Piramidaal met wetenschappelijk verzoenen

Gister eindigde ik mijn blogpost over het spanningsveld tussen schrijven op de universiteit en in de praktijk met de overweging dat de universitaire schoenmaker zich het beste bij zijn leest kan houden: studenten academisch schrijven aanleren, en niet ook halfwas zakelijk schrijven. Maar zelf laat ik mijn studenten van het piramideprincipecollege wel wetenschap en dat daarmee strijdige principe vermengen. Hoe kan ik dat rijmen?

In de eerste plaats gaat het niet om ‘zomaar’ studenten, maar om vakspecialisten: studenten Communicatie- en Informatiewetenschap, binnen de Letteren. In hun vak speelt tekst een grote rol, zowel tijdens de studie als voor velen ook daarna. Enerzijds maakt het dat makkelijker voor hen. Ze zijn tekstgevoeliger, en studenten die bijvoorbeeld in hun bachelor iets aan journalistiek schrijven hebben gedaan, vinden het piramideprincipe helemaal niet zo wezensvreemd (hoorde ik, en las ik in reflectieverslagen).

Anderzijds is het ook belangrijker: een deel van deze studenten gaat later andere schrijvende professionals leren hoe het moet, schrijven in de praktijk. Het is goed dat ze dan zo’n methode kennen, en ook dat ze weet hebben van het wringen van wat ze op de universiteit als standaard hebben geleerd en wat er in de praktijk van schrijvers verwacht wordt. In het college hebben we het bijvoorbeeld ook gehad over de grote invloed van genreverwachtingen die al uit eerder onderzoek is gebleken (en op dit weblog ook al vaak beschreven): een adviesrapport hóórt een paragraaf ‘conclusie’ te hebben, zo niet, dan verwart dat lezers.

Maar dan nog wringt het natuurlijk. De studenten hebben de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het piramideprincipe (onder andere ook weer naar genreverwachtingen), en ik heb hen gevraagd daarover piramidaal te rapporteren. Ik heb erbij gezegd dat dat pionieren en zoeken is: ik heb geen kant-en-klaar model van hoe je dat doet, wetenschap en piramideprincipe combineren.

Ik heb ze op één manier op weg geholpen, meer dan vorig jaar, en dat is door ze te vragen advies uit te brengen, bijvoorbeeld aan mij (voor vervolgonderzoek of over wat ik in de praktijk moet zeggen) of aan organisaties of schrijvers. Dat advies moesten ze dan onderbouwen met de resultaten van hun onderzoek.

Ik heb de meeste rapporten inmiddels gelezen, en dat het een zoektocht is, is zichtbaar. Er zitten heel goede piramides bij, maar ook voorbeelden waarvan ik denk: ‘hmm, aardig geprobeerd, maar de structuur rammelt.’ Daar reken ik overigens de studenten niet heel hard op af: als ik het zelf ook niet precies weet, kan ik moeilijk verwachten dat het hen zomaar goed lukt. Het is eerder andersom: de schrijvers van de geslaagde piramides verdienen een groot compliment.

Los daarvan verschillen de rapporten in de mate van controleerbaarheid, de kern van het spanningsveld. Ik als docent kan immers niet precies nagaan welke stappen de studenten gezet hebben. Soms lukt dat nog heel aardig, veelal dankzij een bijlage, maar soms zitten er toch echt wel gaten in en ontbreekt er dus verantwoording. Dat moet ik als docent accepteren. Ik heb de studenten begeleid en weet dus vaak wel ongeveer wat ze gedaan hebben, dat maakt het beter te doen, maar voor bijvoorbeeld een wetenschappelijke publicatie zouden de gaten onacceptabel zijn.

Voor wetenschappelijke publicatie dreigt nog een probleem, zo realiseerde ik me deze week tijdens het lezen. De meeste hoofdboodschappen zijn namelijk hetzelfde, en wel: ‘doe nader onderzoek’. Dat is voor deze oefening helemaal prima: fraai actiegericht, op mij als geadviseerde gericht en goed te onderbouwen. Maar het zou onbevredigend zijn als in de wetenschap elk artikel, elke paper, elke scriptie, elk proefschrift ‘doe nader onderzoek’ als hoofdboodschap zou hebben – hoe waar het ook eigenlijk is, want elk onderzoek roept altijd nieuwe vragen op en kent beperkingen. Maar om dat nou tot kern van je verhaal te maken… een mooi voorbeeld van hoe anders wetenschap en adviseren zijn!

Ten slotte, als ik zo vrij mag zijn: aangezien ik met één groot been in de praktijk en het andere in de wetenschap sta, ben ik als docent denk ik als weinig anderen in staat om studenten te helpen het spanningsveld aan te gaan. Ik begrijp uit de reflectieverslagen dat de studenten de (relatieve) praktijkgerichtheid van mij en van het vak waarderen. Ik hoop zelf door de onderzoekscomponent in mijn college ook het wetenschappelijke aandeel te borgen. En daarvoor geldt dan weer dat studenten het leuk vinden dat ze met echt onbekende dingen bezig zijn. Ik kan in veel gevallen echt niet voorspellen wat er uit het onderzoek gaat komen, en ben dan oprecht erg benieuwd.

Dus: een experiment met wringende contexten, zou je kunnen zeggen, met wisselend resultaat maar als experiment de moeite waard. En daarmee is deze blogpost een mooi bruggetje naar die van de komende tijd. Ik ga dan namelijk hier verslag doen van de resultaten van het onderzoek van de studenten. Er zijn weer leuke en verrassende dingen uitgekomen, dus: wordt vervolgd!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.