En nou voor het grotere publiek graag!

Een boek met de titel Stijl, taal en tekst moet ik wel lezen natuurlijk, en al helemaal als ik er zelf in voorkom, nouja, als erin naar mijn proefschrift verwezen wordt. Dat is niet toevallig, want de tweede auteur, Arie Verhagen, was toen mijn begeleider. Met andere woorden: dit boek is dicht bij huis, al noem ik mijn tijd in het wetenschappelijk onderzoek wel mijn vorige leven.

In dat vorige leven deed ik ook aan ‘stilistiek op taalkundige basis’ – de ondertitel van het boek, en sinds ik dat niet meer doe, heb ik Arie en co-auteur Nienke Stukker nog regelmatig over stijl horen praten. Bovendien ligt dezelfde benadering ten grondslag aan het werk van Maarten van Leeuwen, dat ik hier eerder enthousiast besprak.

Enfin, dat alles om te zeggen dat er voor mij in Stijl, taal en tekst niet veel nieuws stond, maar dat ik het wel met plezier heb gelezen. Dat zat hem er vooral in dat ik het fijn vond om deze benadering van stijl zo eens allemaal rustig en compleet op een rijtje te zien. Dat verdient een breder publiek dan alleen de wetenschappers voor wie dit boek is.

In de benadering van stijl volgens dit boek is construal het centrale begrip. Dat wil zeggen dat er in alle talige communicatie sprake is van enerzijds een object waarover de uiting gaat, en anderzijds van een bepaalde verhouding van de spreker/schrijver ten opzichte van dat object, en daarin speelt de luisteraar/lezer ook een grote rol, want de spreker veronderstelt met hem of haar gedeelde kennis die ten grondslag ligt aan de talige keuzes. Dat heet wel het triadische model van communicatie.

Het voorbeeld in het boek (p. 26) illustreert het: je kunt hetzelfde fenomeen aan de nachtelijke hemel op drie manieren benoemen:

  • die lichtpuntjes daar in de lucht
  • dat groepjes sterren
  • dat sterrenbeeld

Drie manieren om het over hetzelfde object te hebben, maar ze verschillen. De eerste legt meer de nadruk op de losse elementen, de tweede en derde op de verzameling, en de derde veronderstelt bepaalde voorkennnis en is bijvoorbeeld mogelijk een opstapje naar astrologie. Dat is een verschil in construal.

Mijn eigen onderzoek duikt ook op in deze context, want ja, het verschil tussen actieve en passieve zinnen is zeker ook een verschil in construal: veroorzaker centraal (actief – ‘de voorzitter opent de vergadering’) of juist niet (‘de vergadering wordt geopend’).

De auteurs stellen stijl gelijk aan die construal. Dat is een oplossing van de ‘tweestrijd’ in de stilistiek, namelijk of een andere vorm ook altijd een andere inhoud impliceert. Zo ja, dan kun je niet zinvol over stijl praten, want dan gaat het eigenlijk over inhoud. Zo nee, hoe bepaal je dan die ‘vaste’ inhoud waarvan de vorm kan fluctueren?

Helemaal bevredigend vind ik (en ik niet alleen, zie hier) de oplossing niet, omdat je construal niet netjes van inhoud (dat object) kunt afbakenen. Maar er is wel mee te werken.

Hoe het werkt, zo’n stijlananalyse, daarvoor verwijs ik naar mijn eerdere blogpost over Maarten van Leeuwens onderzoek naar speeches van Wilders, Pechtold en Vogelaar. Het komt erop neer dat de onderzoeker oordelen over de stijl op het macro-niveau van de tekst als geheel (‘wollig’) relateert aan talige verschijnselen op het microniveau van de zinsbouw en woordkeuze, daarbij gebruikmakend van een checklist.

Die methode is ook niet oncontroversieel: ze wordt buiten Leiden (de bakermat van dit type onderzoek; Verhagen is daar emeritus hoogleraar) bekritiseerd omdat er een zekere mate van circulariteit in de redenering zit en ze makkelijk leidt tot confirmation bias.

Desalniettemin: ze werkt wel, die methode. Dat laat het boek ook wel zien.

Bovendien is dat triadische model van communicatie buitengewoon relevant voor mijn praktijk. Hét grote schrijfprobleem van specialisten is dat ze de gedeelte voorkennis met de lezer verkeerd inschatten, als gevolg van de curse of knowledge. En dat heeft inderdaad onder andere stilistische consequenties. Die je niet simpelweg oplost met wat prutsen aan zinnen. Al mijn zakelijke schrijvers kunnen passieve zinnen actief maken. Maar die triade, daar hebben ze vaak onvoldoende besef van. Omdat voor hen naast ‘foutloos’ schrijven alleen gaat om ‘inhoud’ – alleen het object dus.

Daarom zou het leuk zijn als er op basis van dit boek iets zou komen dat toegankelijk is voor geïnteresseerde leken en/of voor de beroepspraktijk. Hopelijk gaat dat er ooit komen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.