Tweeluik goede boeken 1: de sturende kracht van taal

Deze en de volgende post vormen een tweeluik over goede boeken. Niet alleen las ik ze direct achter elkaar en werd ik blij van zo veel moois, ook hebben ze nog met elkaar te maken in de zin dat de schrijver van het Cover boekene boek me het andere boek had aangeraden. Want ik ken de schrijver van het boek van vandaag, en hij mij dus, ik word zelfs bedankt in het voorwoord (graag gedaan), en dat maakt dat ik een licht ‘wij van wc-eend adviseren…’-gevoel krijg, alsof ik reclame maak voor mezelf.

Het is ook nog eens zo dat Ronny Boogaart (want die is het) en ik een wel heel vergelijkbare achtergrond hebben: we komen allebei uit Zeeland (niet dat dat er voor dit boek veel toe doet, al komt Zeeland er wel in voor), we komen uit hetzelfde wetenschappelijke nest (de VU), en Ronny is universitair docent bij de vakgroep in Leiden waar ik wel eens inval om college te geven. Dus ja, nogal wiedes dat ik zijn boek leuk vind: ik deel Ronny’s kijk op taal.

Maar los van dat alles: Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal is ook écht leuk. Het is een soort Paulien Cornelisse (nee, dat is helemaal géén familie, ze heeft een -se te veel). voor gevorderden. Daarmee bedoel ik dat het een boek is voor mensen die graag nadenken over hoe taal werkt, die zich wel eens verwonderen over hoe gek we dingen eigenlijk zeggen (dat ‘open op maandag’ betekent dat die kapper ook op andere dagen open is, maar ‘open op woensdag’ juist alleen die dag), die het leuk vindt om daarover te lezen met ook nog eens af en toe een komische noot (ik moest vooral erg lachen om de gedachte dat de regering zou kunnen zeggen dat ze zich níet bezig houdt met smurfen, in het hoofdstuk over ontkenningen).

Boogaarts hoofdstukken zijn langer en zijn analyse gaat wat dieper de taalkunde in dan die van Cornelisse, overigens zonder ingewikkeld te worden. Voor niet-taalkundigen met een beetje goede wil moeten de stukjes prima te volgen zijn (denk ik, maar dat is voor mij lastig in te schatten).

Als je een beetje indruk wilt krijgen van de inhoud: ik postte hier al eerder over de radio-praatjes die Ronny hield over zijn boek. Waar het vooral om gaat, is dat het in communicatie niet gaat om de letterlijke betekenis van je woorden, maar om de sturing die je daarmee geeft aan de gedachten van de ander.  ‘Bijna een miljoen kijkers’ is bijvoorbeeld letterlijk gezien evenveel als ‘Nog geen miljoen kijkers’, maar in de eerste formulering vraag je de ander een positieve conclusie te trekken (‘best veel!’), in de tweede een negatieve (‘hmm, jammer’).

‘Taal is nooit neutraal’ zijn dan ook de eerste woorden op de achterflap, en dat is een hartstikke relevant inzicht, ook voor schrijvende en presenterende professionals. Met alles wat je doet in taal, stuur je. En daar kun je je maar beter bewust van zijn, zodat je je lezer/publiek in de gewenste richting kan sturen. Een stoptrein is een sprinter zonder wc maakt máákt je daarvan bewust.

Daarom: van harte aanbevolen. En je kunt je er sowieso geen buil aan vallen, want het boek kost nog geen tientje! Dat is voor 140 vermakelijke en interessante pagina’s een uitmuntende prijs-kwaliteitverhouding.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.