Het schrijfmisverstand

Afgelopen zaterdag stond er in NRC (Economie, p. 8/9) een stuk over de nieuwe accountantsverklaringen. Die worden langer en gaan meer uitleggen wat de accountant precies gedaan heeft. Ze zijn in het leven geroepen vanwege de vele schandalen die het vertrouwen in de beroepsgroep ondermijnden. Daarom komt onder andere aan de orde met welke foutmarge de accountant werkt, hoe hij naar welke bedrijfsonderdelen heeft gekeken en wat de speciale aandachtspunten zijn geweest. Dat moet een beter beeld geven van hoe de rest van het rapport en de goedkeuring van de jaarcijfers te interpreteren zijn.

Aan het eind gaat het over het schrijven van die nieuwe verklaringen. Geen makkelijk klusje, volgens de geïnterviewde accountants van KPMG en PwC, er gaat makkelijk dertig tot veertig uur in zitten Dan volgt dit slot:

Ondanks al die moeite nodigen de schrijfsels van de accountants nog steeds niet erg uit tot lezen. Het zijn taaie documenten vol technisch jargon. Wíllen ze wel gelezen worden? ‘Dat is wel de bedoeling’, zegt De Ridder [ die van PwC ]. Maar het is ‘best een kunst’, zegt hij, om alles ‘in janboerenfluitjestaal’ uit te leggen.

Sommige dingen, zegt accountant Kort [ van KPMG ], zijn nou eenmaal ingewikkeld. Als voorbeeld noemt hij het boekhoudkundige begrip goodwill – het verschil tussen wat een bedrijf nu waard is en wat er in het verleden voor is betaald. De verklaring moet wel ‘recht doen aan die complexiteit’, vindt Korf. ‘We maken geen magazine’.

Ik lees daarin een groot en veelvoorkomend schrijfmisverstand: om een tekst aantrekkelijk te maken voor lezers, moet-ie in janboerenfluitjestaal/Jip-en-Janneketaal/B1 enzovoort geschreven worden. Oftewel: lezergericht schrijven is een kwestie van een eenvoudige stijl.

Nee – lezergericht schrijven, sowieso maar zeker in de zakelijke dienstverlening, begint met een besef van het belang dat de lezer heeft bij je tekst. Waarom leest-ie je tekst eigenlijk? Waarom zou die dat moeten dan wel willen? Daarover gaat het in dat hele artikel niet, en dat is het probleem: die teksten worden helemaal niet geschreven vanuit het belang van de lezer. Die nieuwe accountantsverklaring dient maar één doel: het oppoetsen van het bezoedelde blazoen van accountants, de schrijvers. Wat heeft een lezer eraan, wat koopt die ervoor? Niets. Zeker niet op korte termijn; misschien heeft zo’n verantwoording nut als er later gedonder komt. Maar dan is het waarschijnlijk algauw voer voor juristen.

Al schrijf je nog zo eenvoudig, als een lezer geen belang heeft bij de tekst, leest-ie ‘m niet. En dat is het ware probleem van de accountantsverklaringen. Want een béétje ingevoerde lezer heeft helemaal geen moeite met goodwill, een begrip dat dit stuk in nog geen twintig woorden uitlegt. Dus dat kan in die verklaring ook. En lezers van accountantsverklaringen zijn sowieso geen doetjes, hè, die zijn Jip en Janneke echt al lang ontstegen.

het probleem is dat er weliswaar zeker lezers zullen zijn die graag precies willen weten wat de accountant gedaan heeft, maar dat het de grotere groep weinig zal interesseren zo lang alles maar goedgekeurd is. En die zullen dus selectief lezen. En zelfs bij grote interesse en alles lezen geldt: papier is niet zo heel goed in het herstellen van vertrouwen. Ik vraag me daarom af of de dertig tot veertig uur gaan lonen.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.