Chille windeieren

Op het college van vandaag ging het over de relatie tussen taal (‘discourse‘) en identiteit. Eén van de aspecten van identiteit is leeftijd: aan een manier van praten kun je iemand identificeren als zijnde van een bepaalde leeftijd. Het leuke aan zo’n college-situatie is natuurlijk dat ik zo’n 30 jaar in leeftijd verschil met de studenten, en dat we dus over en weer uit elkaars manier van praten dingen kunnen afleiden over dat aspect van taal.

Vanaf het begin waren me al dingetjes opgevallen. Voor mij is heel typerend voor de leeftijdscategorie van de studenten hun gebruik van het woord chill als bijvoeglijk naamwoord. Het werkwoord chillen kan ik nog net wel gebruiken, al vind ik dat dan wel erg hip klinken van mezelf, maar zeggen dat iets chill ís, nee, dat gaat niet. Op het allereerste college gebruikte een van de studenten chill zo, en dan voel ik meteen een generatiekloof openen, zal ik maar zeggen. Grappig hoe elke generatie eigen woorden kiest om ‘toffe’ dingen mee uit te drukken: vet vond ik ook al lastig, dat heb ik nooit gebruikt; ik denk dat gaaf uit mijn tijd komt, eventueel met onwijs ervoor, en van nog eerder is bijvoorbeeld mieters.

Andere voorbeelden vandaag waren awkward, wat ik wel begrijp uit het Engels maar zelf nooit zou zeggen, en bae, wat ik helemaal niet kende en me dus moest laten uitleggen.

Eén van de studenten merkte op dat een ander kenmerk van de taal van hun generatie is dat ze minder spreekwoorden en uitdrukkingen gebruiken. Daar heb ik inderdaad wel eens wat over gelezen, ja (voorbeeld), en ik had net daarvoor zelf iets gezegd wat de studenten wel begrepen hadden maar niet zelf zo zouden kunnen zeggen: dat iets me ‘geen windeieren had gelegd‘. Voor mij is dat een heel gewone manier van dat zeggen. Maar dat ‘verraadt’ dus mijn leeftijd.

Eerder had ik me ook al gerealiseerd dat het hebben over nieuwe media in plaats van over sociale media ook wat zegt over mijn leeftijd, en zeker als ik dat dan ook nog doe in een context als ‘vroeger had je geschreven tekst en gesprekken (waar het vak over gaat: tekst- en gespreksanalyse), in recente jaren zijn daar de nieuwe media als tussenvorm bijgekomen’ – ik hoorde het mezelf zeggen op het eerste college en dacht vrijwel meteen al: ai, dat klinkt ouwelijk – alsof ik dat toch nog steeds maar gekke nieuwlichterij vind!

De studenten het hebben over bae en ik over windeieren leggen – en toch begrijpen we elkaar het grootste deel van de tijd wél. Chill!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.