Mijn ogen uitgekeken op tweetalig Wales

Tijdens onze vakantie in Wales heb ik mijn ogen uitgekeken op de bordjes. Alle officiële en ook een heleboel minder officiële bordjes zijn er tweetalig, en dat terwijl er maar zo’n 20 procent van de bevolking Welsh spreekt en die zijn altijd tweetalig. Dat is bovendien vooral in het Noord-Westen, waar we niet zijn geweest – ik heb het dan ook niet horen spreken, niet anders dan de stationsomroep en op TV.

Maar ik heb het dus wel veel gezien. Dit was het eerste bordje waar ik op heb staan studeren, op het station van Newport, waar we op de heenreis overstapten:

Het ziet er heel exotisch uit, en dat is het ook, maar het wordt iets simpeler als je weet dat de w een klinker is, onze oe. Dan herken je de leenwoorden balwns en heliwm – je mag op het spoor niks met ballonnen en helium.

Welsh spelt consequent op de eigen manier, wat soms hilarisch is, bijvoorbeeld als het gaat om het land Wrwgway (tegenstander op het WK Rugby, erg belangrijk in Wales).

Veel weet ik niet van het Welsh, maar ik kwam er wel achter dat het consequent de kern voorop zet:

Llwybr is pad, en dat is de kern, dat is wat het is (een pad, we wandelden daar een week op), dus de woorden staan precies omgekeerd als in het Engels of bij ons – de Germaanse talen rommelen op dat punt wat.

En wat ik ook zag, was dat vervoegingen aan het begin van het woord kunnen plaatsvinden. Het Welsh gebruikt het Engelse leenwoord platform voor perron, maar als daar een voorzetsel voor komt te staan, verandert de eerste letter – een naamval:

Dat is zo ongeveer hoe ver ik ben gekomen, maar als taalkundige vind ik dat dus erg leuk.

Ik heb verder geleerd de naam van een van de dorpen waar we overnachtten uit te spreken: Llangatock Lingoed. Om de een of andere reden kwam de naam van de ll zomaar ineens in me opploepen: dat is een laterale fricatief. Waarom heb ik dat onthouden, van, uh, wanneer had ik fonetiek, 1988?

Verder heb ik een paar losse woordjes opgepikt. Het woord dat je het meest ziet staan is croeso, ‘welkom’ – in de B&B van Llangatock Lingoed bijvoorbeeld:

Maar ook elke keer dat we de grens overstaken – Offa’s Dyke Path loopt óp de grens:

Welkom hebben we ons zeer zeker gevoeld: het was makkelijk om contact te maken en we ervoeren de Welsh als vriendelijk en makkelijke praters.

Onderweg had ik me afgevraagd of al die moeite voor de minderheidstaal niet wat overdreven was. Wales heeft weliswaar een goede reputatie op dat gebied: Welsh groeit en bloeit en heeft een hoge status. Maar in sommige wijken van Cardiff zouden bordjes in het Hindi of Chinees nuttiger zijn. En het kost heel wat natuurlijk.

Maar het was wel dankzij de tweetalige bordjes dat ik steeds wist of ik in Engeland of in Wales was. Het verschil is verder niet groot, niet zichtbaar althans. De taal is voor de Welsh mogelijk een van de weinige manieren om hun eigenheid uit te drukken.

Naast rugby natuurlijk.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.