Vermijd de naamwoordstijl niet!

Gisteren was ik bij de promotie van Margreet Onrust aan de VU.  Tijdens de receptie ontstond er met diverse vakgenoten uit praktijk en wetenschap een geanimeerd gesprek: proefschrift en promotie hadden ons duidelijk geïnspireerd. Ik denk dat dat hem vooral zat in de bijzondere invalshoek ervan, namelijk een die praktijk en wetenschap dicht bij elkaar brengt, dichter dan gebruikelijk in de taalbeheersing.

Dr. Onrust heeft een schrijfadvies onder de loep genomen, namelijk ‘Vermijd de naamwoordstijl’. Iets wat je inderdaad vaak hoort, zie bijvoorbeeld bij taaladvies.net of de tweede tip hier. Is dat een zinvol advies? Nou, nee.

Nouja, zo stellig concludeert Onrust dat niet, ze behoudt wetenschappelijke nuance en ze wil niet al te belerend zijn. Maar op basis van haar onderzoek is het wel de conclusie. Het is geen goed advies, want:

  • Onder ‘naamwoordstijl’ wordt een groot aantal uiteenlopende verschijnselen verstaan, die misschien gemeenschappelijk hebben dat je iets met een zelfstandig naamwoord uitdrukt waar een werkwoord aan ten grondslag ligt, maar er is nogal een verschil tussen verbetering, (het) vaststellen en keuze, om er maar drie uit te pikken, en ook tussen simpelweg de keuze en de zin waar ik net in een tekst van een opdrachtgever over struikelde omdat ik die twee keer moest lezen om te weten hoe hij in elkaar zat: Slechts over het statistisch betrouwbaar onderscheiden kunnen oordelen worden toegekend op basis van… en dat komt dus mede door het onderscheiden.
  • Het advies zegt er niet bij wat je dan wél moet doen, en dat is best wel ingewikkeld, want zo makkelijk is het omzetten naar allemaal werkwoorden niet. Maak ik me ook wel druk over: het is zo’n typische magniet waar je als schrijver meer last dan steun van hebt.  En dan geven de schrijfadviseurs vaak ook nog een heel aantal uitzonderingen, dus ‘goed gebruik’ van de naamwoordstijl, en dan wordt het helemaal ingewikkeld!
  • Zo veel ‘foute’ naamwoordstijl heb je helemaal niet, of althans, dat verschilt per genre, maar in de twee die Onrust onderzocht, voorlichtingsteksten en wetenschappelijke teksten, valt het wel mee met de formuleringen die het verschijnsel zijn slechte reputatie hebben bezorgd.
  • Een deel van het mogelijk ongewenste effect van de naamwoordstijl ligt niet aan het naamwoordelijke ervan, maar aan iets anders: in die voorbeeldzin van mij van hierboven ligt het zeker ook aan de tang (over het [ statistisch betrouwbaar ] onderscheiden), en ook abstractie is niet alleen aan naamwoordstijl voorbehouden: Onrusts voorbeeld (p. 303) is dat de belangrijkste bijwerking is beschadiging van de slokdarm (twee keer naamwoordstijl) niet abstracter is dan de grootste factor is uithoudingsvermogen. En dat klopt natuurlijk.
  • En vooral: de naamwoordstijl heeft juist heel vaak een goede functie. Bijvoorbeeld in wetenschappelijke teksten.

En misschien ben ik zo nog niet eens volledig! Weg ermee, dus, met dat advies. Hoe moet het dan wel? Onrust stelt voor om het advies (en misschien wel schrijfadvisering in het algemeen) genre-afhankelijk te maken. Voor wetenschappelijke teksten moet je de naamwoordstijl misschien wel aanraden, omdat ze bijvoorbeeld heel geschikt zijn voor generaliserende uitspraken en wetmatigheden. Misschien zit het probleem ervan wel in andere genres, zoals beleidsteksten? Dan heeft een algemeen afraad-advies dus geen zin.

Uit de vergelijking die Onrust maakte tussen beginnende en ervaren schrijvers kun je ook adviezen afleiden. Een verschil tussen de groepen schrijvers van voorlichtingsteksten is bijvoorbeeld dat beginners meer dan gevorderden de neiging hebben om een naamwoordelijke formulering met van te kiezen. Ze schrijven bijvoorbeeld: dit kan gemakkelijk voorkomen worden door het nemen van een griepprik. Een gevorderde schrijver laat daar het nemen van weg, dat kan prima.

En gevorderde schrijvers durven ook korter naar een complex begrip terug te verwijzen. Waar een beginner blijft schrijven afbraak van botten (bij osteoporose) maakt een gevorderde daar eerder botafbraak van. Gevorderden schrijven compacter.

Interessant proefschrift, fraaie verdediging ervan, geanimeerde borrel-na – wat wil je nog meer? Nou, vaker dit type werk! De kloof tussen wetenschap en praktijk is veel te groot. Onrust concludeerde dat gister ook, in haar antwoord op de laatste vraag, dus vlak voor het hora est. Het ligt volgens haar aan beide kanten, en daarmee ben ik het eens.

Ik ben benieuwd of haar werk de kloof gaat overbruggen, dus of ik in de toekomst genuanceerdere adviezen over de naamwoordstijl ga horen. Ik ga ze, als de situatie zich ertoe leent (ik doe weinig met dit soort taaltechnische verschijnselen), zeker geven!

Bron: Onrust, M. Vermijd de naamwoordstijl! Een onderzoek naar de houdbaarheid van een schrijfadvies. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 2013.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.