Een moeizaam begin

In de Opzij van deze maand trof ik een alinea aan waar ik een tijdje op moest studeren om de interpretatie rond te krijgen. En dan vind ik het altijd interessant om te kijken hoe dat komt, dus wat heeft deze schrijver gedaan om mij als lezer een probleem te bezorgen? Dit is de alinea, het is de eerste van een interview met Sofie van den Enk (p. 18):

Een klassiek beeld: een man sluit iedere doordeweekse dag ’s ochtends vroeg het tuinhek achter zich. Zijn vrouw zwaait hem uit, twee kleine meisjes aan haar benen. Ze denkt rusteloos: dat wil ik ook. Dus volgde Sofie van den Enks (34) moeder nog een opleiding, klom op tot coördinator van de plaatselijke bejaardenzorg en misschien, peinst haar dochter, school er in haar wel een echte carrièrevrouw – als ze de kans had gekregen. Ware het niet dat op een dag een 14-jarige Sofie haar moeder verlamd in bed aantrof.

In de eerste plaats ben ik geneigd te denken dat een artikel over Sofie van den Enk zal starten met iets over Sofie van den Enk. Dus het was even schakelen om te beseffen dat deze hele alinea gaat over haar moeder. En dat schakelde gebeurde pas lezenderweg, en toen had ik dus al wat gemist c.q. niet begrepen. De essentie hiervan is dat het artikel mijn verwachtingen schaadt, en die verwachting is: aan het begin van een artikel waarin persoon X centraal staat, staat die persoon meteen ook al centraal’.

In combinatie met het volgende probleem gaf mijn verwachting een gekke interpretatie. Dat volgende probleem is dat dat in ‘dat wil ik ook’ een vage verwijzing is. Het verwijst zelfs helemaal nergens naar, niets concreets in de tekst. Vandaar dat ik het bij eerste lezing ‘ophing’ aan een klassiek beeld en dus interpreteerde als: een bestaan als thuismoeder met een werkende man en twee kleine kinderen. En aangezien ik daar bij eerste lezing dus nog dacht dat het over Sofie zou gaan, dacht ik: Sofie wilde dus zo’n klassiek gezin. Maar ten eerste gaat het dus niet over Sofie, en ten tweede verwijst dat naar buitenshuis werken, zo blijkt uit het vervolg van de alinea. Dat verwijst dus naar een impliciet idee achter ‘iedere doordeweekse dag ’s ochtends vroeg het tuinhek achter zich sluiten’.

Overigens is dat verwijzingsprobleem niet puur en alleen een kwestie van dat; het heeft er ook mee te maken dat een klassiek beeld voor mij iets nastrevenswaardigs heeft – als formulering dan, hè? Ik zie een mooi plaatje waarvan iemand zegt ‘dat wil ik ook’. Ook dat is een verwachtingenkwestie: ik verwacht dat het klassieke beeld een positieve en centrale rol gaat spelen in de tekst.

Dus: geschonden leesverwachtingen, een complexe verwijzing en nog wat lastige stijlzaken zoals dat ‘Sofie van denk Enks (34) moeder’ en deze paar zinnen kostten me enkele minuten. Mijn advies zou zijn: maak het je lezer wat makkelijker, vooral aan het begin!

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.