, een paar kleine stukjes verhuisden naar andere hoofdstukken of vice verse, er kwam een nieuw onderwerp bij en zo werd het toch een samenhangend eerste hoofdstuk van ongeveer dezelfde lengte als de andere. Hèhè. Veel beter. Maar wat een werk!  Al dat schuiven met tekst, het leek wel rummikubben. Is dat nou schrijven? Ja, zeer zeker!

Op de vraag hoe erg een disbalans in de structuur is, is geen eenduidig antwoord mogelijk, en er is al helemaal geen eenduidige oplossing te geven. Het maken van een goede structuur is niet een kwestie van het opvolgen van een paar tips of trucjes. Sterker nog, het gaat er niet zozeer om in hoeverre een structuur van een tekst of presentatie volgens de regeltjes van de theorie is. Waar het om gaat, is dat je in de voorbereiding kritisch, lezergericht denkwerk verricht. Structureren is een werkwoord.

Schrijf eens niet

dinsdag, december 16th, 2008

Een tijdje terug is mijn portemonnee met daarin mijn NS-Voordeelurenkaart gestolen. Heel onhandig en prijzig allemaal natuurlijk, vooral dat het maar liefst tien werkdagen duurt voordat ik een duplicaat van die kaart heb, en in de tussentijd kan ik niet met korting reizen en er is geen tijdelijk alternatief ofzoiets. Dat was me allemaal duidelijk en ik wist niet beter of ik had de procedure om een duplicaat te krijgen al in gang gezet door middel van een telefoontje vorige week woensdag met de NS. Ik had nog even afgewacht namelijk of mijn portemonnee zou opduiken, maar nee.

Toen kreeg ik afgelopen zaterdag een brief. Even was ik blij: post van de NS, nu al m’n duplicaat? Helaas, dat was te vroeg gejuicht. Het was een brief. Na alle gewone dingen als datum en kenmerken enzo (maar geen vermelding van het onderwerp) en een aanhef, luidt die als volgt - de brief zelf in vet, mijn leeservaring cursief.

Graag beantwoorden wij uw reactie. Welke reactie? Ik heb nergens op gereageerd, naar mijn beleving. Ja, op een diefstal, maar dat zal de NS niet bedoelen. Ik heb gebéld, en in dat telefoongesprek is de zaak wat mij betreft al helemaal afgehandeld. De mevrouw aan de telefoon heeft op mij gereageerd. U laat ons weten dat u wegens diefstal tijdelijk niet in het bezit bent geweest van uw abonnement. Huh? Was het maar waar dat ik tijdelijk niet in het bezit was van mijn abonnement, want dan had ik het nu weer terug. Ik ben het niet tijdelijk kwijt, het is is weg, foetsie, verdwenen. Wij vinden het vervelend dat u dit is overkomen. Dat is dan wel aardig.

Wij zullen aan uw verzoek voldoen. Uh, ja, dat lijkt me nogal wiedes, want dat zei woensdag de mevrouw aan de telefoon ook al. Bovendien, het is mijn goed recht om een duplicaat-kaart te krijgen. Met dat verzoek’klinkt het alsof ik ervoor op m’n knieën moet. Het was wat mij betreft gewoon een administratieve aanvraag.

U kunt het duplicaat binnen 10 werkdagen tegemoet zien. De kosten van het duplicaat zijn € 11,00. Dit bedrag zal binnenkort van uw rekening worden afgeschreven. Dat wist ik allemaal al, uit het telefoongesprek.

Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn. Overbodig. Jullie zijn me pas van dienst als ik m’n kaart terug heb, liefst zo gauw mogelijk. En als jullie me echt van dienst hadden willen zijn, hadden jullie me een tijdelijke overbrugging aangeboden.

En dan een groet, handtekening, naam en functie, en eronder nog ‘Bijlagen(n)’ - wat enigszins verwarrend is, want die zaten er niet bij, dus laat dat dan weg, maar goed - het écht goed programmeren van automatisch gegenereerde brieven is voor veel organisaties een kunst apart.

Over de tekst zou ik tekstadvies kunnen geven. Een positief punt: het inlevende ‘Wij vinden het vervelend dat u dit is overkomen’. Formuleer precies, zodat woorden als reactie, tijdelijk en verzoek niet net ernaast zijn. Laat overbodige en ouderwetse beleefdheidsclichés zoals ‘Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn’ weg. Herformuleer het verzoek van de geadresseerde. Enzovoort.

Maar dan is het nog steeds geen heel geweldige brief. Simpelweg omdat hij overbodig is. Hij voegt voor mij niets toe aan wat ik al wist en wat ik telefonisch al rond had gekregen. Ik hoef dan geen brief, en zeker geen nét ernaast geformuleerde. Dan denk ik: doe mij mijn kaart maar sneller en goedkoper terug. In 9 dagen en voor € 10,00, ofzoiets - en dan zonder brief. Zoals de banken dat doen, bijvoorbeeld. Sterker nog: ik heb inmiddels alles alweer terug, behalve mijn Voordeelurenkaart.

Goed communiceren is belangrijk. Maar soms kun je gewoon beter je werk goed doen.

Verschenen: drie mini-columns

vrijdag, december 5th, 2008

Verschenen in Oase Magazine 3: drie mini-columns die ik schreef vanuit Afrika. Mijn columns in dat blad lopen een jaar achter op het schrijven. Deze editie is voor januari en februari 2009, en de columns hebben te maken met Egypte, Soedan en Ethiopië, want daar was ik vorig jaar om die tijd. Leuk om die nu weer terug te lezen!

Verschenen: Fietsvrouw-column # 41

donderdag, december 4th, 2008

In Fiets van december: mijn 41e Fietsvrouw-column, onder de titel ‘Geloofwaardigheid’. Het gaat erover hoe je door te hard te fietsen die geloofwaardigheid kunt verliezen…

Het weblog bestaat niet

dinsdag, december 2nd, 2008

In de zaterdagbijlage van NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag staat een artikel over weblogs, ‘Digitale zeepkisten’. Weblogs worden erin beschouwd als burgerjournalistiek, en in het artikel staat de vraag centraal in hoeverre die burgerjournalistiek de professionele vervangt. Weblogs komen dan in de plaats van bijvoorbeeld het TV-journaal of de krant. En dat is op z’n minst twijfelachtig, zo is de teneur, want niet alle weblogs zijn goed.

Denkfout en/of impliciete aanname in het artikel is dat álle weblogs burgerjournalistiek zijn of willen zijn. Het artikel begint met ‘Nederland telt ongeveer een miljoen bloggers. Op internet kunnen zij de pet van journalist opzetten’. Dat kunnen is enige relativering, maar daar blijft het verder bij: de suggestie is dat ons land een miljoen burgerjournalisten kent. Het eerste voorbeeld in het artikel is van een man die er ’s avonds met z’n camera op uittrekt om lokaal nieuws vast te leggen voor zijn weblog, en de kop van een kader met een aantal getallen is bijvoorbeeld ‘Webbloggers coveren ook grote nieuwsontwikkelingen’.

Maar dat is onzin. Niet elk weblog is journalistiek, zelfs niet journalistiek bedoeld. Je hebt inderdaad zeer journalistieke blogs, maar ook nog enkele andere vormen, bijvoorbeeld:

  • Gewoon de dagelijkse wissewasjes van iemand, al dan niet in bijzondere omstandigheden. Niet te vergelijken met krant of journaal, maar met het dagboek of reisverslag van vroeger - denk aan het klassieke scheepsjournaal. Ons eigen blog over de Afrika-fietsreis viel vooral in deze categorie, al heb ik een enkele geprobeerd iets journalistieker te schrijven over de landen die we bezochten.
  • Vakinhoudelijke blogs, zoals dit. Ook niet bedoeld als algemene journalistiek, maar meer in de richting van de vakbladen.
  • ‘Corporate’ en andere zakelijke blogs, die, soms onder wat journalistiekere dekmantels, uiteindelijk een commercieel doel hebben. Te vergelijken met reclameblaadjes en nieuwsbrieven.
  • Het weblog met columns - staat weliswaar ook in de krant, maar zou je toch geen hard-core journalistiek noemen. Het gaat niet zozeer om de feiten en de dagelijkse gebeurtenissen, maar om een reflectie daarop. Overigens komt deze vorm nog wel aan de orde in het artikel, maar niet heel positief: GeenStijl wordt aangehaald als voorbeeld.
  • Het weblog dat vooral leuke internetdingetjes op een rijtje zet, dus vooral bestaat uit links naar interessante sites, eventueel voorzien van enig commentaar. Bieslog was er een voorloper in. Dit type heeft geen traditionele tegenhanger, al lijkt het wel een beetje op een catalogus of de TV-gids.
  • Het ‘doorkopieerblog’, dat van een bepaald onderwerp alle nieuwsberichten verzamelt en overzichtelijk op een rijte zet. Wel journalistiek, maar geen origineel nieuws, en meer te vergelijken met een thematische knipselkrant dan met het dagblad. Ik volg zelf bijvoorbeeld zo’n blog over The Who en eentje over Ethiopië.

Dus: niet alle weblogs zijn burgerjournalistiek, en het omgekeerde geldt ook: niet alle burgerjournalistiek is te vinden op weblogs. Op bijvoorbeeld discussieforums is ook veel ‘wisdom of the crowds’ af te tappen. Een kritiekloze houding is daarbij niet op zijn plaats. Maar ach, bij het lezen van een willekeurige krant toch ook niet?

« Vorige

Tekst & Communicatie Powered by WordPress
Berichten (RSS) en Reacties (RSS).